Maandag 30/03/2020

OpinieEva (*)

Elke dwangmatige extreme verzamelaar wordt op een bepaald moment geconfronteerd met een point of no return

Beeld ter illustratie. Een huis van een man met verzamelwoede wordt leeggehaald.Beeld Marcel van den Bergh

Eva (*) groeide op met een hoardende moeder in West-Vlaanderen. Zij schreef deze bijdrage naar aanleiding van ons artikel over extreme verzamelwoede.

De parking van het shoppingcentrum Kuurne, jaren negentig. Zoals elke zaterdag wachten mijn tweelingzus, ik en mijn moeder in de grijze Opel van mijn vader. Het loopt tegen acht, het schemert op de parking, verloren gelopen winkelkarretjes schuifelen mee met de wind, we luisteren naar Het Eenzame Hartenbureau op Radio 2. Als het laatste personeel de parking verlaat is het aan ons. We stappen uit de auto, geoefend klimmen we de container met oud papier in en beginnen aan onze strooptocht. Mijn moeder geeft ons instructies, die Femme d’Aujourdhui wel, die Knack niet, als mijnwerkertjes doorploegen we papier tot onze vingertjes zwart zijn van de inkt. Met tientallen kilo’s leesmateriaal in de koffer rijden we vrolijk naar huis.

De verzameldrang van mijn moeder was lange tijd iets gezelligs, iets met een warme gloed, iets dat rook naar vrijheid. Op bezoek bij kameraadjes voelden we ons onwennig: de steriele woonkamers die kraakten van netheid en galmden van de leegte. Weggemoffeld worden in aparte kinderzones met speelgoed dat opgesloten zat in curverdozen. Moeders die met gespannen gezichten de orde der dingen bewaakten.

September 2016. Mijn moeder ligt in het ziekenhuis voor een operatie als ik vanop een persreis in Servië gebeld word door mijn oudste zus: mijn vader is van zijn fiets gedonderd, ook hij ligt in het ziekenhuis. Als mijn zussen naar Roeselare vertrekken om spullen op te pikken treffen ze bij aankomst een ravage aan. De leefruimte van mijn vader dichtgeslibd tot 3 streepjes witruimte: zijn plaatsje aan de keukentafel, zijn zetel en zijn bed. De rest van het huis: een eindeloze, dode zee van dingen.

Naoorlogs monster

Dwangneuroses staan niet los van de geschiedenis. Mijn moeder werd geboren in de periode 1945 -55. Samen met een voltallige generatie werd ze opgevoed door ouders met een fixatie op het naoorlogse monster dat niet fascisme maar schaarste heette. Bewaren, recycleren en hamsteren was als ademen: een noodzaak, plicht en kwestie van zelfbehoud. Bij de dood van onze Izegemse oma midden jaren 2000 werd een breed arsenaal aan conserven, pilchards en frietvet met een vervaldatum uit de vroege jaren 70’ teruggevonden.

Na het bezoek van mijn zussen aan het ouderlijke huis werd een beslissing genomen: terwijl mijn moeder in het ziekenhuis revalideerde, werd gestart met een opruimactie. Vanuit Servië hoorde ik hoe een container werd besteld en lieven werden opgetrommeld om het hoardingmonster te verdrijven. Het laatste weekend trok ook ik naar West-Vlaanderen. Onderweg in de trein primeerde in mijn hoofd nog steeds de romantiek van wat ik beschouwde als een uit de kluiten gewassen hobby die later een omvang van 5 ton bleek te hebben.

Elke dwangmatige hoarder wordt op een bepaald moment geconfronteerd met een point of no return: één waarbij verwaarlozing onverbiddelijk de overhand neemt. Afbladerende raamkozijnen en afgebleekte gordijnen die niet vervangen kunnen worden omdat de oude kinderkamers van boven tot onder zijn dichtgeplakt met kleren, kastjes, schoenen, tafels, waterkokers, strijkijzers, doodsprentjes, krultangen en lampen. Ongedierte dat vrij spel krijgt omdat je huis geen huis meer is maar een jungle waarin een dictatuur van dingen heerst.

Hoarders verschillen dag en nacht van de ‘echte’ verzamelaars: die hechten waarde aan een duidelijke categorie van spullen. Wat tot de categorie behoort wordt netjes geordend en met overgave gekoesterd. Hoarders doen hetzelfde, maar met dat verschil dat in hun ogen àlles waarde heeft en niets geordend wordt, want: alles heeft evenveel waarde en van hiërarchie kan dan ook geen sprake zijn. Niets is in de blik van de hoarder zonder betekenis. Geen flyer voor een thé dansant uit Sint-Eloois-Winkel uit de jaren ‘80, geen scheve staanlamp met blutsen verdient het om in het zwarte gat van de vergetelheid te verdwijnen. Een hoarder voelt mee met elk dood, aftands, kapot en rammelend ding en fantaseert er een glansrijk verleden, heden en toekomst bij. Afscheid nemen is onmogelijk.

Intussen zijn we 3 jaar na de opruimactie. Bij thuiskomst uit het ziekenhuis gooide ze met een door angst verwilderde blik haar krukken door de lucht. Toen ze neervielen galmde het huis. Dat is 3 jaar later niet meer het geval. Hoarders zijn, zoals het vandaag gepubliceerde stuk ook aangaf, zeer hardleers, niets houdt hen tegen in hun queeste der prularia. Toch is het nu overzichtelijker. Na 10 pogingen was er een klik tussen mijn moeder en een Congolese poetsvrouw. Mijn vader heeft zijn plek in de keuken opgeëist. En als het haar teveel wordt, kruipt mijn moeder in haar autootje richting kringloopcentra, op zoek naar wat verloren ging. 

(*) Op vraag van de ouders en familie verschijnt dit stuk met een schuilnaam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234