Vrijdag 23/08/2019
Beeld rv

Column

Flirtende mannen. Ze zijn zo leuk. Ze zijn zo zeldzaam

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Je wandelt met je kameel door de droge, dorre woestijn die het leven kan zijn (ik bombardeer Mr. Wilson, mijn hondje, even tot kameel). Hier en daar heb je een paar kleurrijke nederzettingen. Daar wonen je kinderen, je vrienden of het zijn plekken waar je gaat werken. Je wandelt dagen, weken, maanden, jaren van plek naar plek en nooit kom je een oase tegen. Wel af en toe fata morgana’s van mogelijke liefde. Ze lossen op in het niets nog voor je ze bereikt.

Ze liggen midden in de zandwoestijn groen te wezen, met koele meertjes en weelderige bloemen, klaterende beekjes en vogels die mooie woorden in je oor kwelen. Optimistisch als je bent stap je er vastberaden en welgezind op af. En floep!, weg zijn ze weer of ze zijn van nature zo fake dat je er een grote bocht omheen maakt. Eenzaam stap je verder – niet ongelukkig, je hebt geleerd om alleen met je kameel op stap te zijn en te genieten van de weg. Tot je maanden later in de verte weer iets ziet opduiken waarvan je bloed sneller gaat stromen.

Je lacht, je weet dat het waarschijnlijk niet meer is dan een luchtspiegeling, maar dat kan je niet verdommen. Je bent na zoveel decennia niet meer al te veeleisend. Flirtende mannen. Ze zijn zo leuk. Ze zijn zo zeldzaam. Weinigen kunnen het goed. De meesten willen meteen aan tafel gaan. Stomvervelend is dat. Maar er zijn uitzonderingen. Magnetiserend en betoverend zijn ze, de mannen die het kunnen.

Het heeft een vreemd effect op je lichaam. Je loopt plots meer rechtop dan ooit. Je draagt je hoofd koket en je oude kalkoenennek verandert als bij wonder in een zwanenhals. Je borsten hijsen zich van pure vrolijkheid de lucht in, je huid spant zich om je lijf als een zijden korset dat je rondingen beter doet uitkomen, je benen groeien en dragen je fiere heupen die moeiteloos heen en weer wiegen. Je tanden worden witter, je mond voller en je kop schiet knetterende vuurpijlen naar je hart en zet het in lichterlaaie.

Drie oases boden zich aan. Drie! De eerste zakte al snel door de zandmand. Dan de tweede. Hij glinsterde en flonkerde als een flawless diamant, groter dan de beroemde Koh-i-Noor, een naam die ‘Berg van licht’ betekent. Zijn gloed maakte mijn huid lelieblank, mijn ogen gitzwart en mijn lippen bloedrood, Sneeuwwitje bestaat daarbij vergeleken uit grijze, doffe sneeuw. Even zagen we elkaar, wisselden nummers uit. Zes uur lang zijn we blijven appen.

Tussendoor bood de derde zich aan. Hij begon uit volle borst te zingen, geïnspireerd door de stralende poolster die ik geworden was door al dat ge-app: ‘Ne me quitte pas. Laisse-moi devenir l’ombre de ton ombre, l’ombre de ton chien!’ Blijf van mijn hond af, riep ik terug. Koh-i-Noor en ik appten elkaar verder virtueel de hemel in. Over enkele dagen zien we elkaar, zo hebben we afgesproken.

Stapelzot ben ik. Ik laat het u wel weten als ik weer op aarde ben. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden