Donderdag 24/09/2020

OpinieDidier Pollefeyt

Een te goedkope vergeving neemt het kwaad onvoldoende ernstig

Sanda Dia. Beeld rv

Didier Pollefeyt is theoloog aan de KU Leuven.

In zijn brief ‘Naar de kern van onze opdracht(DM 6/8) confronteert rector Luc Sels ons met een “heel moeilijke vraag”:  “Hoe kunnen we, naast alle terechte afkeuring en begrijpelijk afgrijzen, ook de beklaagden nabij blijven als mensen die kunnen groeien en vergeving waard zijn?” Hij geeft aan dat deze vraag de KU Leuven “geleid heeft in de aanpak die we gevolgd hebben na die gruwelijke feiten”. 

Al dertig jaar doen we aan de KU Leuven onderzoek rond de thematiek van vergeving na ernstige misdaden. Telkens opnieuw zien we in dit soort vergevingsdiscours dezelfde fouten gemaakt worden. Ook hier kan een kritische benadering van het gebruik van het begrip ‘vergeving’ niet alleen de aanpak van de KU Leuven blootleggen, maar ook duidelijk maken waarom die tekortschiet en wat de weg vooruit zou kunnen zijn.

Eenvoudig gezegd: een te snel en te goedkoop spreken over vergeving neemt het kwaad onvoldoende ernstig. In Vlaanderen hebben we dit op pijnlijke wijze geleerd uit de zaak-Roger Vangheluwe, toen bleek hoe kardinaal Danneels geprobeerd had achter de schermen in een gesprek met de familie van de slachtoffers de misdaden met het begrip ‘vergeving’ toe te dekken. In zijn brief wijst rector Luc Sels naar onze (katholieke) traditie. Wel, in de katholieke traditie is vergeving van oudsher verbonden aan een aantal voorwaarden. Anders wordt vergeving ‘goedkope genade’ (Dietrich Bonhoeffer) en biedt ze uiteindelijk een vrijgeleide aan de dader ten koste van het slachtoffer. Omdat de katholieke traditie zich hier historisch zo vaak aan bezondigd heeft, vraagt het gebruik van het begrip ‘vergeving’ in deze context dan ook de grootste behoedzaamheid, zeker door een katholieke universiteit. Welke zijn de voorwaarden voor authentieke vergeving dan wel?

Voorwaarden

De eerste en belangrijkste voorwaarde is het oprecht berouw en de bekering van de daders. Men kan hiervan in deze context bezwaarlijk spreken wanneer de rector zelf aangeeft dat hij onmiddellijk geconfronteerd werd met een batterij advocaten van de daders. Zulke houding getuigt niet van erkenning van schuld en wil tot bekering, wel van het tegenovergestelde. Dat schuldinzicht bij de daders zou er eventueel kunnen zijn, maar daar is wel geen enkel spoor van te vinden. Op zo’n moment de beklaagden benaderen “als mensen die kunnen groeien” is niet alleen naïef maar ook gevaarlijk. Het is treffend hoe een aantal medestudenten van het slachtoffer aangeven een gevoel van onveiligheid te hebben in de Leuvense straten en auditoria. Ouders van onze studenten drukken vandaag ook vaak deze vrees uit: is de universiteit een veilige plek voor onze kinderen?

Een tweede voorwaarde is de herinnering aan de feiten levendig houden. De daders hebben echter alles gedaan om de sporen van hun misdaad uit te wissen. Door zich burgerlijke partij te stellen zou de KU Leuven aan de samenleving kunnen tonen dat dit haar in haar kern raakt en zou ze medestander van de familie worden, in plaats van nu, zoals blijkt, tegenstander. Nu bestaat minstens de indruk dat de KU Leuven vooral het eigen imago wilde redden en hoopte dat de zaak wel zou overwaaien. Je door vergeving laten leiden in een context waarin daders alle sporen van hun misdaad weg willen wissen, veroorzaakt terecht morele verontwaardiging. Het is gevaarlijk dit onmiddellijk als ‘volkstribunaal’ weg te zetten. Dat is dodelijk voor de ethische kracht die in onze universiteit en onze samenleving leeft. Overigens, naar aanleiding van de grote publieke morele verontwaardiging rond Leopold II heeft de KU Leuven wel onmiddellijk een beeld van de koning weggenomen, zelfs zonder enig inhoudelijk debat binnen de universitaire gemeenschap.

Een derde voorwaarde voor authentieke vergeving is de straf. Er zijn al veel vragen gesteld bij de proportionaliteit van de straf. Positief aan de opgelegde straf door de KU Leuven is dat ze gericht was op schuldinzicht en herstel en niet louter repressief en diaboliserend was. Een straf heeft ook een publieke dimensie. In de media heersen terechte vragen of deze papers effectief geschreven zijn en of ze inderdaad tegemoet kwamen aan het verhoopte schuldinzicht. De discussie heeft intussen zo’n enorme omvang gekregen dat deze vraag als van maatschappelijk belang kan gezien worden en als een vorm van transparantie van bestuur. Uit deze papers zou misschien schuldinzicht kunnen blijken. Opnieuw kan een (verkeerde) indruk ontstaan, namelijk dat deze papers niet inhoudelijk bekeken werden of dat dit slechts een ‘pro forma’-oefening was? Dat kan, maar dan is vergeving wel nog verder weg.   

Ongepast

Een vierde voorwaarde is restitutie: het goedmaken van de aangerichte schade. Dat is hier niet meer mogelijk. Sanda is dood. Dat is vreselijk en onherroepelijk. Diep medeleven is hier maar evident en geen morele verdienste. Maar ook de objectieve vaststelling dat hier iets ‘onvergeefelijks’ gebeurd is, zou evident moeten zijn. Niemand kan in de plaats van Sanda vergeving schenken. Vergeving gebeurt tussen levende daders en slachtoffers, en hun nabestaanden. In die zin is de rector niet alleen geen rechter, maar ook geen priester. Het komt niet aan hem toe om over vergeving te spreken. Het is daarvoor ook veel te vroeg, en daarover nu spreken is ook ongepast in een context waarin ook de nabestaanden van de slachtoffers (begrijpelijkerwijze) niet in dat discours willen meegaan.

Ten slotte veronderstelt vergeving ook het creëren van een context waarin dergelijke misdaden niet meer kunnen gebeuren. De oproep om een alternatief te zoeken voor de dopen is lovenswaardig maar onvoldoende en te vrijblijvend. Er zouden veel meer zaken moeten gebeuren: de aanscherping van het tuchtreglement van de KU Leuven bijvoorbeeld; maar ook in de vorm van symbolen en rituelen, en momenten en plekken om Sanda te herdenken. De dood van Sanda is niet alleen een “zwarte pagina” die men zo snel mogelijk wil omslaan, maar een diepe wonde – in de eerste plaats bij de onmiddellijke slachtoffers maar ook veel breder – die goed verzorgd moet worden. 

Een te snel en gemakkelijk vergevingsdiscours die de wonde wil toedekken, doet ze alleen maar verder etteren, zoals ook vandaag blijkt. Goed begrepen vergeving impliceert dat deze tragedie langzaam een litteken wordt, een litteken in het gezicht van onze universiteit. Littekens zijn genezen wonden. Ze verwijzen naar onomkeerbare schade en getuigen van een intense voorafgaande pijn. Laat ze zichtbaar blijven. Het zijn dragers van betekenis. Ze verwijzen naar kwetsbaarheid en veerkracht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234