Donderdag 02/07/2020
Beeld Levon Biss.

Column

Ergens onderweg hebben we de voeling met de schoonheid van insecten verloren

Jean-Paul Mulders onderzoekt alles wat u bij de hersenkwabben kan grijpen.

“Alleen Lemmy en de kakkerlakken zullen een atoomoorlog overleven”: het was lang een boutade bij metal­heads. De zanger van Motörhead is al een paar jaar dood nu, en met de insecten schijnt het ook niet goed te gaan. De afgelopen kwart­eeuw zijn ze elk jaar met 2,5 procent minder – ik dacht al dat ik er minder vaak een tegen mijn voorruit zag openspatten. In dat tempo kunnen insecten over enkele decennia verleden tijd zijn.

Zulk nieuws maakt mij droevig. Ondanks mindere ervaringen met kakkerlakken en muggen, heb ik altijd een boon gehad voor kerfdieren. Zo werden insecten vroeger genoemd, met een woord dat ik mooier vond.

Ik bezit een microscoop met twee oculairs die kerfdieren tot veertig keer kan vergroten. Als je ze zo ziet, worden het prachtige wezens van een buitenaardse schoonheid. Ze hebben felgekleurde pantsers en ogen als geslepen edelstenen. Op hun poten, die met het blote oog dof en bruin lijken, verschijnen glinsterende kleuren waaronder subtiele blauwen. Bijzonder is zelfs de regenboogglans op de vleugels van pakweg de bromvlieg.

Insecten blijven natuurlijk wel rare snuiters. Soms is er ruimdenkendheid nodig om hun features te appreciëren. Het oor van de bidsprinkhaan, bijvoorbeeld, zit op z’n buik tussen de looppoten. Na elke vervelling functioneert het iets beter.

Vroeger, toen mensen dichter bij de natuur stonden, konden ze meer waardering opbrengen voor de eigenaardigheden van insecten. In zijn beroemde gedicht ‘Het schrijverke’ durfde Guido Gezelle niet uit de kast komen. Maar hij verklaarde wellustig zijn liefde voor het kerfdier met de wetenschappelijke naam Gyrinus natans: ‘O krinklende winklende waterding / met ’t zwarte kabotseken aan / wat zie ik toch geren uw kopke flink / al schrijven op ’t waterke gaan!’

Een juwelenkever door de lens van Levon Biss.Beeld Levon Biss

Ergens onderweg hebben we de voeling met dat soort schoonheid verloren. Wat te klein is of krieuwelt, zijn we volautomatisch als ongedierte gaan beschouwen. Als tegengif kan het helpen om beelden van de Britse fotograaf Levon Biss te bewonderen. Die was wat uitgekeken op zijn werk, tot zijn zoontje op een blauwe woensdagmiddag uit de tuin een kever naar binnen bracht. “Samen ontdekten we de fascinerende wereld van de insecten”, zegt Biss. “Ik had al mijn vaardigheden nodig om die wondertjes van vijf millimeter groot te fotograferen.” Soms stelt hij één diertje samen uit een paar duizend afzonderlijke beelden. De resultaten zijn adembenemend.

Ook tegengif is Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans nog eens ter hand nemen. Je kijkt dan met dezelfde verwondering naar kerfdieren als de kleine Erik: ‘Vlak voor hem stond een reusachtige wesp, die hem onbeweeglijk aanstaarde. Erik was een beleefd jongetje. Hij boog diep en zeide: ‘Dag meneer de weps.’ ‘Wesp’, sprak de wesp. ‘Weps’, zei Erik blozend. Het was altijd een van zijn moeilijke woorden geweest.’

Dat buigen doe je trouwens niet alleen voor hun schoonheid. “We kunnen echt niet zonder de vliegende, kruipende en zwemmende diertjes”, liet een bioloog nog optekenen. “Als de insecten verdwijnen, zullen de mensen lijden.”

www.levonbiss.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234