Woensdag 25/05/2022

OpinieJan Vanriet

Er wenkt een utopia voor ontregelende vrijbuiters

null Beeld Jan Vanriet.
Beeld Jan Vanriet.

Jan Vanriet (1948) is schilder en schrijver. Onlangs publiceerde hij de dichtbundel Pizza en de Dood en de roman Rovers.

Redactie

Er was een tijd dat ik, scholier, romantisch dweepte met de Franse bravoure van ‘liberté’, dat elan in revolutionaire gedachten voortvloeiend uit de bestorming van de Bastille. Ik ontdekte haar – de vrijheid was een genereuze vrouw, geen tussenmens – op een groots schilderij van Eugène Delacroix. Daarop de moedige Marianne als een Griekse godin die het opstandige gepeupel aanvuurt, tussen kruitdampen, boven op de barricades. Jazeker, mijn bewondering voor die bevlogenheid was groot, maar ook voor dat prachtige figuur, een silhouet even uitdagend als dat van Michelle Mercier, ‘la Marquise des Anges’. Ja, ik beken.

Toen daagden de golden seventies, opende het consumentenparadijs, stilaan quasi iedereen naar een vakantieland, snelkrediet mee in de bagage. Mijn auto is mijn vrijheid, een gewiekste commerciële slogan. Onbezorgde woorden die een heersende mentaliteit wisten te capteren. Wannes Van de Velde bleek echter een stoorzender, hij gebruikte de leuze voor een kritisch lied tegen dat ‘nief geloof’, riposterend met het refrein “de ware vrijheid, dat is ons doel”.

Dat doel, wist sarcastische Wannes, was ons eigen goesting, de pleziertjes van elke individualist. Vrijheid bleek niet dat magnifieke visioen afgebeeld door Delacroix. Vrijheid was ook niet het heil van het collectief, een ideaal waarvoor, nauwelijks enkele decennia eerder, strijders in het verzet hun hachje veil hadden, of waarvoor, zelfs tijdens onze gouden jaren zeventig, geestesarbeiders crepeerden in de rijstvelden van Mao of Pol Pot. Dat was veraf.

Vandaag blijkt vrijheid een herontdekte, blitse gedachte. Zeker nu er discussies oplaaien over nieuwe strategieën om het coronavirus in te dijken, en de overheid de optie van een verplichte inenting node op tafel legt. Bliksemreacties van antivaxers klinken niet mis. Men betwist hardnekkig de grondwettelijke basis, hoewel er een precedent bestaat: een in België wettelijk verplicht, algemeen aanvaard, poliovaccin. En merkwaardig genoeg klinkt er geen verzet tegen een internationaal erkend bewijs van inenting tegen gele koorts of malaria, vereist om naar een lekker tropisch land te reizen.

Wantrouwen tegenover de overheid doet complottheorieën vrolijk bloeien. Controles worden beschouwd als een buitengerechtelijk middel om mensen te sociaal te deactiveren. Sommigen hebben het ongenuanceerde gevoel in een dictatuur te leven; ze merken zelfs toenemend politiegeweld. Of was dit, na de recente betoging in Brussel, simpelweg een slip of the tongue: de vernielingen en enkele agenten in het ziekenhuis geknuppeld. Er zijn rechtse ‘vervolgden’ die zich verdwaasd een Jodenster opspelden, het vaccinatiecentrum als een hedendaags Treblinka, allez? Gebrek aan historisch inzicht is triest, ook soms hilarisch. In een schotschrift werd het regime De Croo - Vandenbroucke vergeleken met Robespierres Schrikbewind, alsof een overspannen Jacobijn vrijdag het weifelende overlegcomité voorzat. Straks een guillotine in de Overpoort!

Eens de politiek in het vizier vinden trollen een prima speelveld om via gemonteerde onwaarheden de legitimiteit van de door hen verfoeide ‘neoliberale bestuursvorm’ te betwisten. Militante cohorten die het warrige protest kapen en vanuit een primaire reflex hun ‘vrijheid’ opeisen, hoewel dat een doos is met nauwelijks inhoud, het continu zich beperkt tot, zoals Wannes al zong: ons doel! Die zelfzucht eist privileges, betwist plichten. Er wenkt een Utopia voor ontregelende vrijbuiters, zonder de bekommernis medeburgers te beschermen. Maatschappelijke afzijdigheid als een noli me tangere: raak me niet aan, blijf van me weg! ‘Meester van eigen lichaam’ als prioriteit. Meester om het voor anderen te verzieken.

Onlangs zag ik Albert Camus aangehaald: “Vooral het welzijn van de mensen is altijd het alibi van tirannen geweest, en het biedt bovendien een goed geweten aan huisdienaren van de tirannie.” Prompte woorden, geschreven door een Nobelprijs-winnaar. Ze bezorgen de argumentatie enige ernst. Het citaat werd geplukt uit Eerbetoon aan een verbannen journalist, 1957. Daarin verklaarde Camus zijn steun aan een Colombiaanse journalist die aanslagen had overleefd, wiens krant El Tiempo werd vervolgd. Een andere situatie dan een caféverbod zonder coronapasje.

Maar Camus gaf nog een bedenking mee, die niet werd geciteerd: “De vrijheid van eenieder vindt haar grenzen in die van de anderen: niemand heeft het recht op een absolute vrijheid.” Een boeiend gespreksonderwerp, de komende weken, knus binnen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234