Maandag 21/10/2019

Opinie

Er moet nog veel gebeuren om suïcidaliteit bij studenten aan te pakken

Beeld thinkstock

Professor Ronny Bruffaerts is hoofddocent aan het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven. "De studententijd is een kwetsbare periode voor het ontstaan van suïcidaliteit", schrijft hij, samen met zijn collega's van de KU Leuven Koen Demyttenaere, Anne Neyskens, Samira Akhtar en Rik Gosselink.

'276 zelfmoordpogingen van studenten in 2014' kopt De Morgen op 2 februari 2016. Dat elke suïcidepoging er één te veel is, behoeft weinig duiding en interpretatie. Waar we wel dieper op in willen gaan is de vraag of suïcidaliteit vaker voorkomt bij studenten en wat wij als maatschappij daaraan kunnen doen.

Vooreerst is het belangrijk erop te wijzen dat suïcidaliteit des mensen is. Het maakt deel uit van het mens-zijn, is van alle tijden en komt voor in alle maatschappijen. Verder is het ook belangrijk te weten dat een suïcide niet hetzelfde is als een suïcidepoging. Het aantal suïcides bij studenten is beperkt en lager dan in de algemene bevolking.

Als maatschappij hebben we de verantwoordelijkheid en de taak het fenomeen zo goed mogelijk te bestuderen en te begrijpen, zo komen we risicofactoren en beschermende factoren op het spoor. Pas dan kunnen we met gepaste middelen en gerichte interventies aan de slag.
Dat 276 studenten een zelfmoordpoging ondernamen is belangrijk. Maar de essentiële boodschap is niét dat studenten een verhoogde kans hebben op suïcidaliteit, het is vooral dat hun jonge leeftijd een kwetsbare periode is voor het ontstaan van dergelijke problemen.

De relatief korte periode tussen de late adolescentie en de jongvolwassenheid is er immers één van grote uitdagingen: persoonlijke ontwikkeling, sociale ontwikkeling, het aangaan en onderhouden van langdurige relaties, zich settelen. Studenten hebben daarenboven een bijkomende risicofactor. Het aanvangen van de voortgezette studies gaat meestal gepaard met een breuk in de sociale cohesie, de verbondenheid met het thuismilieu, de bestaande structuren (sportclub, scoutsvereniging, ...) en de vriendenkring. Talrijke buitenlandse universiteiten - en enkele Belgische (waaronder het MindMates-project van de KU Leuven) - hebben dan ook specifieke programma's en initiatieven om studenten met elkaar te verbinden op eerder informele bijeenkomsten.

Maar er is meer nodig. Suïcidaliteit en emotionele problemen zijn complexe veelzijdige klinische fenomenen en dus zal de aanpak ook complex en veelzijdig zijn. Om het probleem effectief én duurzaam aan te pakken moeten we op verschillende vlakken actie ondernemen. We moeten de zogenaamde 'mental health literacy' verhogen: jongeren moeten begrijpen wat emotionele problemen zijn en hoe ze best aangepakt worden. We moeten de verbondenheid tussen studenten stimuleren. En we moeten ook zogenaamde gatekeepers opleiden. Daarbij gaat het om mensen die beroepshalve in contact komen met studenten en zo problemen al vroeg kunnen opsporen of herkennen (zoals studietrajectbegeleiders of poetsvrouwen in de studentenresidenties).

Ook op behandelvlak dient er wat te gebeuren: studenten zijn minder vaak geneigd om behandeling te zoeken. Stigma is hier belangrijk, maar er is een factor die nog belangrijker is: personen met emotionele problemen - ook ernstige - denken vaak dat het niet nodig is om in behandeling te gaan en dat de negatieve gedachten snel zullen overwaaien. Dat is een houding die niet makkelijk te wijzigen is en een doorgedreven sociaal-psychologische aanpak behoeft. Ten slotte is er nog meer kennis nodig over de specifieke factoren (zoals zelfbeschadigend gedrag of de mate van verbondenheid met medestudenten) die binnen een context van het hoger onderwijs aanleiding geven tot emotionele problemen. Door deze kennis zullen we in staat zijn bepaalde risicogroepen beter af te bakenen waardoor een vroege en meer gepersonaliseerde aanpak preventief kan zijn.

Eén en ander impliceert dat duurzame suïcidepreventie zich dus niet beperkt tot een eenvoudige campagne of een initiatief tot mentaliteitswijziging. Suïcidepreventie in het hoger onderwijs - en wellicht ook daarbuiten - moet zich richten op verschillende vlakken waarin verschillende actoren (beleidsmakers, clinici, studenten, ...) betrokken zijn.

Prof. Ronny Bruffaerts, hoofddocent KU Leuven, Universitair Psychiatrisch Centrum; Prof. Koen Demyttenaere, hoogleraar KU Leuven, Universitair Psychiatrisch Centrum; Anne Neyskens, directrice Studentengezondheidscentrum, KU Leuven; Samira Akhtar, studentenpsychologe, Studentengezondheidscentrum, KU Leuven; Prof. Rik Gosselink, vicerector Studentenbeleid en Sportbeleid, KU Leuven

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan anoniem contact opnemen met de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234