Woensdag 12/05/2021

OpinieIndra Rypens

Een uiterst onbehaaglijk gevoel maakte zich meester van me toen ik hoorde: ‘Hoer’

Het stads­park in Antwerpen. ‘De angst’, zo vertelt Rypens over haar ervaring, ‘maakte snel plaats voor verontwaardiging en woede.’ Beeld Tim Dirven
Het stads­park in Antwerpen. ‘De angst’, zo vertelt Rypens over haar ervaring, ‘maakte snel plaats voor verontwaardiging en woede.’Beeld Tim Dirven

Indra Rypens studeert arabistiek en islamkunde in Leuven.

Een zaterdag eind maart heeft twee emoties in mij naar boven gehaald, die ik meestal bewaar in een zwart doosje in mijn ziel dat ik liever nooit openmaak: de eerste emotie heet angst, de tweede heet woede.

Als jonge vrouw geboren en getogen in de Antwerpse Zuidrand hoor ik al van jongs af aan het goedbedoelde (lees: ongevraagde) advies om bepaalde wijken in de grote stad te vermijden. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik dit advies, voor zolang ik me kan herinneren, systematisch in de wind heb geslagen. De dynamiek van de grote stad trok me nu eenmaal altijd harder aan en ja, als jonge vrouw heb ik – zoals de meeste vrouwen en al mijn vriendinnen – al vaker te maken gekregen met wat men noemt street harassment en seksuele intimidatie. Dit ging van ongewenste, erotisch getinte opmerkingen tot ongewilde aanrakingen.

Volgens bepaalde mensen is dit de tol die ik als vrouw dien te betalen om door de straten van de grote stad te mogen lopen. Volgens hen is het beter om mijn vleugels niet uit te slaan en voor altijd onder mijn eigen kerktoren te blijven. Dit zou me de garantie bieden veilig te zijn.

Spoileralert: deze redenering was compleet fout.

Zoals vaker jogde ik die zaterdag door het gemeentepark in mijn thuisdorp; de laatste plek waar ik volgens het goedbedoelde advies bang zou moeten zijn om belaagd te worden.

Enkele ogenblikken na mij betrad een groepje van vijf jongens ook het park, ik schatte hen tussen de vijftien en zeventien jaar oud. Een banaal gegeven, zou je denken, maar als vrouw heb je zoiets in de gaten. Het groepje besloot zich te verschuilen in de struiken. Wanneer ik hen passeerde, hoorde ik door de podcast die ik aan het beluisteren was heen hun gejoel. In een reflex besloot ik mijn podcast uit te zetten, zo zou ik het op tijd horen als ik achtervolgd zou worden. Als vrouw hou je rekening met die mogelijkheid.

Een uiterst onbehaaglijk gevoel maakte zich meester van me toen ik tot het besef kwam welk woord het groepje herhaaldelijk naar mijn hoofd slingerde: “Hoer.” Niet eenmaal. Niet tweemaal. Een lange sliert aan herhalingen van hetzelfde woord kwam uit hun monden. Even leek het alsof de sliert zich om mijn lijf slingerde, ik leek verstrikt te raken in angst. Deze angst maakte echter snel plaats voor andere gevoelens: grote verontwaardiging en vooral woede.

Ten eerste getuigt het gebruiken van een dergelijke terminologie tijdens het fulmineren van een totaal gebrek aan elementaire beleefdheid. Sekswerkers verdienen namelijk evenveel respect als mensen met een ander beroep. Websites als Pornhub publiceerden cijfers waaruit bleek dat gedurende de coronacrisis de kijkcijfers op hun platform de hoogte in schoten. Uit onderzoek dat in 2019 werd uitgebracht, bleek dat de jaarlijkse omzet van Belgische sekswerkers in 2015 op 870.000.000 euro kon worden geschat. Desondanks blijft deze groep gemarginaliseerd en zijn termen als ‘hoer’ nog steeds courant om vrouwen uit te schelden.

Daarnaast is het gebruik van ‘hoer’ een rechtstreekse verwijzing naar mijn geslacht. Helemaal zeker ben ik natuurlijk niet, maar ik vermoed niet dat de vijf jongens zich verschanst zouden hebben in de struiken om vervolgens dit woord door het park te scanderen indien mijn broer voorbij was gejogd. Het was dus een specifieke uiting aan mijn adres, een uiting die bol staat van vrouwenhaat.

Toen ik halt hield en in de richting van de groep keek, besloten ze het op een lopen te zetten. Mijn ratio zou me op elk moment moeten vertellen dat ik ‘geluk heb gehad’ en ik zo snel mogelijk naar huis moest gaan. De woede die de jongens in mij hadden aangewakkerd nam het echter over en ik besloot de achtervolging in te zetten.

Dit is absoluut geen pleidooi om vrouwen aan te zetten hetzelfde te doen, want pas achteraf ben ik gaan beseffen dat deze confrontatie ook anders had kunnen aflopen. De moordenaars van David Polfliet waren immers ook maar zestien en zeventien jaar oud.

Nadat een van de jongens doorhad dat ik achter hen aan kwam, bleef hij staan, verontschuldigde zich en zei me dat hij niet degene was die had geroepen. Even later kwam de rest van het groepje me tegemoet. Slechts één van hen gaf toe dat hij geroepen had. De andere jongens beweerden er niks mee te maken te hebben, terwijl ik duidelijk hoorde hoe verschillende stemmen me uitjouwden.

Wat volgde was een gesprek waarin ik probeerde te duiden hoe ik me als vrouw voelde in de situatie die zich enkele minuten daarvoor had afgespeeld. Ik probeerde hen uit te leggen welke impact dit gedrag had op mij als vrouw, hoe beangstigend het is om te zien hoe vijf jongens die qua lengte en gewicht niet voor mij moeten onderdoen zich verstoppen in de struiken om me vervolgens met seksueel getinte bewoordingen uit te schelden. Ik probeerde hen uit te leggen dat het toevallig in mijn aard ligt om hen hierop aan te spreken, maar vele mensen die qua genderexpressie of biologie vrouwelijke kenmerken vertonen dit misschien niet zouden hebben gedaan. Sommigen zouden misschien zo angstig zijn geweest dat ze naar huis waren gegaan om nadien nooit meer een voet in het park te zetten.

De groep probeerde in eerste instantie hun gedrag af te doen als een grapje, waarop ik antwoordde dat ik er niet om kon lachen. Verkrachtingen, aanrandingen en seksuele intimidatie zijn reële problemen in België. Ik voelde me geïntimideerd. Na wat verwijten die over en weer werden gekaatst en ik wederom moest aanhoren dat ik een hoer was, bood toch elk van de jongens zijn verontschuldigingen aan. Ze vertelden me dat ze uiteindelijk begrepen wat ik wou zeggen. Ik zei hen dat ik aan verontschuldigingen niets had en ik hoopte dat geen enkele andere persoon slachtoffer zou moeten worden van hun ‘gevoel voor humor’.

Het lijkt erop dat wij als maatschappij een consensus omarmd hebben waarin we collectief seksuele intimidatie naar vrouwen toe afkeuren, maar klaarblijkelijk heerst er vandaag nog wel een klimaat in die samenleving dat zuurstof blijft geven aan een gedachtegoed dat doordrenkt is met misogynie.

Mijn ervaring stemt me bijzonder triest, omdat ik besef dat vele vrouwen de conversatie met deze jongeren niet zouden zijn aangegaan en in angst zouden hebben verder geleefd. Ook de gedachte dat deze jongeren geen uitzonderingen waren en er vast ettelijke mensen rondlopen die niet weten hoe je vrouwen op een respectvolle manier benadert, doet me de toekomst somber inzien. Dit incident toont voor mij aan dat de strijd voor een respectvolle en gelijkwaardige behandeling niet gestreden is, noch beperkt ze zich tot bepaalde wijken in grootstedelijke contexten. Vrouwenhaat is een vaak subtiel, maar altijd nefast probleem dat de levens van mensen die qua genderexpressie of biologie vrouwelijke kenmerken vertonen blijft beïnvloeden. Hoelang tolereren we dit nog?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234