Woensdag 21/08/2019

Column

Een vreemd fenomeen: waarom doen hipsters er zo opvallend hard het zwijgen toe?

Vincent Byloo. Beeld Illias Teirlinck

Vincent Byloo en Elke Neuville. Partners in crime en in de liefde. Hij maakt radio, zij tv. Ze schrijven over alles wat hen beroert, in co-ouderschap: de ene week zij, de andere week hij. Vandaag: Vincent Byloo.

Laatst mocht ik op Radio 1 de maat nemen van een merkwaardige mensensoort: de hipster.

Stel u daar vooral geen sociologisch exposé bij voor, gestoeld op empirie en doorgedreven bronnenonderzoek. Gewoon: de gebruikelijke opeenstapeling van grove veralgemeningen en flagrante clichés.

Dat de hipster een zelfvoldane ­fashionista is, bijvoorbeeld. Dat hij door de suburbane ruimte schrijdt op sneakers van Stan Smith en met happy sox waarin je zelfs je kinderen niet naar school zou sturen. Dat hij, behalve een volle baard en trendy tatoeages, ook graag zijn borstspieren cultiveert. Dat hij grossiert in kekke brillen met ­wekelijks wisselend brilmontuur. Ook als hij helemaal geen bril nodig heeft. Dat hij immer zijn tote bag met zich meesleurt, op weg naar de barbier of de lokale koffiebar. Zo’n koffiebar waar ook al-tijd een koersfiets tegen de muur hangt en die hij – MacBook op schoot – ­oneigenlijk als kantoor gebruikt, tegen betaling van welgeteld één slow drip espresso en een dubbele frappiato karamel.

Mogelijks heb ik de hipster in één moeite ook verantwoordelijk gesteld voor de allengs om zich heen slaande gentrificatie ter hoogte van de voorstad. Alwaar hij arbeiderswoningen opkoopt, opknapt en vervolgens oppropt met buffet­kasten en formica tafeltjes uit de Kring­loopwinkel. Vintage meubels die hij eigenhandig restaureert in zijn mancave slash atelier, want houtbewerking is, like, echt zijn ding. Als hij tenminste al niet rondscharrelt in z’n volkstuintje tussen de vergeten groenten die hij teelt.

Enfin, u merkt het: een volslagen vooringenomen portret vol ­smadelijke hyperbolen en lasterlijke ­stereotyperingen.

Ik zette me al schrap voor het ­trollenleger van verongelijkte ­hipsters dat dra over mij heen zou walsen. Want zo gaat dat in deze inquisitiedemocratie: ongenuanceerde meningen worden ogenblikkelijk gewraakt met nog minder genuanceerde meningen. En die komen, naargelang het medium du client, in drie variëteiten:

- ‘Een beetje objectiviteit, is dat te veel gevraagd voor ons belastinggeld?’ (zij die de moeite doen om een mail te sturen)

- ‘Och zieligaard, gisteren weer niet gemogen zeker?’ (de gemiddelde Facebook-rant)

- ‘TIJT DA GIJ IS ONTSLAGE WORD. SUKEL!!! (meestal Twitter)

Maar deze keer… niets van dat alles. Applaus op alle banken! Goed dat iemand het eens gezegd had! Een zekere S. Meuris meende in mijn typologie van de hipster zelfs een accuraat portret te lezen van de gewezen cultuurchef van De Morgen. Kortom: velen heulden mee, weinigen voelden zich ­aangesproken.

L’hipster, c’est les autres.

Maar waarom doen de hipsters zélf er dan het zwijgen toe? Zou het kunnen dat ze de enige menselijke specie zijn die zich daadwerkelijk schámen om hun bestaan? Te ­beschaamd om in het verweer te gaan.

Of zijn ze net te beschaafd en te onthecht om af te dalen in de riolen van het internet? En is het precies dát wat al die anderen het schuim naar de lippen brengt: dat de ­hipster in deze identitaire tijden wél over een eigen identiteit beschikt, een heldere en hyper­gestileerde bovendien. De hipster als jaloersmakend rolmodel dat trots en zelfbewust door zijn ­volmaakte leven dartelt.

Verhip! Ik wou dat ik een hipster was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden