Maandag 19/08/2019

Hans Vandeweghe

Een straatnaam voor Derwael is overkill

Hans Vandeweghe. Beeld Bob Van Mol

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Het is weer prijzentijd. De gestelde lichamen van de Trofee voor Sportverdienste waren er zoals gebruikelijk het snelst bij. Of die hockeyers al dan niet wereldkampioen worden, dat maakt niet uit, Nina Derwael zal de Trofee krijgen. Ik vind dat niet te veel eer, maar wel een beetje te snel: Nina Derwael is een grote kampioene, maar wel pas 18 en heeft nog een heel traject voor zich.

Nina Derwael krijgt ook een straat of een plein naar haar vernoemd in haar thuisstad Sint-Truiden. Dat is overkill. Straks volgt ongetwijfeld de Sportvrouw van het Jaar en nog een huldiging hier en daar. Het komt er nu op aan voor de Gymfed en haar coaches om haar duidelijk te maken dat ze vanaf nu tot Tokio 2020 opgejaagd wild is. Voor de media, voor de publieke opinie en vooral voor haar concurrentes die haar willen confronteren met de harde wet op de remmende voorsprong.

Van prijzen gesproken, de mooiste prijs van het jaar 2018 is niet echt een prijs, ook geen wedstrijd. De Tweede Groote Sluitingsprijs van het literair wielerblad Bahamontes werd een trip down memory lane. Vijftig jaar geleden trok ik elk jaar aan de hand van mijn pa naar een soort sportcafé van Dagblad Vooruit. Sporters van diverse pluimage werden daar geïnterviewd door de reporters van de krant en tussendoor zorgden Leo Martin en Romain De Coninck voor de grappen en grollen. In het Gents.

De Groote Sluitingsprijs van Bahamontes ging door in de Minard, de iconische mini-schouwburg van Romain De Coninck zaliger, honderd meter van de Vooruit, het café en wijlen de krant. De voertaal op het podium was gekuist Gents en gekuist West-Vlaams en de hele avond deed mij terugdenken aan vroeger toen het niet noodzakelijk mooier was in de sport, maar wellicht veel echter. Misschien werden scheidsrechters toen ook al benaderd, werden wedstrijden geregeld, werd er zeker al doping genomen, maar we leefden in de waan. En vooral: er was veel minder kouwe drukte en veel meer zelfrelativering.

Hulde aan de mannen van Bahamontes, Jonas Heyerick en Jelle Vermeersch, en al die heerlijke schrijvers van dat blad, hoe ze dat avondvullend programma (2,5 uur zonder pauze alstublieft, wie zit dat nog uit?) in elkaar hebben gestoken. Geen Gaston en Romain, maar Jean Blaute, Pieter-Jan De Smet en co, Wim Opbrouck, een dichter van wie ik de naam en de teksten ben vergeten, maar soms moest ik er om lachen, en een Nederlandse troubadour met ook al mooie teksten.

Hulde ook aan de renners die de moeite namen naar de Minard te komen: Iljo Keisse en Victor Campenaerts bijvoorbeeld, jongens dicht bij de aarde, toppers in hun specialisme maar dankbaar om de aandacht.

Er was ernst en er was luim, er werd veel gelachen en er viel een traan. Ward Bogaert van Radio 1 op bezoek bij de ouders van Johan Sermon, de jonge renner die in de nacht van op 12 op 13 februari 2004 in zijn bed stierf, is van het beste wat deze reporter ooit heeft gemaakt. Hij kreeg de bomvolle zaal compleet stil met het onnoemelijke leed van vader en moeder. Sereen gebracht, mooie radio in een schouwburg.

Alle onderwerpen van het programma waren vintage Bahamontes, een blad dat ik koop en waarvoor ik niet schrijf voor alle duidelijkheid: de zelfkant van de wielrennerij, het mooie, maar ook het harde, en vooral het lelijke niet uit de weg gaand maar duidend, zoals afgelopen zomer het Festina-nummer. Er werd zelfs een Festina-lied gezongen, voor een diehardwielerpubliek, dat kan alleen Bahamontes voor elkaar krijgen. Er was aandacht voor fotografie, met Klaas-Jan van der Weij en Sigfrid Eggers, want geen sport mooier in beeld te brengen dan die waar tragedie en opperste geluk arm in arm gaan.

Hoe Bahamontes het voor elkaar heeft gekregen om te blijven bestaan in deze wereld van de rappe mediahap, dat verdient bewondering. Hoe ze er steeds weer in slagen om schone mensen als Gilbert Hutsebaut op een mooie, respectvolle manier te brengen, chapeau. Een renner van het zevende knoopsgat die ooit Merckx en Godefroot versloeg in de jonge E3 Prijs omdat ze te veel naar elkaar keken en ‘mé mien nie hen geklapt’. Maar die later ook als een equilibrist een tweede carrière nastreefde. Gilbert Hutsebaut werd zaterdagavond ter plekke Umberto Hutsebolino. Hij zag een koersfiets staan op het podium en zei ‘den die moe wel goan’. Even later balanceerde een oude fiets van Freddy Maertens op zijn kin. De Minard ging uit zijn dak.

Neen, niemand kreeg een prijs in deze Groote Sluitingsprijs. Zelfs de schuimwijn voor de petje-op-petje-af-quiz werd nadat alle vragen op waren en nog te veel winnaars over waren gebleven, door de hoofdredactie van het blad toegekend aan… de hoofdredactie. Zelfrelativering, in het wielrennen kunnen ze dat als geen ander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden