Dinsdag 21/01/2020

Opinie

Een stad waar mensen wonen van vlees en bloed heeft clubs als Decadance nodig

Ben Van Alboom. Beeld Mandy Demuth

Ben Van Alboom is chef cultuur bij De Morgen.

Het begon drie jaar geleden allemaal relatief onschuldig: de Gentse Feesten mochten plots niet meer eindigen op maandag, maar op zondag – allicht is dat praktischer voor toeristen – en om halfdrie moest de muziek op alle pleinen uit (behalve op de Vlasmarkt), want er zijn ook mensen die de dag erop moeten werken (behalve die aan de Vlasmarkt). Het was even wennen aan die onverhoedse arbeidsethos – in de voorgaande decennia zat Gent kennelijk collectief zonder werk (zeker iedereen op de Vlasmarkt) – maar in het kader van de moderniteit heeft de Gentenaar dan maar gedwee ‘allez dan’ geknikt.

Maar wat er de afgelopen weken gebeurde, is niet meer zo onschuldig, laat staan relatief: Decadance, een icoon van het (Gentse) nachtleven, moest koste wat het kost dicht. Op bevel van de burgemeester, en aan de hand van een dossier dat juridisch met zo’n haken en ogen aan elkaar hing én waarin de stad zich zo stijfhoofdig opstelde dat de Raad van State gisteren geen andere keuze had dan het in de prullenband te kegelen.

Een mens zou haast kunnen beginnen denken dat er een bevriend projectontwikkelaar in de buurt plannen heeft, maar officieel heet het dat het Gentse stadsbestuur, dat instemde met de beslissing van de burgemeester, meent dat Decadance een drugskot is en dat zo’n kot niet thuishoort in een buurt waar veel jongeren rondhangen. Want Decadance, moet u weten, ligt in de Overpoortstraat, waar elke avond inderdaad duizenden studenten rondhangen. Of aan elkaar hangen, omdat ze te zat zijn om nog recht te stappen. Maar dat is uiteraard geen probleem, Decadance wel. Na 21 jaar.

Wordt er in Decadance drugs gebruikt? Natuurlijk. In elk ander café van de Overpoortstraat trouwens ook, net als in elke andere Belgische club of – zoals het allicht nog in het hoofd van de meeste Vlaamse burgemeesters zit – ‘dancing’. Maar tegelijk wordt er in Decadance ook gecontroleerd, in tegenstelling tot in een hoop andere uitgaansetablissementen. Zowel op drugs als op – zie je ook niet overal – roken. Ja, dat heb ik al verschillende keren zelf gezien. Nee, dat houdt niet iedereen tegen.

Opmerkelijk genoeg had de Gentse burgemeester daar geen oren naar, in tegenstelling tot de Raad van State, die het bovendien uitermate eigenaardig vond dat de burgemeester de keren dat Decadance zélf de politie had verwittigd om een op heterdaad betrapte dealer aan te geven gewoon mee onder ‘inbreuk op de drugswet’ klasseerde. Niet bepaald het signaal dat je als stadsbestuur wil uitsturen: hoe meer dealers je aangeeft, hoe sneller we de boel komen sluiten.

Al kan het ook een subtiele hint van de burgemeester aan het adres van de uitbaters van Decadance geweest zijn, om te stoppen met zijn personeel wakker te bellen. In een van de gevallen dat die zelf de politie verwittigden omdat ze iemand hadden betrapt, weigerde de politie ter plaatse te komen om de man op te pakken. “Geen prioriteit.” Waarom dan nu opeens zoveel haast, meneer Termont?

Een van de ‘oplossingen’ die de burgemeester, die verder laat weten dat de stad Gent niet wil betrokken worden bij het antidrugbeleid van een club (maar wel een drugcoördinator heeft die op zijn beurt hopelijk een set speelkaarten heeft en van patience houdt), naar voren schuift: iedereen die in de toekomst Decadance binnen wil, dient verplicht te worden gefouilleerd. Nu even los van het feit dat niemand een xtc-pil in zijn broekzak stopt (en ik altijd mijn Frisk-muntjes in beslag ga genomen zien worden), kunnen we twee seconden normaal doen? Want ik ben het na 25 jaar écht beu om als een potentiële crimineel behandeld te worden omdat ik af en toe eens op elektronische muziek wil dansen.

Zoals drie weken geleden nog op HORST, een elektronisch kunstenfestival in een deelgemeente van Leuven dat zo’n hoop nette, welgemanierde intellectuelen aantrekt dat De Lijn bussen tekortkwam om ze – openbaar vervoer is goed voor het milieu, weet u wel – allemaal daar te krijgen. Maar voor ze, eenmaal ter plekke, van die bussen mochten, moesten ze nog even blijven zitten, zodat de politie met een drugshond kon rondkomen. De organisatoren, die overigens geen toelating krijgen om met het toonaangevende festival in de stad Leuven neer te strijken (ondanks het feit dat de KU Leuven de belangrijkste partner van het festival is), stonden er vol ongeloof naar te kijken. Maar Louis Tobback had allicht iets horen waaien over een ‘openluchtdancing’.

Nu heb ik niets tegen Leuven – ik slaap er doorgaans heerlijk – maar laat Gent alstublieft geen tweede Leuven worden, met nog hoop en al een paar inwisselbare danscafés. Want daar gaan we zo stilaan naartoe. Terwijl in Antwerpen, waar naar verluidt een war on drugs bezig is, de ene na de andere club de deuren opengooit, beweegt er in Gent amper iets. Een upgrade van de kerstmarkt niet te na gesproken uiteraard. Wat moeten al die toeristen anders doen?

Een stad waar mensen wonen van vlees en bloed, heeft clubs als Decadance nodig. In het centrum. Of willen we iedereen weer, zoals vroeger, in het weekend met de auto richting een steenweg sturen? Lekker veilig. En ja, die clubs zorgen voor volk op straat. (Wie ’s avonds om elf uur liever in alle privacy de hond uitlaat, kan dat doen in Brugge.) En ja, daar zitten mensen die drugs nemen. (Wie gelooft dat er één uitgaansplek bestaat waar niemand een gram coke of wiet op zak heeft, moet eens met de drugshond van Tobback gaan wandelen.) Dus als u echt meent, mijnheer Termont, dat het sluiten van Decadance “zal bijdragen om de openbare orde in de Overpoortbuurt te herstellen”, dan bent u ofwel ontzettend naïef, ofwel bent u de Gentenaar (en uw hopelijk niet té goed betaalde drugscoördinator, die naar verluidt niets van uw demarche wist) meer uitleg verschuldigd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234