Woensdag 08/07/2020

Column

Elkaar in het midden treffen, dat was ons doel, en nu staan we hier en zijn we toch slechts halverwege

Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei °1988, vertellen beurtelings over hun leven. Deze week: Lize.

We beloven elkaar plechtig dat we niet sneller zullen stappen dan wanneer we deze vaste wandeling samen maken. R. vertrekt in wijzerzin, langs de ring, langs het met windmolentjes versierde kanaal in Molenbeek, om ter hoogte van het Kaaitheater af te slaan naar de Kruidtuinlaan. Ik wandel tegenwijzerzin langs de Marollen, langs het in stellingen gewikkelde Justitiepaleis, en ga door de Koningsstraat in de richting van diezelfde Kruidtuin. Daar, ter hoogte van de hoger gelegen ingang van het park, zullen we elkaar volgens R.’s voorspellingen kruisen. Ik schat dat dat pas verderop – míjn verderop – aan Rogier zal gebeuren.

Het is een goede reden om alleen maar toch ook samen op pad te gaan: het exacte midden van deze acht kilometer lange wandelroute bepalen. Tot voor de ­lockdown hadden R. en ik een latrelatie, waren we ­afwisselend te gast in elkaars leven, maar dat is nu ­voorbij. De afgelopen maand bracht hij noodgedwongen (en ook uit vrije wil, benadrukt hij telkens) door in mijn huishouden, dat daardoor ook op een vanzelfsprekende manier het onze werd.

Het is stralend weer, de stad oogt zachter zonder al dat verkeer, niet rustig maar rustend, alsof ze al lange tijd moe was en er nu eindelijk iemand haar klachten serieus neemt. Ik wandel mijn deel van de route in een tempo waarvan ik denk dat ’t ons normale tempo is wanneer we hand in hand wandelen. Tijdens de eerste twee kilometer kijk ik nog opzij, naar gevels, naar passanten met mondmaskers, naar het trottoir voor kruidenierszaakjes waar met tape de contouren van een optimistisch lange wachtrij zijn uitgezet.

Maar hoe verder ik wandel, hoe meer ik de verte in het oog hou, daar waar R. kan opduiken; ook al ben ik nog lang niet aan de vier kilometer. Ondanks dat ik hem al twee kilometer lang voor me zie, is er toch nog een schokje wanneer hij werkelijk verschijnt, recht in het punt waar ik hem verwachtte. Twee magneten zijn we, die steeds meer kracht op elkaar uitoefenen naarmate ze dichtbij komen. De laatste tientallen meters is het onmogelijk niet sneller te gaan wandelen. Hij heeft zijn armen al open. Zijn huid is warm en zacht als papier dat net uit de printer komt gerold.

‘Het midden is inderdaad de Botanique’ zeg ik, zo hoeft hij het zelf niet op te merken.

Ik heb een thermos bij me, R. heeft de kopjes – we ­houden een staand koffiekransje.

‘En nu?’ vraagt R, wanneer de thermos leeg is. Daar hadden we helemaal niet aan gedacht. Elkaar in het midden treffen, dat was ons doel, dat was de ­bestemming, en nu staan we hier en zijn we toch slechts halverwege.

Ik stel het me van bovenuit voor, hoe we ieder weer onze eigen route vervolgen, hoe we ons van elkaar ­verwijderen, dat vind ik een hartverscheurend gezicht.

‘Ik loop met jou mee terug.’ ‘Maar nee, ik met jóu.’

We blijven besluiteloos staan.

C’est beau, l’amour!’ brult een tiener uit een open autoraam en ik wou dat hij ons iets anders toeriep, iets dat je in een column kan gebruiken zonder dat het de indruk wekt dat je het zelf verzonnen hebt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234