Donderdag 09/04/2020

OpinieBetty Cortvriendt

‘Er was eens een stout monster, coronavirus was zijn naam’

Iedereen blijft in huis.Beeld AP

Betty Cortvriendt (40) woont met haar vriend Gian Maria en zoontjes Jules (3,5) en Robert (1,5) in het Zuid-Italiaanse Foggia.

“Wanneer komt Victor?” Dat waren twee weken geleden bij het wakker worden steevast de eerste woorden van mijn zoon Jules. Ik gaf hem het exacte antwoord op de vraag wanneer zijn Belgische neefje eindelijk eens naar Italië kwam: nog 33 keer slapen. Wanneer komt Victor? Nog 32 keer slapen. Victor? Nog 31 keer slapen. Op een dag konden we niet meer aftellen. “Wanneer Victor komt, dat weet ik niet jongen. Voorlopig niet.”

Maar er kwamen nog vragen, de gevreesde waaromvragen. Hij vroeg me waarom hij niet naar school kon. Ouders moeten zogezegd in dialoog gaan met hun kind, en niet doen zoals hun ouders deden: “Waarom? Daarom!” Ik leg niet te veel uit, maar verbloem de dingen ook niet. Vorige maand hield Jules elke dag op weg naar school halt bij een dood vogeltje op de stoep. “Wat is dat?”, vroeg hij. “Dat is een dood vogeltje”, zei ik. “Die is dood, die kan niets meer, die blijft daar liggen tot ze hem komen halen.” De onomwonden waarheid. Een paar dagen later lag dat dode vogeltje er inderdaad niet meer.

De school, die was Jules snel vergeten, maar andere veranderingen verteerde hij minder goed. Kinderen zijn gewoontedieren, en elke dag veranderde er wel iets. Hij wou weten wanneer we naar oma in België gingen en waarom we nu niet gewoon het vliegtuig namen, net als altijd. “Mag ik mee naar het winkeltje?”, net als altijd. “De zon schijnt, we gaan naar het park, toch?”, net als altijd. Hij snapte er niks meer van, het was tijd voor verduidelijking. De harde waarheid? Geen optie! Op de WhatsApp-mamagroep verscheen een filmpje. Aan de hand van kindertekeningen vertelde een lieve dame met geruststellende stem:

“Er was eens een stout monster, coronavirus was zijn naam. Het monster trok de wereld rond en deed iedereen op zijn pad huilen. De kinderen huilden, de wereld huilde. Toen kwam er een dokter en die zei: ‘Blijf in huis.’ Het monster dwaalde door de straten, maar die waren leeg. De kinderen zaten thuis, te spelen met hun mama en papa. Het monster werd razend en veranderde eensklaps in een blij jongetje. Iedereen keerde terug op straat en leefde nog lang en gelukkig.”

Jules luisterde met open mond. Ikzelf had zo mijn twijfels over het oproepen van het beeld van een stout monster, en al zeker voor het slapengaan. Er kwam nog een vraag en ik hield het bij een korte uitleg over veel mensen die verkouden zijn. We blijven binnen, zodat iedereen kan genezen en niemand nog ziek wordt. Punt. 

Sindsdien is de storm aan vragen wat geluwd en is de frons op het voorhoofd van mijn zoon wat minder diep. Misschien door dat verhaal van dat monster, misschien door mijn woorden. Of misschien is hij het al gewend en doet hij wat ikzelf en zijn broer van anderhalf al van in het begin doen: ondergaan en er het beste van maken. En niet alles is anders. We maken nog steeds tekeningen van het speelplein. We tekenen de glijbaan, de schommel en het klimrek. En ook de toegangspoort, net als altijd. Daar zijn we nu wat langer zoet mee, want die poort, die blijft even dicht.

Beeld Photo News
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234