Zondag 23/02/2020
Mark Coenen.Beeld rv

ColumnMark Coenen

Een wandelend stuk buren­gerucht op alcoholbasis, zo werd de auteur genoemd. Daar kon ik nog enige sympathie voor opbrengen

Mark Coenen is columnist.

Gevraagd worden om te figureren in Drie boeken, de populaire podcast van Wim Oosterlinck, is een vloek en een zegen tegelijk.

Het is een zegen om gedurende drie kwartier ongestoord te peroreren over iets wat je graag doet: lezen. Het is een vloek om drie boeken uit te kiezen.

Toen ik er op karakter na een sessie van 72 uur staren naar de boekenkast uit was, kon ik mijn geluk niet op. Zo’n selectie laat zien wie je bent, of meer nog: wie je wil zijn voor de buitenwereld. Het is alsof je meedoet aan de Meest Belezen Mens Ter Wereld. Die selectie kan je reputatie maken of breken. Eén vergissing kan rampzalig zijn.

Zij die mij in de podcast voorgingen, gaven allemaal blijk van bijzondere eruditie, humor, een masterdiploma in –minstens – Germaanse talen en een loepzuiver inzicht in de literatuurgeschiedenis van de laatste 50 jaar. Literatuurstress was mijn deel.

Vorige week stuurde ik met een digitale zucht van verlichting mijn top drie door.

Daar stond onder meer de Bob Evers-reeks van Willy van der Heide in. Fantastische avonturenboeken waarin het driemanschap Arie Roos, Jan Prins en Bob Evers de swingende hoofdrollen speelden. In soepel Nederlands geschreven, spannend, grappig en leuk. Verslonden heb ik ze, als waren ze een slaatje van gemarineerde bieten van een goed jaar.

Tot ik ter voorbereiding van het gesprek de auteur googelde. Wat een afgang.

De genaamde Willy bleek een donkerbruin tot zwart verleden te hebben en schreef tijdens de oorlog in periodieken die de Pruis, de strijd tegen de bolsjewieken en decimering van de joden bewierookten. Later probeerde hij nog lafjes te suggereren dat hij een dubbelspion was, maar dat geloofde niemand.

“Een wandelend stuk burengerucht op alcoholbasis”, zo noemde Martin van Amerongen, de legendarische hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, hem. 

Daar kon ik nog enige sympathie voor opbrengen, maar voor zijn collaboratieverleden niet. Zo verdwenen de sympathieke Bob Evers, zijn moddervette vriendje Arie Roos en Jan Prins definitief van mijn lijstje. Eerste ontgoocheling.

Ook het tweede boek dat ik geselecteerd had, bleek een flinke tegenvaller. In mijn fabulerende herinnering was De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten een monumentale compilatie van de beste gedichten van de Lage Landen, door de toen gerenommeerde en onaantastbare Gerrit Komrij.

Toen ik mijn licht vergeelde en beduimelde exemplaar ter voorbereiding ter hand nam, was ontgoocheling opnieuw mijn deel. Van die duizend gedichten was de helft onleesbaar en taai geworden.

Weer bedot door een weeffout in mijn geheugen. Niets van wat ik mij herinner klopt, blijkbaar. En weinig van wat ik vroeger goed vond, blijft overeind.

Zo bedot een mens zichzelf de eeuwigheid in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234