Donderdag 20/06/2019

Column

Er bestaan nog ergere dingen dan levertraan. Filmfestivals, bijvoorbeeld

Marc Didden is columnist en filmmaker. Onder de noemer R-E-S-P-E-C-T schrijft hij wekelijks over wie en wat hem heeft ontroerd.

Levertraan om de weerstand te verhogen: veel smeriger spul kon je als kind niet binnen krijgen. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/H. Armstrong Roberts

Als u denkt dat vroeger alles beter was, denk dan maar gauw iets anders. Deze tegelwijsheid kwam tot mij toen ik onlangs samen met enkele leeftijdsgenoten een naar het Bourgondisch neigende maaltijd gebruikte. Tijdens het gezellig samenzijn werd er, terwijl we wachtten op het dessert, weer gretig uit de korf vol gemeenplaatsen geplukt. Het gras was toch groener toen, nietwaar, en het bier goedkoper. De films die in de talrijke bioscopen liepen waren ook een stuk beter, in die tijd. En nu je het zegt, confrater, de zomers duurden toen ook gewoon langer en ze waren al zeker warmer. En vrouwen? Die wilden toen nog vooral trouwen, terwijl mannen plannen maakten!

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

“O ja?” zei ik, altijd een beetje een brandversneller wanneer het op het verstrekken van feestvreugde aankomt.

“En what about levertraan? Kan iemand rond deze tafel zich nog de vreselijke smaak herinneren van zelfs maar één druppel van dat ranzige goedje?” Ik zag een aantal disgenoten kokhalzen, een vrouw van zeer middelbare leeftijd trok er vieze gezichten bij die je aan geen enkele mime­school kunt leren. En terwijl ze allemaal naar omschrijvingen zochten, zei ik: “Walvispis!”, wat levertraan in wezen ook is. Al wordt het technisch gesproken vooral bij de kabeljauw­achtigen gehaald en heeft het sedert de intrede van enkele modernere geneesmiddelen serieus aan populariteit ingeboet.

Levertraan forever! Nee, dus. Jon­geren die toch eens een smerige smaak in de mond willen voelen, moeten nu helaas op zoek naar andere middelen.

Maar er bestaan nog ergere dingen dan levertraan.

Filmfestivals, bijvoorbeeld. Ik heb ze gehaat vanaf de eerste dag dat ik ermee te maken kreeg, toen ik begin jaren 80 holderdebolder en totaal onverwachts in de wereld van de cinema terechtkwam. Ik had toen in negen lange vrije dagen een film­scenario geschreven en omdat werkelijk niemand dat wilde verfilmen, heb ik dat toen maar zelf gedaan. Misschien geen goed idee, achteraf bekeken, maar don’t look back, zoals die andere zei.

Al wie ooit een film gemaakt heeft, komt daarna zo goed als onvermijdelijk in een kermis­circuit terecht dat zichzelf nog het liefst omschrijft als ‘de festivalwereld’, maar dat ikzelf altijd ervaren heb als een potsierlijk carnaval der kneuzen.

Rode lopers, slecht gestreken smokings, geleende haute-bijouterie, derde­rangs­journalisten, vip-pasjes, nepgouden sterren op de stoep en lauwe cava.

In één woord: kouwe kak. Met een nasmaak van levertraan!

In wezen zijn de grote festivals (Venetië, Cannes, Berlijn) en de kleintjes (San Sebastián, Rotterdam, Gent) zeer zeker uit een vorm van filmliefde voortgekomen, daar niet van. En ze stellen onmiskenbaar allerlei lagen van de bevolking in staat om kennis te maken met films die anders zelden of nooit ergens te zien zouden zijn.

Maar helaas worden die filmfeesten ook al te vaak gekoppeld aan diverse vormen van city­marketing en soms ook ronduit aan platvloerse toeristische werving.

En wat je dan krijgt, bestaat in de regel uit véél drukdoenerij, veel politici die eens met de sterren op de foto willen, veel vips die in werkelijkheid totaal onbelangrijk zijn, veel klap­lopers die een goed gevoel krijgen van eens de schouders te schuren tegen de ruggen van de redelijk rich en tamelijk famous.

Ik voelde bij mijn filmvrienden de afgelopen weken wel enige zenuwachtigheid in verband met het op til zijnde festival van Cannes, het enige festival dat volgens kenners in wezen iets meer betekent dan een scheet in een fles.

‘Gaan we erbij zijn of alweer niet?’, was de levens­vraag in filmland gedurende de hele maand april. Het antwoord was voor de meesten: “Alweer niet.” Als ze willen weten hoe dat komt, moeten ze Sélection officielle (Grasset) eens lezen, een leerzaam dagboek van Cannes-baas Thierry Frémaux. Als u daar geen zin in hebt, raad ik u een ander boek aan. Er zijn er nog, naar het schijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden