Dinsdag 23/04/2019

Lezersbrieven

“Er is meer aan de hand dan het dalende peil van ons onderwijs”

Beeld Hollandse Hoogte / Richard Brocken

‘Onderwijsspecialisten’

Als men in het onderwijs spreekt over ‘specialisten’, heeft men het steevast over pedagogen, sociologen, psychologen, criminologen en andere agogen. Ik noem ze, een beetje misprijzend, mensen met hun ogen in hun zak. Zo zien zij nog steeds niet dat hun inbreng, en steeds meer, de negatieve spiraal in de hand werkt:

•de ‘alles moet kunnen’-mentaliteit
•de ‘plezierbeleving’
•de maniakale focus op ‘meer gelijke kansen’
•leerstof die binnen de ‘interessesfeer’ van de leerling moet worden aangeboden
•straffen die ‘pedagogisch verantwoord’ moeten zijn

De scheefgetrokken verhouding binnen de driehoek kennis-vaardigheden-attitudes en andere dubieuze input hebben ervoor gezorgd dat ambitieloze leerlingen (én dito leerkrachten) in toenemende mate de scholen bevolken. Diezelfde laisser-allermentaliteit binnen de leerkrachtenopleiding en de strijd om de leerling die woedt tussen de scholen onderling, maken dat de spreekwoordelijke lat nu bijna op de grond ligt.

Frank Vandewiele, leerkracht

Uitval

De uitval van leerkrachten in alle leeftijdsgroepen is ondertussen dramatisch. Voor West-Vlaanderen weten we dat het tekort aan leerkrachten Frans, wiskunde en zelfs lichamelijke opvoeding en levensbeschouwelijke vakken zo dramatisch is dat men opteert om andere leerkrachten te werven en die andere vakken te laten geven dan dat wat er in de eindtermen staat. De huidige daling in kennis van onze leerlingen is daardoor bestendigd. Sommige scholen hebben een systeem waarbij leerkrachten LO binnen de vakgroep worden omgeschoold tot leerkrachten fysica en wiskunde voor de eerste graad. Hoef ik er nog een tekening bij te maken?

Sara De Mulder, antropologe

Filosofisch vraagstuk

De onderwijsbrand flakkert weer flink op, aangewakkerd door ruimende of krimpende winden, al naargelang de politieke hoek van waaruit wordt geblazen. De kwaliteit van ons onderwijs daalt, zegt de Wetenschap, terwijl we nog niet zo lang geleden nog moesten vaststellen dat steeds meer jongeren zonder diploma het onderwijs verlaten. Ligt die lat nu te hoog of te laag?

Maar we zijn kennelijk niet alleen: ook in de ons omringende landen is een dergelijke trend waarneembaar.

Het kan dus niet anders of er is meer aan de hand dan het dalende peil van ons onderwijs. Wat ik in deze discussie mis, is een fundamenteel, ja filosofisch debat over onderwijsstructuren en -methodieken. Een nieuw ‘De l’éducation’ zeg maar. De herstructureringen in de verschillende onderwijsniveaus zijn eigenlijk niet meer dan het herdefiniëren van bestaande begrippen en verder nog wat pleisters op een houten been. ‘Hervormingen’ die nergens raken aan welk heilig huisje dan ook (onder druk van we-weten-wel-wie-allemaal). 

Waar blijft de verfrissend blasfemische invraagstelling van ons onderwijsbestel? Moeten we de huidige manier van onderwijs verstrekken die al decennia, om niet te zeggen eeuwen, boven alle discussie verheven is (de leraar leert de leerling), in de context van de 21ste eeuw niet dringend in vraag stellen, en dan nog liefst op Europees niveau? En welke zijn de alternatieven? Toch niet het ‘opbrengstgerichte’ model, begot! Ik verneem hier en daar interessante ideeën, maar het zijn niet dié stemmen die aan bod (mogen) komen. De Wetenschap houdt zich kennelijk liever bezig met stokebrand te spelen dan terug te grijpen naar een fundamentele en potentieel revolutionaire onderzoeksvraag.

William Ploegaert, directeur Kade BK, Deinze

Aan Bart De Wever

Geachte Bart De Wever, 
Enkele bedenkingen bij uw optreden van 1 april in Terzake – bedenkingen van iemand die geen onderwijsexpert is (die behoren voor u toch maar tot een verachtelijke soort), maar die zelf wel een product is van het katholieke onderwijs en die ook moeder is (van een kind in het gemeenschapsonderwijs).

Om te beginnen stelt u helemaal niet de vraag naar de zin van het bestaan van verschillende netten, het katholiek onderwijs moet voor u het katholiek onderwijs blijven. Het katholiek onderwijs maakt deel uit van het vrije net en ik geloof dat dit impliceert dat ze, binnen de opgelegde eindtermen, dan ook fundamenteel vrij zijn om het onderwijs te organiseren zoals zij menen dit te moeten doen – zonder dat de politiek hen komt opleggen welke methodes zij moeten en mogen gebruiken, enzovoort. U lijkt mij deze vrijheid maar slecht te kunnen pruimen met uw constante aanvallen op het katholieke onderwijs over zaken waarvoor zij absoluut geen verantwoording verschuldigd zijn aan de politiek. Het lijkt me dat als de politiek zeggenschap wil over wat er in de klas gebeurt, dat het dan logischer zou zijn de netten af te schaffen en alleen officieel onderwijs in te richten. En als u zoveel kritiek hebt op het katholieke net, dan is er niemand die u tegenhoudt uw kinderen in een ander net onder te brengen.

U richt uw pijlen op de koepel. Denkt u dat het zoveel beter zou zijn voor de leerkrachten in het katholiek onderwijs als zij zelf alle eindtermen in leerplannen en lesmateriaal moeten omzetten? Als zij zich met hun vragen rechtstreeks tot het ministerie van Onderwijs moeten richten? Denkt u dat u de leerkrachten een plezier doet door hun méér werk te geven?

U leeft in de veronderstelling dat u hogerop geraakt bent door het katholiek onderwijs. Daarbij lijkt u toch te miskennen dat u vooral opgegroeid bent in een meer egalitaire maatschappij, waarin het dankzij vakbonden en middenveld voor arbeiders mogelijk was (vaak met één loon) een relatief zeker en stabiel bestaan op te bouwen voor hun gezin, met goede huisvesting en ontwikkelingsmogelijkheden voor de kinderen. In uw generatie zullen er net zo goed kinderen geweest zijn die via het rijksonderwijs hogerop zijn geraakt. Niet het katholiek onderwijs zorgde voor emancipatie, maar wel de verzorgingsstaat – verzorgingsstaat die u liefst zo snel mogelijk zou afbouwen. Net als u geloof ik dat de sociale mobiliteit nu veel kleiner is dan toen. Daarvoor is echter niet de kwaliteit van het katholiek onderwijs verantwoordelijk, maar een toenemende sociale ongelijkheid, die het product is van een asociale politiek waarin de rechten van de werkende klasse en van werklozen steeds verder uitgehold worden en waardoor een grote groep mensen in een toenemende precaire situatie terechtkomt. Studies wijzen uit dat armoede en onzekerheid een negatief effect hebben op prestaties, evengoed bij kinderen als bij volwassenen.

Bovendien vraag ik me af of u echt wel wilt dat de kwaliteit van het onderwijs omhooggaat. Stel u voor dat alle mensen plots goed begrijpend kunnen lezen: ze zouden wel eens de holle retoriek en drogredeneringen van onze politici kunnen doorzien. Ze zouden wel eens het verschil kunnen zien tussen wat relevant is en wat alleen maar dient om de aandacht voor de zoveelste keer af te leiden. Journalisten zouden echt kritische vragen kunnen stellen.

Als kinderen uit de lagere middenklasse en uit de sociaal kwetsbaardere groepen van onze samenleving zich door het onderwijs, door kennis, maar ook door kritisch denken, massaal zouden emanciperen, dan zou dat een groot probleem zijn voor partijen als de uwe en de belangengroepen die zij vertegenwoordigen.

Johanna Brankaer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.