Vrijdag 19/04/2019

Opinie

Euthanasie: wie stelt zich eigenlijk boven de wet?

Beeld THINKSTOCK

Fernand Keuleneer is advocaat en voormalig plaatsvervangend lid van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie  (2002-2012).

Voor de zoveelste maal werd het herhaald: een aantal verzorgingsinstellingen zou "de euthanasiewet niet toepassen". Meer bepaald stellen katholieke instellingen zich "boven de democratisch gelegitimeerde wetgeving".

Ook voor de zoveelste maal: die bewering is niet correct. De euthanasiewet verplicht ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen niet om euthanasie in hun "zorgpakket" op te nemen.

De parlementaire documenten zijn hierover klaar, duidelijk en ondubbelzinnig. Ik verwijs onder meer naar het verslag van de Kamercommissie voor justitie (p. 178):
"De voorzitter (volksvertegenwoordiger Fred Erdman, FK) besluit dat in de juiste interpretatie van het voorliggende ontwerp instellingen het recht hebben om de toepassing van euthanasie te verbieden binnen de muren van de instelling. Geen lid verzet zich tegen deze interpretatie van de voorzitter." (DOC 50 1488/009, zittingsperiode 2001-2002) In het verslag van de plenaire zitting van donderdag 16 mei wordt dit herhaald.

Fernand Keuleneer. Beeld Photo News

Ook als instellingen de toepassing van euthanasie binnen hun muren niet toelaten, respecteren ze dus ten volle de wet, die hun deze vrijheid waarborgt.

De wet creëert immers geen subjectief, laat staan fundamenteel recht op euthanasie, maar beperkt zich tot de niet-strafbaarstelling van artsen die euthanasie in de wettelijke voorwaarden uitvoeren. De wetgever heeft geoordeeld - mijns inziens terecht - dat een correcte medische begeleiding bij het levenseinde niet noodzakelijk de mogelijkheid tot euthanasie insluit.

Hoe dan ook dienen verzorgingsinstellingen mijns inziens wel af te rekenen met een bestaande dubbelzinnigheid die moeilijk te ontkennen valt. Wat bijna onvermijdelijk tot problemen moet leiden is de verklaring van "principiële openheid" voor de toepassing van euthanasie, gekoppeld aan formaliteiten die de uiteindelijke beslissing door een derde instantie (voorbeeld: ethische commissie) laten nemen. Een "ja, misschien" houding die uiteindelijk in een "neen" uitmondt, zal door sommige patiënten niet aanvaard worden, en dat is begrijpelijk wanneer de vereiste duidelijkheid ontbrak en het daardoor voor een patiënt te laat is om nog in waardige omstandigheden een beroep te kunnen doen op een arts buiten de instelling. Om de patiënt toe te laten tijdig een oordeelkundige keuze te maken, en dat is zijn recht, zijn duidelijkheid en transparantie nodig, zowel wat betreft de "verkrijgbaarheid" van euthanasie in de instelling, als omtrent de andere beslissingen bij het levenseinde.

Onder die voorwaarde is het een zeer goede zaak dat binnen het kader van de wet instellingen met een verschillend model van begeleiding bij het levenseinde naast elkaar bestaan. Nog afgezien van het maatschappelijk belang van de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid om gestalte te geven aan een levensbeschouwing, kan niet genoeg worden opgelet voor een te grote vanzelfsprekendheid van euthanasie en zelfgekozen dood, al dan niet onder druk van toenemende financiële krapte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.