Vrijdag 06/12/2019

Opinie

Er is weinig niet problematisch aan de uitspraak van De Roover

Michael De Cock Beeld rv

Michael De Cock is artistiek leider van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. 

Soms is het goed om even naar de geschiedenis te kijken, ook wat cultuur betreft. In 1973 werd het Cultuurpact gestemd. Doel? De greep van de politiek op de kunsten temperen, en het artistieke veld vrijwaren van politieke inmenging. Uit vrees dat de toen oppermachtige CVP alles naar haar hand zou zetten in de culturele sector, wilden de andere partijen – vooral onder aanvoering de Volksunie – ervoor zorgen dat ook andere ideologische stemmen (en minderheden) konden weerklinken.

Gaandeweg is de interpretatie van het Cultuurpact gewijzigd. De commissies werden gedepolitiseerd en met experts gevuld. Onderzoek toont immers aan dat peer review, en evaluatie door sectorgenoten en experts tot betere resultaten leidt. Onlogisch is dat niet. In een hospitaal is het ook niet aan politici om te beslissen welke medische apparatuur moet worden aangekocht of in welke medische research geïnvesteerd moet worden.

Lichtzinnige bezuiniging 

Met de drastische besparingsaankondiging, het gebrek aan overleg met de sector, en de lichtzinnige bezuiniging op de projectsubsidies lijkt het of we terug in de tijd gaan. De besparing heeft vooral economische redenen, luidt het, al vallen er ook een paar ideologische keuzes op en weerklinken ook bedenkelijke artistieke oordelen. Mogen politici dan niets zeggen over cultuur? Zeker wel, maar het wordt gevaarlijk als ze dat, met een schrijnend gebrek aan kennis van zaken, doen om een beleid te rechtvaardigen.

Vorige vrijdag stelde Peter De Roover (N-VA) zijn State of the Arts voor op De afspraak. Dat was op zijn zachts gezegd problematisch. Met een knipoog naar de 19de-eeuwse dichter Willem Kloos verklaarde De Roover dat kunst vandaag net iets te veel de allerindividueelste uitdrukking van een allerindividueelste expressie is – lees: een gesubsidieerde egotrip – en dat er best wat meer oog voor schoonheid mocht zijn. Behalve wanneer het de ‘subsidieslurf’ betrof, zei De Roover smalend, dan kende de kunstenaar plots het collectief.

Er is weinig niet problematisch aan de uitspraak van De Roover. Op het economische is intussen ruim ingegaan. Subsidies zijn investeringen, hefbomen naar meer economisch verkeer, niet anders dan gelijk welke andere investering die de overheid doet. Dat argument is onweerlegbaar. Het zou politici dan ook sieren het debat met die wetenschap in het achterhoofd te voeren en het jargon aan te passen.

Twee eeuwen terug in de tijd

Nog problematischer is de visie op kunst die De Roover naar voren schuift en die ons gelijk twee eeuwen terug in de tijd katapulteert. In het midden van de 18de eeuw al kreeg de authenticiteit van de kunstenaar de bovenhand op een opgelegd idee van objectieve schoonheid, of wat daarvoor moest doorgaan. Kunst tot ‘schoonheid’ reduceren, heeft gekoppeld aan de foute ideologie in het verleden wel eens tot problemen geleid. Wie daar meer over wil weten moet er het Grote Geschiedenisboek van de twintigste eeuw maar eens op nalezen. Vlak voor halfweg staat er een heel hoofdstuk over in.

Het is aan kunstenaars net om de contouren van schoonheid steeds weer te bevragen en te verbreden. Het werk van Van Gogh, vandaag ongecontesteerd als ‘schoonheid’ beschouwd, werd door zijn tijdgenoten nauwelijks op prijs gesteld. Toen de impressionisten hun werk voor het eerst toonden, achtte men het waardeloos. Vandaag holt men van over heel de wereld naar het Parijse Musée d’Orsay om impressionistische schilderijen te bewonderen.

Zo ook in de podiumkunsten: toen Rosas begin jaren 80 Rosas danst Rosas creëerde, stonden de podiumkunsten op hun kop. Vandaag wordt die voorstelling op zomerfestivals weer opgevoerd voor een breed (middenklasse) publiek. Het werk heeft zich, met andere woorden, gecanoniseerd. Wat ooit ontregelde, is vandaag schoonheid. Onze notie van wat mooi is, wordt immers voortdurend bijgesteld. Gelukkig maar.

Wat is de functie van kunst? 

Eén verdienste heeft de opmerking van De Roover wél. Ze brengt het debat terug naar het hart van de kunsten. We hebben als sector nu genoeg gezegd dat we er economisch toe doen. Een wereld waar alleen de economie regeert, eindigt in het gigantisme van een shoppingmall met allemaal dezelfde ketens, en in de treurige aanblik van de A12.

Laten we het over al dié toegevoegde waarde hebben. Want natuurlijk willen we ook de schoonheid omarmen. Wat is een dansje van Lisbeth Gruwez waard, maar dan niet in Excell? Wat is de waarde van een vers? Hoeveel schoonheid schuilt er niet in het werk Berlinde De Bruyckere, Alain Platel, Miet Warlop of in de optochten van Royal de luxe?

Als politici zich dan toch op artistiek ijs begeven, dan liefst beslagen en met juiste argumenten. Maar met redeneringen à la De Roover jaagt deze Vlaamse regering een hele nieuwe generatie tegen zich in het harnas, en dreigt ze een sector te kweken die het bijzonder moeilijk zal hebben eender welk Vlaams project ooit te omarmen. We willen voorlopig geloven dat dat niet de bedoeling kan zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234