Maandag 24/02/2020
"Wie geregeld in een rusthuis komt, heeft er een positiever beeld van."Beeld BAS BOGAERTS

ColumnIvo Victoria

Een van de verdrietigste dingen die ik ooit heb gedaan: met mijn moeder een kamer in een rusthuis bezichtigen

Ivo Victoria is schrijver. Hij woont en werkt in Amsterdam. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Een van de verdrietigste dingen die ik ooit heb gedaan: met mijn moeder een kamer in een rusthuis bezichtigen. We stonden in die lege ruimte, waar pas iemand was overleden, en ik hoorde mezelf zeggen dat het uitzicht mooi was en de kamer best ruim. Verrader. Leugenaar. De dame die ons rondleidde zei: “En ge gaat hier ook in een zekere ambiance terecht komen, hè mevrouw.” Mijn moeder keek als een kind dat al haar spruitjes op moest. Mompelde: “Ik zie dat hier niet zitten.”

De vergrijzing is big business. In zeven jaar is het aantal commerciële rusthuizen in Vlaanderen verdubbeld. Zorg en winstbejag – een slechte combinatie. In 2006 werd in Nederland het zorgverzekeringsstelstel geprivatiseerd omdat men in een vlaag van zinsverbijstering had bedacht dat marktwerking de prijzen zou drukken en de kwaliteit zou verbeteren. Precies het omgekeerde gebeurde. Uit de verhalen die deze week in Het Nieuwsblad en Knack verschenen blijkt dat het in de Vlaamse rusthuizen dezelfde kant op gaat.

Ik zei dat mijn moeder nog moest wennen aan het idee. Ja natuurlijk, het was ook een grote stap, maar we moesten ten laatste de volgende ochtend beslissen. We liepen door de gangen, het was een uur of elf. In de eetzaal waren de schimmen al aan tafel gezet voor het middagmaal. Zo noem ik ze: de schimmen. Mensen in zo’n vergevorderd stadium van dementie dat ze zelf nauwelijks nog weten dat ze leven. Onaangedaan staren ze voor zich uit, met enorme slabben om hun nek geknoopt. Ambiance.

Bij het afscheid wipte de dame van het rusthuis ongedurig van het ene been op het andere – er diende een kamer verkocht. Of beter: die was, gezien de wachtlijsten, al lang verkocht dus aan treuzelaars had ze niks. “Kijk,” zei ze, “niks moet hè. Alleen: als ge de kamer niet neemt en morgen gebeurt er thuis iets, tja, dan begint de miserie want dan moet ge naar het ziekenhuis en dan is hier niks meer vrij en dan…” Ik knikte. Mijn moeder zuchtte. Ik zag hoe het vooruitzicht haar uitwrong, hoe het laatste beetje trots uit haar lichaam wegsijpelde en een plasje aan haar voeten vormde. Verrader, dacht ik. Leugenaar. Twee weken later verhuisde ze.

Uit een enquête van Het Nieuwsblad blijkt dat 4 procent van de ondervraagden oud wil worden in een rusthuis. De Morgen noemde dit percentage opvallend. Maar dat is het niet. Echt opmerkelijk is dat uit de enquête blijkt dat wie geregeld in een rusthuis komt, er een positiever beeld van heeft.

We worden steeds ouder. Velen onder ons zullen eenzaam worden, of dementeren, of allebei. Een rusthuis zoals dat van mijn moeder zal ik zeker niet kunnen betalen. Ik ben benieuwd waar ze me zullen steken, hoe het daar in 2050 zal gesteld zijn met de zorg en de werkdruk van het personeel. Nu, een jaar later, heeft mijn moeder in het rusthuis vriendinnen gemaakt met wie ze graag in de cafetaria zit. Eentje heeft altijd een koelzak met een fles witte wijn aan haar rollator hangen. Daar klamp ik me aan vast: dat het met die ambiance alsnog is goed gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234