Dinsdag 28/09/2021

Column

En dus sleep ik overal een kolfmachine mee naartoe

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

De Nederlandse auteur Bregje Hofstede vertelt over haar leven.

Ik loop over straat met in mijn hand een flesje melk. Het is nog warm, ik heb het net gekolfd. De damp staat aan de binnenkant van het plastic.

Ik heb nooit veel opgehad met het idee dat de mens verheven is boven alle andere wezens, maar blijkbaar draag ik dat denkbeeld toch bij me, want het is wennen om er elke paar uur aan te worden herinnerd dat ik gewoon tot de orde der zoogdieren behoor. Zelfs als mijn kind op de crèche is, en ik zou kunnen opgaan in iets anders – in het schrijven van een roman bijvoorbeeld – word ik tot die orde geroepen door strakgespannen ­borsten. Mijn geest mag dwalen, mijn lichaam vergeet geen moment dat het is verbonden met andere lijven in een keten van navelstrengen en melkstroompjes.

En dus sleep ik overal een kolfmachine mee naartoe. Dat is een eigele vacuümpomp met twee snoertjes die eindigen in plastic schelpen, die ik onder mijn trui over mijn borsten leg zodat de machine, ritmisch zoemend, kleine teugjes bij me kan drinken ­terwijl ik verder tokkel op mijn toetsenbord.

De pomp gaat ook mee als ik ga werken op kantoor, een gedeelde ruimte waar ik gebruik van maak als ik internet nodig heb. Een kantoor­genoot komt kijken wat er zo zoemt. “Is dat een 3D-printer?”, vraagt hij. Ja, in feite wel. Zo print ik druppel voor druppel een mensje bij elkaar.

Bij gebrek aan een koelkast breng ik de resulterende flesjes na het kolven meteen naar de crèche, om de hoek van het kantoor. Op straat verstop ik mijn gezicht in een masker, maar draag ik mijn zoogdierschap zichtbaar in mijn hand. Hoewel ik zonder schaamte in het openbaar de borst geef, voelt het flesje met gelige melk toch als iets dat niet open en bloot in de buitenlucht hoort, een inwendig deel van mijn lichaam dat nu zomaar naakt tevoorschijn is getrokken. Het is vreemd om de melk in mijn hand te hebben, maar de melk is mijn hand niet vreemd: ze hebben dezelfde temperatuur. Het gladde plastic voelt daardoor bijna als een levend wezentje, vertrouwd op een manier die ik niet uit kan leggen.

Het is guur buiten, en naarmate ik dichter bij de ­crèche kom, verliest het flesje zijn warmte (mijn warmte) en gaat het minder bij me horen. Het wordt in de loop van die kilometer gewoon een flesje met wit vocht, dat ik achterlaat in een blinkend schone koelkast.

Ineens vermoed ik dat proces van vervreemding bij alle melk. Het is me op een nieuwe manier duidelijk dat alle zuivel die ik drink of eet, óók met zo’n onprettige machine uit tepels is getrokken, om in plastic containers te worden gestoken die niet bij het kalf of geitje eindigen, maar bij een andere diersoort.

Bij terugkomst maak ik een cappuccino voor mezelf. Terwijl ik de melk van een ander moederdier opschuim, bedenk ik dat ik vergeten ben het flesje te markeren met de naam van mijn dochter. En wat als ze het aan de ­verkeerde baby geven?

Even overweeg ik naar de crèche te bellen, maar ik laat het zitten. Ik giet de opgeschuimde melk bij de koffie en neem weer plaats achter mijn laptop met een vaag gevoel van gerechtigheid. Wie weet drinkt er nu ook eens een vreemde van mij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234