Maandag 06/12/2021
De ravage in Pepinster, eind juli.

OpinieOverstromingen

Geen federale onderzoekscommissie na de overstromings-ramp? Onbegrijpelijk

De ravage in Pepinster, eind juli.Beeld Joel Hoylaerts / Photo News

François Brabant, hoofdredacteur van het magazine Wilfried, vindt het onbegrijpelijk dat er na de overstromingen van juli geen federale onderzoekscommissie is opgericht. Zijn reportage vanuit de Vesdervallei staat in het jongste nummer van het blad.

Zelden heeft een reportage me zo aangegrepen als degene die me van 13 tot 18 september terugvoerde naar de vallei van de Vesder. Sinds mijn terugkeer op het terrein kijk ik met andere ogen naar de overstromingen van halverwege juli.

Neem nu de onderzoekscommissie die momenteel aan het werk is in het Waals Parlement. Redelijk snel na de ramp werd besloten die op te richten. De verhoren van experts en getuigen moeten een licht werpen op het waarom en het hoe van de gebeurtenissen, om ervoor te zorgen dat zo’n ramp zich in de toekomst niet meer herhaalt. Het is ook wat men de slachtoffers verschuldigd is: de waarheid.

Het is gezond dat het Waals Parlement zich over de zaak buigt. Minstens twee van de problemen die direct betrekking hebben op de ramp gaan inderdaad over regionale bevoegdheden: het beheer van de dammen en de ruimtelijke ordening.

Wat ik onbegrijpelijk vind, is dat op federaal niveau geen gelijksoortige commissie werd opgericht.

Op 14 en 15 juli vond een ramp met ongeziene omvang plaats, die raakte aan de fundamenten zelf van de staat, van het ‘systeem’. Op de officiële balans stonden 39 doden, duizenden vluchtelingen in eigen land, onherstelbare milieuschade, onschatbare economische verliezen … Onnoemelijk leed. Hoe kon een dergelijk drama tot stand komen? Het antwoord op die vraag moet komen van het hoogste gezag in dit land.

De Belgische staat functioneert op een ingewikkelde manier. Maar zoals ik het begrijp, staat één regel buiten kijf: als een extern probleem brutaal de zaken verstoort en de bestaanszekerheid van tienduizenden burgers bedreigt, dan is het wel degelijk aan het federale niveau om te handelen, meer bepaald het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Na de aanslagen in Brussel en na de zaak-Dutroux werd in de Kamer een onderzoekscommissie opgericht. In beide gevallen op federaal niveau dus. Waarom zou dat niet op dezelfde manier gebeuren na de ramp die zo verschrikkelijk huishield in de valleien van de Vesder, de Ourthe en de Lesse? De nasleep is anders, maar de omvang van het drama is van dezelfde orde. Net zoals na de zaak-Dutroux, net zoals na de aanslagen, gaat het om de geloofwaardigheid van de staat bij de uitvoering van haar voornaamste taak: minimale bescherming bieden aan elke burger.

Waarom werden in het verleden dus federale onderzoekscommissies opgericht, en deze keer niet? Ik vrees dat ik het antwoord weet. De aanslagen van 22 maart 2016 vonden plaats in de hoofdstad. De slachtoffers van Dutroux waren Nederlands- en Franstaligen. Dat was in het voordeel van een ‘federale’ framing.

Tweederangsburgers

Moeten we daarom besluiten dat mensen die in de vallei van de Vesder wonen beschouwd worden als tweederangsburgers? Is het omdat de slachtoffers geconcentreerd zaten in een uithoek - het zuidwesten - van de Belgische kaart dat ze niet het recht hebben de waarheid te kennen?

Wie vindt dat een onderzoekscommissie van het Waals Parlement volstaat, aanvaardt een vooringenomen lezing van de ramp. Enerzijds minimaliseert het de ernst van de ramp, door ze te reduceren tot een louter regionale kwestie. Anderzijds impliceert het dat de verantwoordelijken zich voornamelijk op Waals niveau bevinden, en niet zozeer op federaal niveau.

Niettemin zijn er wel wat vragen die rechtstreeks betrekking hebben op de federale overheid.

- Waarom waren de hulpdiensten zo laat ter plaatse? Waarom beschikten ze niet over het geschikte materieel? Waarom werd mankracht zo onoordeelkundig ingezet?
- Waarom werd de civiele bescherming in de loop van de voorbije jaren zo hard ontmanteld? Wie heeft die beslissing genomen?
- Waarom geeft de minister van Binnenlandse Zaken sinds 15 juli zo sterk de indruk afwezig te zijn, alsof de gebeurtenissen haar niet hard bezighouden?
- Hoe bereidt de Belgische staat zich voor op andere natuurrampen, zoals aardbevingen, extreme overstromingen, bosbranden?
- Waarom werkte de responsketen in de dagen voorafgaand aan de ramp zo slecht? Wie wist wat?
- Moeten we de organisatie van het leger herbekijken en voorrang geven aan investeringen in personeel en materiaal waardoor de strijdkrachten beter gewapend zijn voor hun rol ten dienste van het eigen land?
- Hoe komt het dat georganiseerde bendes systematisch woningen konden plunderen na de ramp?

Op al die vragen verdienen de mensen die op 14 en 15 juli alles verloren, tot zelfs hun leven toe, een antwoord.

U kunt tegenwerpen dat parlementaire onderzoekscommissies een imperfect democratisch instrument zijn. Dat klopt. Ik ben zelf geen groot voorstander van het concept. Maar als je er een organiseert op regionaal niveau, dan is het absurd dat niet ook te doen op federaal niveau. Bovendien hebben onderzoekscommissies, hoe onvolkomen ook, wél de verdienste dat ze getuigenissen voor het voetlicht brengen, analyses met elkaar confronteren, uitdagingen oplijsten en het publiek op de hoogte brengen van bepaalde vragen die tot dan alleen leefden in kringen van ingewijden.

Populistisch

En dan nog een bedenking. Ik hoor vaak van mensen, vooral uit de hoek van de milieubeweging, dat het ‘populistisch’ is om op zoek te gaan naar verantwoordelijken voor de fouten die halverwege juli gemaakt werden. De verantwoordelijken zijn per slot van rekening bekend: de opwarming van de aarde, maar evengoed de domme keuze om in de buurt te gaan wonen van een rivier waarvan geweten is dat die regelmatig buiten de oevers treedt.

Het is duidelijk dat we wel eens mogen nadenken over de ruimtelijke ordening, de buitensporige betonnering, de versnippering van het landschap, de ontsporende demografie, enzovoort. Het is een feit: de bevolkingsdichtheid in overstromingsgebied in Verviers of Vaux-sous-Chèvremont is van redelijk recente datum. Tot aan de industriële hausse ongeveer twee eeuwen geleden waagden mensen zich niet in dat moerasland. Dat geldt nog meer in de vallei van de Vesder, een rivier die bekendstaat om zijn hevige overstromingen.

Dat gezegd zijnde vind ik het onbegrijpelijk dat je mensen die alles verloren hebben gaat culpabiliseren door te stellen ‘dat ze maar elders hadden moeten gaan wonen’. Vooral als je weet dat het economische leven – en dus ook de kansen om je brood te verdienen, een school voor de kinderen te vinden of een station te bereiken – zich al tientallen jaren onderaan in de vallei bevindt.

Beeldt u in dat het in de toekomst verboden wordt nog aan de rand van rivieren te wonen. Waar gaan al die mensen die daar vandaag leven naartoe? Alleen in de vallei van de Vesder wonen volgens mij al meer dan 70.000 mensen in overstromingsgebied. Anderzijds is het vanuit ecologisch oogpunt wenselijk dat mensen leven in woonkernen in de buurt van stations, scholen, winkels en bedrijven in de vallei, in plaats van in viergevelwoningen in de heuvels. Er is dus geen makkelijk antwoord op de vraag hoe we in post-overstromingstijden aan ruimtelijke ordening moeten doen.

Daar staat tegenover dat het in België zowat een nationale sport is geworden om bouwvergunningen in de wacht te slepen die tegen elk gezond verstand ingaan. Dat moet veranderen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234