Dinsdag 22/10/2019

Opinie

Europa kan het niet maken om nu weg te kijken van diepe ellende in Syrië

Soldaten maken zich klaar voor de operatie om de Koerdische gebieden binnen te vallen. Beeld EPA

Willem Staes is beleidsmedewerker Midden-Oosten van 11.11.11. Hij was enkele maanden geleden in Noordoost-Syrië.

Zondag kondigden de Verenigde Staten aan dat ze het licht op groen zetten voor een Turkse militaire invasie in Noordoost-Syrië. Het lijkt daardoor een kwestie van dagen vooraleer Turkije binnenvalt in Noordoost-Syrië. De Turkse President Erdogan wil op die manier een zogenaamde ‘safe zone’ installeren, om één tot twee miljoen Syrische vluchtelingen terug te kunnen sturen en de Syrische Koerden te verdrijven uit het gebied.

De vraag is niet zozeer of Turkije zal binnenvallen, wel wanneer en op welke manier. Maar vooral: wat zal de reikwijdte zijn van een Turkse militaire inval, en met welke impact?

Zelf bezocht ik Noordoost-Syrië begin 2019 om er onderzoek te doen en de lokale partnerorganisatie van 11.11.11 te bezoeken. Ik kon er met eigen ogen vaststellen dat het gebied een kruitvat is dat op ontploffen staat. Terreurgroep IS mag dan wel militair verslagen zijn, de humanitaire situatie blijft catastrofaal terwijl Syrische burgers proberen te overleven tussen het puin van kapotgebombardeerde huizen.

Ondertussen hergroeperen zogenaamde “slapende cellen” van IS zich in het gebied, en bereidt de terreurgroep een comeback voor. Internationale hulp blijft grotendeels achterwege.

Europese belangen

Trump en Erdogan dreigen nu het vuur aan de lont te steken. Zo’n militaire escalatie in Noordoost-Syrië zou niet alleen zware humanitaire gevolgen hebben voor Syrische burgers in het gebied, maar bedreigt ook verschillende vitale Europese belangen. In Noordoost-Syrië én in de bredere regio.

Op korte termijn zouden volgens schattingen van de Verenigde Naties tot 340.000 Syriërs op de vlucht kunnen slaan voor het oorlogsgeweld. Daarnaast is de kans reëel dat internationale hulporganisaties zich uit veiligheidsoverwegingen terugtrekken uit het noordoosten, waardoor Syrische burgers geen of erg beperkte toegang hebben tot humanitaire hulp. Donoren zullen wellicht ook twee keer nadenken om bestaande heropbouwprogramma’s – die nu al erg beperkt zijn in omvang - te financieren.

Een ander gevaar is dat de Syrische Koerden, die nu verschillende detentiecentra bewaken waarin IS-terreurverdachten zitten opgesloten, troepen verplaatsen naar de Turks-Syrische grens. Op die manier zouden tot 10.000 (mogelijke) IS-strijders, inclusief 2.000 buitenlandse Syriëstrijders, kunnen ontsnappen. Een Turkse invasie zou ook leiden tot grotere chaos en een potentieel machtsvacuüm in het gebied, wat IS de wind in de zeilen kan geven om een comeback te maken.

De creatie van een zogenaamde Turkse “safe zone” kan er ook toe leiden dat Syrische vluchtelingen in Turkije nog meer onder druk gezet worden om terug te keren naar Syrië. Niet alleen zou het onverantwoord en contraproductief zijn om Syriërs te dwingen om terug te keren naar een onveilig gebied. Dergelijke dynamiek dreigt ook de demografische kaart in het gebied grondig te hertekenen en te manipuleren, met alle gevolgen van dien voor de toekomstige stabiliteit van het gebied.

Wat nu?

Europa kan in dit alles geen passieve toeschouwer zijn. Europese landen, inclusief België dat momenteel in de VN-Veiligheidsraad zetelt, moeten hun volle diplomatieke gewicht in de schaal werpen om ervoor te zorgen dat Turkije afziet van een grootschalig militair offensief in Noordoost-Syrië.

Europese landen kunnen binnen de VN-Veiligheidsraad ook opties verkennen om internationale observatoren te ontplooien in het Turks-Syrische grensgebied, en duidelijk maken dat onvoorwaardelijke toegang voor humanitaire organisaties ten allen tijde verzekerd moet blijven.

Turkse soldaten zijn op weg naar de grens met Syrië. Beeld AFP

Eens het gevaar van een grootschalige Turkse invasie afgewend is, kunnen EU-landen ook een grotere verantwoordelijkheid opnemen om lokale heropbouwinspanningen in het gebied te ondersteunen. Op die manier kunnen – op termijn- de voorwaarden gecreëerd worden voor een veilige én vrijwillige terugkeer van Syrische vluchtelingen, in lijn met internationale standaarden. In de tussentijd kan de EU ook een extra inspanning leveren om Turkije bij te staan in de opvang van de 3.6 miljoen Syrische vluchtelingen in het land.

Een sterkere Europese inspanning is niet enkel een morele verantwoordelijkheid, maar ook een strategische noodzaak. Onze rug toekeren naar Syrische burgers is het beste recept voor méér instabiliteit, méér Syriërs die op de vlucht moeten en een groter risico op een snelle comeback van terreurgroepen als Islamitische Staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234