Maandag 15/07/2019

Opinie

Europa moet niet leren van China, maar zijn eigen toekomst vormgeven

Jonathan Holslag doceert internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel en is auteur van De kracht van het paradijs: hoe Europa kan overleven in de Aziatische Eeuw.

Wat was ik verwonderd toen ik Paul De Grauwe zijn stukje over China las, verwonderd vooral dat een professor economie zich zo gemakkelijk laat inpakken door het uiterlijk vertoon van een stad als Sjanghai, verwonderd ook over zijn stelling dat Europa wat kan leren van China (DM 26/8).

Net als De Grauwe heb ik ontzag voor de nijverheid van China, maar als economen dat land als rolmodel voor Europa beginnen opvoeren, begin ik me echt zorgen te maken over hun vermogen om mee het pad uit te stippelen voor een betere economie.

Ik kan het niet laten om kort nog eens enkele zaken op een rij te zetten, die de Grauwe als LSE-prof toch zou mogen weten. Om te beginnen is China een ontwikkelingsland. Het is gemakkelijker om groei door investeringen te creëren in een arm land, waar op vele plaatsen nog geen infrastructuur is, dan in een rijk land.

Ten tweede is China geen democratie. Dat heeft de overheid de voorbije jaren toegelaten om gezinnen te dwingen netto voor een paar triljoen dollar aan spaargelden naar de overheid en de bedrijfssector te versassen én investeringen te stimuleren op een manier die in een vrijere markteconomie gewoon niet mogelijk zouden zijn.

Ten derde zijn die investeringen daardoor zwaar ten koste gegaan van de binnenlandse markt, tot op het punt dat de infrastructuur - publiek en privaat - zich veel te snel heeft ontwikkeld in vergelijking tot de vraag. De overcapaciteit in sommige sectoren is enorm. Een tijdelijk en normaal fenomeen, zo stel ik vast, maar de overheid heeft het bijzonder lastig die kloof te dichten.

Ten vierde dwingt dat systeem van financiële repressie om een groot deel van de overcapaciteit te externaliseren door zeer agressieve exportpromotie. Je kunt nu tegenwerpen dat wij misschien ook onze export moeten opdrijven, maar we weten uit de economieboekjes goed waartoe gelijktijdige pogingen om uitvoer te vergroten leidt, juist, nog meer miserie.

Het is echt dramatisch dat zo veel academici en politici zich zo gemakkelijk laten overdonderen in China. Het toont aan hoe beperkt onze capaciteit in Europa is om onze eigen toekomst te verbeelden en vorm te geven.

Ik vraag me overigens af met wie De Grauwe in China van gedachten heeft gewisseld. Als hij de kans had gekregen om met economen uit de overheidsinstellingen te spreken, zou hij wellicht beter weten en andere inzichten delen in deze krant.

Zijn conclusie zou dan niet zijn dat Europa moet leren van de Chinezen, maar dat we beide muurvast zitten in onze economische premissen en dat we harder moeten zoeken naar een model dat evenwichtig, duurzaam, voldoende arbeidsintensief én aangenaam is. We weten nu zo onderhand wel wat er scheef zit in Europa en de wereldeconomie. En ja, dat is beangstigend.

Maar kunnen de heren economen nu alstublieft met een wat kritischer geest beginnen nadenken over wat de alternatieven zijn, hoe we precies investeringen verstandig kunnen aanwenden, hoe die investeringen kunnen leiden tot duurzame banen én hoe we de belangen van de toekomstige generaties European kunnen veiligstellen door ons te weren tegen de keiharde economische machtspolitiek die landen als China voeren en tezelfdertijd met landen als China te werken aan een toekomst die beter is. In godsnaam.

Beeld Eric de Mildt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden