Zondag 22/09/2019

Opinie

Er is niets mis met meer Engelstalige bacheloropleidingen

Studenten aan de Universiteit Gent. Beeld BELGA

Freddy Mortier is hoogleraar ethiek en pro vice-rector van de UGent.

Politicoloog Bart Maddens heeft het nodig geacht vanop de vlaams-nationale wachttoren een fors 'ontwaak!' uit te stoten. Zijn rector wil immers méér bacheloropleidingen in het Engels (DM 25/10). Dus roept hij heel specifiek de N-VA-troepen op om het hoger onderwijs nog eens een extra dosis taalreglementitis en -kwantifititis in te spuiten. Versoepelingen van het taalbeleid ten opzicht van de universiteiten moeten volgens hem zelfs een breekpunt worden bij de komende regeringsvorming.

De kameel die in de vorm van taalwetgeving uit eerder politiek overleg is gekomen, is nochtans niet van de mooiste. Leg aan een mens met gezond verstand eens uit waarom er in Vlaanderen maar plaats zou zijn voor maximaal 6 procent anderstalige bacheloropleidingen, waarbij je vanaf 18,33 procent (!) anderstalige onderdelen al helemaal anderstalig bent. Plaats ook voor ten hoogste 35 procent anderstalige masteropleidingen, waarbij je (pas of al) vanaf 50 procent anderstalige onderdelen hopeloos verloren bent voor de Vlaamse zaak.

Nederlands beschermen

Wat stoort aan die oproep en aan die bepalingen, is niet de bedoeling om de positie van het Nederlands als academische taal te beschermen. Dat is inderdaad ook nodig. Wat stoort is dat de N-VA, die nu eenmaal een sleutelpositie bekleedt, wordt opgeroepen om alléén daarmee rekening te houden. De veel geciteerde Gentse academici Vos, Deneckere, Vrints en De Wever die eveneens pleiten voor grenzen aan de verengelsing, denken niet alleen aan de noodzaak van kwaliteitsvolle Nederlandstalige opleidingen (zoals Maddens), maar ook aan de belangen van kansengroepen, waaronder kinderen met migratieachtergrond, en dus aan democratiseringsdoelstellingen.

Daar dient men inderdaad rekening mee te houden, maar er zijn nog andere dingen. Nog niet zo lang geleden, in juli 2017, is een taalbeleidsrapport verschenen van de Koninklijke Nederlandse Academie der Wetenschappen. In het nieuwe thuisland van de Engelstalige barbarij is er wel nagedacht over wat een taalbeleid zou kunnen zijn voor het hoger onderwijs. De VLOR heeft ons eigenste Vlaanderen in het voorjaar eveneens vergast op een beleidsadvies dat de situatie in zijn volle complexiteit schetst en nog eens zinnige suggesties doet ook. Beide rapporten vertrekken van hetzelfde uitgangspunt: Nederlandstaligheid van een opleiding is de regel. Maar afwijkingen zijn mogelijk, en moeten vooral degelijk gemotiveerd worden.

Zo is anderstaligheid soms (en meertaligheid misschien wel altijd) een voorwaarde om een kwaliteitsvolle opleiding te bekomen. Dat geldt waar de aansluitende arbeidsmarkt internationaal gericht is, zoals steeds vaker in het bedrijfsleven, en ja, ook voor de academische wereld. Het is geen toeval dat de economisch gerichte opleidingen een groot deel van de Vlaamse Engelstalige opleidingen vertegenwoordigen.

Soms is een grondige beheersing van een vreemde onderzoeks- en debattaal, bijvoorbeeld het Engels, cruciaal voor het behalen van de doelstellingen van een gedegen opleiding, bijvoorbeeld in de biomedische wetenschappen. Maar we willen anderzijds natuurlijk ook geen artsen, juristen of welzijnswerkers die onvoldoende Nederlands kennen. Kortom, met het oog op de belangen van de studenten zijn differentiatie en specificatie nodig.

Competenties

Maar er zijn nog andere legitieme belangen in het spel. Universiteiten maken, meer nog dan hogescholen, deel uit van een globale kenniseconomie. Die omgevingen zijn zelf internationaler geworden en om er goed te kunnen functioneren zijn internationale competenties cruciaal. Die moet je ergens leren. Volgens de cijfers van ECOOM komt zo’n 22 procent van de professoren momenteel uit het buitenland en op doctoraats- en postdoctoraatsniveau komt tussen de 30 en 40 procent van de onderzoekers uit het buitenland.

Talen stoppen (vaak) wel aan landsgrenzen, maar talenten en creativiteit nu eenmaal niet. Ook Vlaamse universiteiten moeten leren leven in en met die geglobaliseerde realiteit. Dat is niet alleen van niet anders kunnen, maar ook van echt wel willen. We willen goed zijn in onze kerntaken, en daarvoor is de internationale uitwisseling van talenten – die allerlei talen machtig zijn – nodig.

En bovenal: in plaats van een quotadictatuur hebben we een beleid nodig. Verplicht de hogeronderwijsinstellingen, en vooral de universiteiten, om een echt inclusief taalbeleid uit te werken en dat in te schrijven in hun instellingskwaliteitszorg. Een beleid waar er in de bachelors ruimte is voor talenonderwijs, ook in het Nederlands waar dat nodig is, niet extracurriculair, maar binnen het curriculum. Laat docenten niet alleen taaltoetsen afleggen om daarna, docentvarkentje gewassen en Engels brakend, losgelaten te worden op de studenten, maar laat universiteiten ook vormingen in vreemdetaaldidactiek aanbieden aan hun personeel. Maak werk van International Classrooms. Zorg ervoor dat ondersteunend personeel en buitenlandse professoren elkaar begrijpen door de nodige taalstandaarden te installeren.

Kortom, neem taal nog ernstiger dan Bart Maddens zou wensen, maar denk dan ook in de richting van meertaligheid en de veelzijdige wereld waaraan een universiteit moet beantwoorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234