Zaterdag 25/05/2019

Column

Fantasie vergemakkelijkt niet altijd het leven

Beeld Franky Verdickt

Spanje. Hier schijnt de zon en bloedt het verleden. In donkere, barokke kerken wenen wansmakelijke madonna’s tranen van bloed. Terecht. Het verleden bestaat hier uit een reeks eeuwige slagvelden. Sommige daarvan raken vooral de Spanjaarden zelf, zoals de wonden die tachtig jaar na de burgeroorlog nog steeds open liggen: 50.000 tot 70.000 republikeinen geëxecuteerd na de overgave; 250.000 mensen omgekomen in de 190 concentratiekampen van Franco. Helen dergelijke wonden ooit? Andere eeuwige conflicten overstijgen Spanje, zetten wereldwijd mensen tegen elkaar op, zoals de vermeende tolerantie van al-Andaluz. Die naam gaven de moslims, toen Moren genaamd, aan het Spanje dat ze in de 8ste eeuw hadden veroverd en gedurende meer dan zeven eeuwen koloniseerden.

Twee zeeën, twee werelden

Toen Granada, laatste bolwerk van de Moren in Spanje, in 1492 viel, was de positie van de Arabische kolonisatoren al een paar eeuwen kwetsbaar. In 1248 hadden de christenen Sevilla heroverd. Zij konden toen nog enkel ernstig worden bedreigd door een nieuwe invasie vanuit Noord-Afrika. Vanuit Marokko werd inderdaad een tegenoffensief ingezet. Via de baai van Algeciras trokken in 1340 de verenigde legers van de koning van Marokko en de koning van Granada westwaarts om Cadiz en Sevilla weer in te nemen.

Vanuit Malaga nemen we de snelweg in die richting. Hij voert ons langs de drukte van de Middellandse Zee. De afslagen doen menig vakantieganger dromen: Torremolinos, Benalmadena, Marbella, Puerto Banus, Estepona. Vandaag weer ingenomen, nu door olierijke Moren. Zij bouwen er indrukwekkende villa’s, groter nog dan die van de Franse en de Russische maffia die zich ook graag rond Marbella nestelen. De Spaanse veiligheidsdiensten luisteren deze laatsten af. Karen Dawisha vertelt in het onthutsende boek Putin’s Kleptocracy hoe zij plots Poetin te horen kregen, illegaal in het land om de rijke vriendjes even te bezoeken.

Voorbij Algeciras slingert de weg zich langs de rotsen. De kusten van Afrika, soms maar 13 kilometer verwijderd, raken je ziel. De mondaine Middellandse Zee vloeit hier over in de Atlantische oceaan. Dit is het magische Entre dos Aguas van Paco de Lucia. In Tarifa daalt de weg tot op zeehoogte. Hier begint de mooiste reeks stranden van Spanje. Niet ver hier vandaan, in de buurt van Vejer, stuitten de Moorse legers eind oktober 1340 op die van de koningen van Portugal en Castilië. Zij werden beslissend verslagen. De Middenlandse Zee en de smalle Straat van Gibraltar scheiden sindsdien beschavingen. Langzaam zou vanuit Andalusië een van Spanjes eeuwige slagvelden groeien.

Het strekt zich uit rond de stelling, de mythe volgens de tegenstanders, dat het moorse al-Andaluz een succesrijke multiculturele samenleving was, gekenmerkt door religieuze tolerantie. Die verdraagzaamheid zou door de katholieke koningen vervangen zijn door obscurantisme. Het is een van die verhalen over het verleden die een aantal mensen blijkbaar helpt om in het heden te leven. Het draagt in zich de hoop op een vreedzame toekomst voor de hedendaagse diverse samenlevingen, en het doet dat op een manier die impliceert dat de islam een seculiere samenleving kan baren. 

Inmiddels is dat officiële doctrine. President Barack Obama, op 4 juni 2009, aan de Universiteit van Caïro: “De islam heeft een fiere traditie van tolerantie. We zien dat in de geschiedenis van Andalusië en Cordoba tijdens de Inquisitie...” Die “tijdens de Inquisitie” staat daar een beetje mal. Het kalifaat van Cordoba werd in 1031 onder de voet gelopen door fundamentalistische Berbers; vanaf 1236 is Cordoba weer in handen van de christenen; de Spaanse Inquisitie werd pas in 1478 opgericht, meer dan tweehonderd jaar later. De uitspraak betracht duidelijk geen historische accuraatheid. Zij wil de tolerantie van de islam scherp contrasteren met de onverdraagzaamheid van het christendom. Is het verantwoord dat te doen?

Nog niet zo oud, die tolerantie

Er is geen eensgezindheid over hoe tolerant al-Andaluz werkelijk was. Sommige auteurs hangen het beeld op van een haast idyllische seculiere samenleving, anderen belichten de voortdurende vernedering, het massaal onthoofden en kruisigen, de duizenden slaafsoldaten en seksslaven. Er is een akelige overeenkomst tussen het beeld dat zij schetsen van het dagelijkse leven in al-Andaluz en de berichten die ons sinds een paar jaar bereiken over de wreedheden van IS. 

Algemene uitspraken over de tolerantie van al-Andaluz, zoals die van Obama, zijn alvast onverantwoord. Tussen het begin van de invasie en de val van Granada ligt bijna 800 jaar. Tolerantie voor andere levensbeschouwingen zal over die tijd wel flink hebben gefluctueerd. De Spaanse Inquisitie en de Noordwest-Europese seculiere staten worden door veel minder dan 800 jaar gescheiden. De periodes waarin het samenleven in al-Andaluz wat beter lukte – men verwijst dan doorgaans naar de dynastie van de Omajjaden in Cordoba (750-1031) – verdienen daarenboven ternauwernood het etiket 'tolerant'. 

De christenen konden christen blijven mits ze een speciale, op vernedering gerichte taks betaalden en zich tevreden stelden met tweederangsburgerschap. De in Spanje heersende versie van het soennisme, het malikisme, is volgens veel islamkenners strenger dan wat toen gangbaar was in het Midden-Oosten. Op vrijdenken en blasfemie stond de doodstraf. Dronkenschap moest volgens de handleidingen worden bestraft met tachtig zweepslagen, herhaaldelijke dronkenschap (de grens lag op vier keer) met de dood. Christenen en joden werden onzuiver geacht. Men kon niet drinken uit een put waaruit zij water putten, niet stappen op stenen die zij met blote voeten hadden betreden. Die regels werden waarschijnlijk niet altijd even strak toegepast, maar laksheid is geen tolerantie. Lakse koningen kregen ook snel tegenwind van de clerus.

De christenen, maar ook de joden emigreerden vrij massaal naar de noordelijke christelijke koninkrijken. Toen Granada in 1492 werd ingenomen, waren er geen christenen meer in de stad. Het waren gewoon geen tolerante tijden, noch onder de islam, noch onder het christendom. De christenen begonnen in de 16de eeuw de moslims hardhandig te bekeren en toen dat niet naar wens verliep, begonnen ze in 1609 met het verdrijven van de moslims uit Spanje.

Vijfhonderd jaar na de val van Granada hebben landen met een christelijke traditie, tegen het christendom in, veel seculiere samenlevingen voortgebracht. Islamlanden deden dat nauwelijks. Waarom? Is het inherent aan die religies of is het een gevolg van de maatschappelijke context waarin zij evolueren? Kan een minder vooringenomen studie van al-Andaluz ons helpen bij het uitbouwen van een diverse, seculiere samenleving? Het besluit lijkt me eigenlijk al lang duidelijk. De islam blijkt gewoon een hardnekkiger religie dan het christendom. Bekering tot de islam verliep en verloopt altijd vlotter dan bekering vanuit de islam naar een andere godsdienst. En het harde en relevante gegeven is gewoon dat in landen met een sterke meerderheid diepgelovige mensen – christenen, moslims of joden, dat doet er niet toe – tolerantie en secularisme hoogst onwaarschijnlijk zijn. It’s religion, stupid.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.