Vrijdag 24/05/2019

Meningen

Een wetenschappelijk geletterd feminisme, graag

De Gentse filosofe Griet Vandermassen. Beeld Illias Teirlinck

Griet Vandermassen is filosofe en auteur van Dames voor Darwin. Over feminisme en evolutietheorie

Wat voorafging. In een weekendinterview naar aanleiding van haar nieuwe boek Dames voor Darwin toonde filosofe Griet Vandermassen zich streng voor het klassieke feminisme (DM 20/4). Sofie De Graeve en Ida Dequeecker van Furia reageerden met een opiniestuk (DM 24/4). Vandermassen stuurde deze repliek:

Sofie De Graeve en Ida Dequeecker van de feministische actiegroep Furia denken blijkbaar dat een interview van zes pagina’s de inhoud van een boek van 368 pagina’s kan weergeven. Veel zaken waarvoor zij mij in hun opiniestuk “oogkleppen” verwijten, komen wel degelijk aan bod in Dames voor Darwin. Zo besteed ik een heel hoofdstuk aan de maatschappelijke inbedding van wetenschap. Biologische theorieën weerspiegelden in het verleden vaak patriarchale machtsverhoudingen. Dat betekent echter niet dat ze dat vandaag nog doen.

Vrouwelijke seksuele kieskeurigheid

Ik besteed ook aandacht aan de mogelijkheid dat de reden waarom vrouwen niet op het seksaanbod van een wildvreemde ingaan, angst voor geweld is. Dat is onderzocht, door vrouwen hypothetische scenario’s voor te leggen die ze moeten evalueren. Als zowel haar fysieke veiligheid als het buitengewoon goede karakter en de fenomenale seksuele vaardigheden van de man in kwestie gegarandeerd zijn en alles er bovendien op wijst dat beiden compatibel zijn, stemt 5 procent van de vrouwen toe. Er moet dus aan ontzettend strenge voorwaarden zijn voldaan om zelfs maar enkele vrouwen over de streep te trekken. Vrouwen zijn seksueel écht kieskeuriger dan mannen, om goede evolutionaire redenen. We bewijzen ze er geen dienst mee door de mannelijke seksualiteit als norm te stellen.

Verkrachting als macht?

Seksueel geweld heeft zeker niet altijd met een verlangen naar macht te maken. Uit gesprekken met veroordeelde verkrachters blijkt bijvoorbeeld dat lust vrijwel altijd een belangrijke rol speelde. Zie ook het boeiende interview dat op 20 november 2018 in deze krant verscheen met rechtspsycholoog André De Zutter. Uit zijn studie van politiedossiers blijkt dat de meeste verkrachters vrij normale mannen zijn die intimiteit zoeken. Natuurlijk spelen in menselijk gedrag altijd meerdere motieven een rol, en macht kan daar een van zijn. Maar macht is zelden het hoofdmotief bij verkrachting. De rol van lust onder de mat vegen, betekent vrouwen potentieel in gevaar brengen, want je ontkent de risicofactoren voor slachtofferschap, waaronder leeftijd en tekenen van seksuele exploiteerbaarheid, zoals schaarsgekleedheid. Dit is geen victim blaming, maar realiteitszin. Hoe graag we het ook anders zouden zien, er zullen altijd mannen zijn die vrouwen als seksuele prooi beschouwen.

Problematische uitgangspunten

Ik heb mij ook over de inhoud van opleidingen genderstudies gebogen. Die illustreren de kern van mijn betoog, net zoals de reactie van De Graeve en Dequeecker dat doet: het klassieke feminisme gaat uit van een ideologisch gefundeerd in plaats van een wetenschappelijk onderbouwd mensbeeld. Het veronderstelt a priori dat psychologische en gedragsverschillen tussen de seksen niets te maken hebben met onze evolutionaire voorgeschiedenis. Evolutie is in onze soort gestopt bij de nek. Gender is een willekeurige culturele constructie. Neem dit representatief citaat, geplukt van de website van het Onderzoekscentrum voor Cultuur en Gender van de Universiteit Gent: “We zien gender als een culturele constructie die in relatie staat tot andere identiteitsdynamieken, zoals etniciteit, religie, seksuele oriëntatie en nationaliteit. Gender wordt niet alleen als een analytische categorie beschouwd en als een sociaal middel tot categorisering en regulering, maar ook als een cultureel variabele constructie.”

Gendergerelateerde fenomenen worden hiermee per definitie het product van culturele praktijken. Wat het voorwerp van onderzoek zou moeten zijn, wordt het uitgangspunt van onderzoek. Dat is wetenschappelijk hoogst problematisch. We zien hetzelfde bij De Graeve en Dequeecker. De dubbele seksuele moraal en het vrouwelijke jongetje dat door andere jongetjes wordt gepest? Dat heeft volgens hen “alles te maken met cultureel geconstrueerde ideeën over vrouwelijkheid en mannelijkheid.” In mijn boek geef ik stevige argumenten waarom deze analyse tekortschiet.

Bio-aversie

Biologie komt weliswaar aan bod in de feministische theorievorming, maar quasi nooit als mogelijke factor in het ontstaan en de ontwikkeling van psychoseksuele verschillen tussen de geslachten. Dat is door uiteenlopende studies aangetoond, waaronder een analyse uit 2011 van meer dan 4.000 artikels die tussen 1975 en 2009 verschenen in het gezaghebbende academische tijdschrift Sex Roles. Slechts vijfentwintig ervan gingen in op biologische perspectieven en amper negen daarvan stonden er positief tegenover. De overige zestien wuifden biologische bevindingen zonder argumenten weg, gaven ze misleidend weer of negeerden ze als onwelkom bewijsmateriaal. In de andere artikels kwam biologie soms ter sprake, maar alleen om haar als potentieel verklarende factor af te wijzen. De onderzoekers, de neurowetenschappers Sheri Berenbaum, Judith Blakemore en Adriene Beltz, besluiten dat genderonderzoekers blijkbaar niet alleen geen belangstelling hebben voor biologie, maar zich zelfs actief tegen een biologisch perspectief verzetten. Ander onderzoek toont aan dat, hoe meer men zich als feminist identificeert, hoe wantrouwiger men staat tegenover wetenschap en hoe sterker men probeert om menselijk gedrag louter door externe factoren te verklaren, in plaats van (ook) door inherente voorkeuren, motivaties en interesses.

Dat er geen bio-aversie heerst binnen het feminisme, klopt alleen als je biologie reduceert tot anatomie en fysiologie. Maar ook ons brein is, net als de rest van ons lichaam, het product van evolutie door natuurlijke en seksuele selectie. Als we sekseverschillen in psychologie en gedrag willen begrijpen, moeten we dat mee in rekening brengen. Het levert niet altijd welkome inzichten op. Wat doen we bijvoorbeeld met de bevinding dat de meeste jongetjes van nature houden van competitie en spelevechten, waardoor meer zachtaardige jongetjes het risico op pesterijen lopen? Dit stelt een veel grotere uitdaging dan het verhaal dat het louter te maken heeft met culturele ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid – ideeën waarvan de invloed zich dan blijkbaar heel toevallig in alle ons gekende culturen omstreeks de leeftijd van drie jaar manifesteert. Ik heb geen pasklaar antwoord, maar ik verkies wel een wetenschappelijk onderbouwde benadering van dit probleem. Alleen door inzicht in de oorzaken kunnen we haalbare oplossingen vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.