Dinsdag 17/05/2022
null Beeld DM
Beeld DM

OpinieSamira Atillah

Gaan er nu écht mensen betogen tegen de coronamaatregelen, vroeg ik me af, terwijl ik voor de zoveelste keer mijn temperatuur opnam

Samira Atillah is redacteur van deze krant.

Samira Atillah

Ik voelde me écht niet goed en wankelde op mijn benen. Mijn hoofd tolde die donderdag terwijl ik via een lange winkelstraat thuis probeerde te geraken. Hoe dat juist gelukt is weet ik niet meer, maar daar aangekomen kroop ik meteen in bed.

Met barstende hoofdpijn en vreselijke spierpijn werd ik de volgende ochtend wakker. Ik wist me een dag lang geen houding te geven van de pijn. Een sneltest bevestigde na amper een paar seconden wat ik al wist: ik had corona. Ik had me netjes aan de richtlijnen gehouden, maar nu had ik zelf prijs. Het blijft gissen waar ik de vijand tegen het lijf liep. Ik raakte lichtjes in paniek vanwege mijn auto-immuuunziekte, maar wist mezelf al vlug te sussen: ik was dubbel gevaccineerd, het zou allemaal wel meevallen.

Toch belde ik mijn dokter. “Rusten”, klonk het. “En pijnstillers nemen als het te erg wordt.” De dagen die volgden zweefde ik in een andere wereld. Mijn lichaam voelde vreemd. Ik had – behalve de gebruikelijke symptomen zoals hoest, spierpijn, hoofdpijn, een benauwd gevoel en wat koorts – ook last van een overgevoelige huid.

“Ja, daar zijn wel enkele casussen van bekend”, zei de dokter, die ik ’s nachts in allerijl opbelde. Ik huilde zoals een kindje, zoveel pijn deed het. “Het lijkt alsof ik een zonnebrand heb opgelopen, het doet zo’n pijn”, brulde ik. De lieve man zocht die nacht nog enkele artikels op en belde me terug om te zeggen dat enkele patiënten baat hadden bij een lauw bad. “Dat moet je huid goed doen.”

Een betoging tegen de coronamaatregelen in Brussel, afgelopen zondag. Beeld Eric de Mildt
Een betoging tegen de coronamaatregelen in Brussel, afgelopen zondag.Beeld Eric de Mildt

Elf uur slapen

De dagen daarna vielen mijn reuk en smaak weg. Niet dat ik nog veel at. De thee die mij nog min of meer kon verblijden proefde naar niets. En dan was er nog de vermoeidheid: als ik al kon slapen, na nachten vol pijn en gejammer, sliep ik meer dan elf uur, om slaap in te halen en omdat slaap het enige leek te zijn dat het virus wat kon temperen.

Zo nu en dan volgde ik op Twitter discussies mee. Het virus had mijn woede niet klein gekregen. Gaan er nu écht mensen betogen tegen de coronamaatregelen, vroeg ik me af terwijl ik voor de zoveelste keer mijn temperatuur opnam. “Hoe is het mogelijk?”, sms’te ik naar enkele vrienden.

Ik las af en toe de kranten en zag de coronacijfers stijgen. Ik was één eenheid in die statistieken. Maar het lijkt alsof velen de mensen achter de cijfers niet meer (willen) zien. Alsof ze alle empathie met hun medemens zijn kwijt geraakt.

“Een zieke of een dode meer of minder, who cares?”, lijken ze te zeggen. “Ik draag geen mondmasker, en ik wil geen vaccin.” Ik, ik, ik. Nu, ik wou dat ik op de dag dat er duizenden mensen in Brussel gingen betogen tegen – ocharme – een pasje en wat maatregelen de vrijheid had – want vrijheid is belangrijk voor die mensen blijkbaar – om naar mijn eigen keuken te wandelen zonder te vergaan van de pijn. Zo ver geraakte ik niet. Corona had mijn vrijheid beperkt tot mijn slaapkamer en het toilet, waar ik zelfs amper naartoe kon stappen.

Empathie

De empathie van hen die klaarblijkelijk de ‘vrijheid’ belangrijk vinden heeft wel een grens: het gaat om hun eigen vrijheid en hun comfort. Niet die van mensen met een zwakker lichaam, zoals ik. Of die van ouderen, die met zuurstofbuisjes in het ziekenhuis liggen te stikken en die wekelijks als statistieken in onze kranten verschijnen. Of die van zieke kinderen, zoals het meisje met leukemie dat thuis moet blijven omdat in het ziekenhuis de zorg niet meer gegarandeerd kan worden. Haar moeder schreef er een pakkende brief over.

Ik heb het moeilijk met het gebrek aan solidariteit van die zogenaamde vrijheidsstrijders. Gebrek aan empathie: het sluipt al jaren door onze samenleving. Onder het mom van onvrede over allerlei beleidsbeslissingen worden zwakkere individuen het slachtoffer van de boosheid en woede van een deel van de bevolking. Zoals bij het migratiedebat. Een dode vluchteling meer of minder, who cares, toch?

Die onverschilligheid tegenover anderen verontrust me ook in het coronadebat. De mensen die beweren dat ze vrijheid willen, en woest zijn op het beleid, maken nu slachtoffers. Ik kan het niet anders verwoorden, want er vallen doden. Een dieptepunt in deze ‘empathiecrisis’, want dat is het eigenlijk, was partijvoorzitter Bart De Wever (N-VA) die in De afspraak op vrijdag beweerde dat het coronavirus op vlak van oversterfte een ‘anekdotische pandemie’ zal zijn. Een dode meer of minder, who cares, toch?

Ondertussen gaat het beter met mij. Alleen ben ik nog erg snel vermoeid. Mensen die er erger aan toe zijn dan ik zullen vechten voor hun leven of sterven, en worden voor velen weer gewoon statistiek. Hoe vreselijk moet dat zijn?

De vraag is dan voor hen die dwepen met die zogenaamde ‘vrijheid’: als de vele doden jullie niets meer doen, hoever willen jullie eigenlijk gaan voor wat comfort?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234