Dinsdag 07/07/2020

Opinie

Een uur Nederlands… méér, alstublieft

Beeld ter illustratie. Beeld Hollandse Hoogte / David Rozing

Carl De Strycker en Yves T’Sjoen van de vakgroep Nederlandse letterkunde aan de UGent reageren samen met 30 prominente academici op de beslissing van Lieven Boeve, topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, begin deze week: in het eerste jaar secundair onderwijs sneuvelt vanaf september 2019 een uurtje Nederlands voor het nieuwe vak 'mens en samenleving'.

Docenten Nederlands die maandagochtend vanuit de hele wereld naar Leuven reisden waar dezer dagen het internationale Colloquium Neerlandicum plaatsvindt, en die de krant kochten, moeten in daarheen wel versteld hebben gestaan. Zij hebben gelezen dat het vak dat zij in de wereld uitdragen, en waarvoor groeiende interesse is, in het eigen taalgebied moet inkrimpen.

De katholieke onderwijskoepel maakte bij monde van de directeur-generaal bekend dat idealiter vanaf 1 september 2019 een vak “mens en maatschappij” zal worden georganiseerd in de eerste graad van het secundair onderwijs. Aangezien het aantal lesuren beperkt is, zal die ingreep ten koste gaan van wat anders in het curriculum. Naast plastische opvoeding, waarover we dezer dagen niemand horen, is in dat plan Nederlands het kind van de rekening.

Met dit standpunt stellen wij het voornemen ter discussie te beknibbelen op de studie van het Nederlands. De afgelopen dagen zijn internationale rapporten geciteerd waaruit blijkt dat, ondanks de nadruk in het secundair onderwijs op ‘vaardigheden’, met name de taalvaardigheid stilaan een zorgenkind is. Het niveau begrijpend lezen is dramatisch gedaald en professoren klagen dat bachelor- en masterstudenten niet langer in staat blijken zich goed uit te drukken in het Nederlands, laat staan gestructureerde teksten in volzinnen voor te leggen of een mondelinge presentatie in Standaardnederlands te houden. Het reduceren van het onderwijs Nederlands lijkt ons een verkeerde strategie om daarmee om te gaan.

Het thema van het congres in Leuven is Nederlands in beweging. Meer dan 350 docenten Nederlands uit binnen- en buitenland spreken er met elkaar over Nederlandse taal- en letterkunde, taalverwerving en didactiek van het Nederlands. Het plan om het aantal uren Nederlands op Vlaamse katholieke scholen met 20 procent te reduceren is er uiteraard onderwerp van gesprek. Dat de beweging van het Nederlands een neerwaartse zou kunnen zijn, daar hadden we niet bij stilgestaan… In de wandelgangen, op recepties en tijdens discussies is het ongeloof dan ook groot. Wij vernemen dat het omineuze bericht ook onderwerp van discussie is in leraarskamers en tijdens voorbereidingsvergaderingen voor het nieuwe schooljaar, en niet alleen leerkrachten Nederlands maken zich zorgen.

Taalbeheersing

Het spreekt voor zich dat taalbeheersing, dat wil zeggen voldoende spreek-, schrijf- en leesvaardigheid, de basis is voor heldere communicatie en het aanleren van vreemde talen én dat taalkennis de beste basis biedt voor goed professioneel functioneren in de maatschappij. Een van de dooddoeners is dat leerlingen en studenten ook Nederlands leren in andere vakken, en bijgevolg moeten kunnen volstaan met vier uur Nederlands in de eerste graad. De taalstudie, met inbegrip van grammatica en spelling, begrijpend en kritisch lezen, mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid, vergt evenwel een gerichte aanpak. Indien men meent dat die verwachtingen ook kunnen worden gehaald met een uur minder, dan heeft men het verkeerd voor. En ook dit is een argument voor méér Nederlands: taalonderwijs, zeker onderwijs in één van de landstalen, behelst als het goed is veel meer dan het overdragen van grammaticale kennis. Het betreft ook het overdragen van kritische zin, culturele kennis en competenties met betrekking tot de onderwezen taal. Ongetwijfeld kan een leraar wiskunde wel af en toe een taalfout verbeteren, maar jonge mensen ook de bedoelde culturele (niet in de laatste plaats literaire) kennis en competenties bijbrengen, lijkt ons van hem of haar toch wat veel gevraagd.

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde reageerde al op het bericht, maar de gehele neerlandistiek maakt zich eigenlijk grote zorgen. Het taalniveau van studenten daalt zienderogen en dat wordt niet gecompenseerd door een excellente beheersing van een andere taal dan het Nederlands. En dan gaat het heus niet alleen over de dt-regel. Beleidsmakers moeten zich bewust zijn van de mate waarin taal ons functioneren, denken en zelfs onze identiteit bepaalt. Je bent hoe je spreekt. Wie zich onzorgvuldig uitdrukt, kromme redeneringen hanteert en niet in staat blijkt een probleem te ontrafelen of inzichten te communiceren, denkt niet helder. Taal en denken zijn onlosmakelijk met elkaar vervlochten. Daarenboven is het van belang in een regio waar een zevende van de leerlingen thuis geen Nederlands spreekt, de kans te bieden de taal van de regio goed onder de knie te krijgen.

Dat alles in acht genomen vragen wij de bevoegde minister en de katholieke onderwijskoepel vanaf september 2019 het aantal uren van het vak Nederlands met een uur uit te breiden. 

Kevin Absillis, docent Nederlandse letterkunde, Universiteit Antwerpen - Sarah Adams, doctoraatsstudent Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Lars Bernaerts, docent Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Siebe Bluijs, doctoraatsstudent Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Geert Claassens, Gewoon hoogleraar Middelnederlandse letterkunde, KU Leuven - Elisabeth de Bruijn, Postdoctoraal onderzoeker FWO, Universiteit Antwerpen - Yannice de Bruyn, doctoraatsstudent UGent en VUB - Carl De Strycker, Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Gert De Sutter, Nederlandse taalkunde, Universiteit Gent - Sandra Dominiek, gewoon hoogleraar Taalkunde, Universiteit Antwerpen - Ralf Grüttemeier, hoogleraar Nederlandse letterkunde, Carl von Ossietzky Universität Oldenburg - Kris Humbeeck, gewoon hoogleraar Nederlandse letterkunde, Universiteit Antwerpen - Nele Janssens, doctoraatsstudent Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Barbara Kalla, Nederlandse letterkunde, Universiteit Wroclaw - Mike Kestemont, docent digitale tekstanalyse, Universiteit Antwerpen - Bram Lambrecht, postdoctoraal onderzoeker Nederlandse letterkunde, KU Leuven - Guido Latré, departementshoofd moderne talen, Université Catholique de Louvain - Hubert Meeus, gewoon hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse Letterkunde, Universiteit Antwerpen - Lut Missinne, hoogleraar Nederlandse letterkunde, WWU Münster - Valerie Rousseau, onderwijsbegeleider moderne Nederlandstalige letterkunde, Universiteit Antwerpen - Kees Schepers, Ruusbroecgenootschap, Universiteit Antwerpen - Matthieu Sergier, docent Nederlandse literatuur, Université Saint-Louis – Bruxelles - Remco Sleiderinck, hoogleraar Middelnederlandse letterkunde, Universiteit Antwerpen - Yves T’Sjoen, hoogleraar Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Stéphanie Vanasten, docent Nederlandse letterkunde, Université Catholique de Louvain - Kornee Van der Haven, docent Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Hans Vandevoorde, Nederlandse letterkunde, Vrije Universiteit Brussel - Jacques Van Keymeulen, hoofddocent Vakgroep Taalkunde – Nederlands, Universiteit Gent - Maxime Van Steen, assistent Nederlandse letterkunde, Universiteit Gent - Bart Vervaeck, hoogleraar Nederlandse letterkunde, KU Leuven - Georges Wildemeersch, emeritus hoogleraar Nederlandse letterkunde, Universiteit Antwerpen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234