Dinsdag 21/05/2019

Standpunt

Een schandpaal hoeft niet, maar we willen weten wat er misliep

De terroristen op de Zaventemse luchthaven. Beeld AP

Bart Eeckhout is commentator bij De Morgen.

Hoe meer we te weten komen over de verdachten van de aanslagen, hoe meer een dubbelzinnig gevoel komt bovendrijven. Dat de namen ook die blijken te zijn van verdachten die al opdoken in eerder onderzoek doet vermoeden dat alvast deze terreurcel niet zo erg groot is en nu wel min of meer in beeld is gebracht. Dat verschaft enige geruststelling.

Anderzijds dringt zich een pijnlijke vraag op: als de betrokkenen bij deze gruweldaden toch zo goed bekend waren bij de veiligheidsdiensten, hoe is het dan mogelijk geweest dat we hen niet hebben kunnen controleren en tegenhouden?

Uit de sport weten we dat een doel enkel kan worden getroffen als er een fout wordt gemaakt in de verdediging. En het doelwit Brussel is bijzonder hard getroffen. Een schandpaal hoeft niet te worden opgericht, maar het is legitiem om na te gaan wat is misgegaan en wat dus moet worden verbeterd in de verdediging van onze veiligheid.

Bart Eeckhout. Beeld Wouter Van Vooren

Er doemen vragen op. Veel vragen. Als bijvoorbeeld zou kloppen dat er een duidelijke en herhaaldelijke buitenlandse waarschuwing was voor precies deze aanslagen, dan is er een probleem. Of als klopt wat de Turkse president Erdogan beweert, namelijk dat een van de zelfmoordterroristen door zijn diensten is uitgeleverd aan Nederland, getipt aan België en vervolgens vrijgelaten, dan is er zelfs een groot probleem.

Als een veroordeelde, gevaarlijke crimineel in 2014 vervroegd wordt vrijgelaten, een jaar later wordt opgepikt aan de Turkse grens omdat hij bij IS wil gaan vechten, en nog een jaar later mee moordende aanslagen kan uitvoeren, dan is er ruimte voor véél verbetering. Om in sporttermen te blijven: dan heeft iemand de bal laten vallen. Als deze buitenlandse informatie bevestiging krijgt, dan wordt ook de vraag naar politieke verantwoordelijkheid onvermijdelijk. Laat nu het respect voor de slachtoffers domineren, maar straks moeten en zullen deze vragen een antwoord krijgen.

Alleszins springt in het oog dat met de broers El-Bakraoui - de mannen die zichzelf hebben opgeblazen in metro en luchthaven - opnieuw jihaditerroristen naar voren treden met een verleden in het banditisme. Dat was ook al het geval met Abdelhamid Abaaoud en Salah Abdeslam, of met de opgerolde terreurcel in Verviers. Het is op het kruispunt van criminaliteit en radicale islam dat IS zijn gewillige beulen recruteert. Alsof mislukte bandieten, meestal na een 'stage' in Syrië, een tweede carrièrekans ruiken in het martelaarschap.

Controle van al wie aan dat profiel beantwoordt, moet dan ook de absolute prioriteit zijn van de veiligheidsdiensten. Wellicht vergt dat verregaande Europese coördinatie en samenwerking. Want als het vier maanden duurt om één topverdachte op te sporen in eigen stad, dan kun je niet anders dan besluiten dat wij hier te weinig afweten van het milieu waarin de Abdeslams en de El-Bakraoui's konden gedijen.

Dat hoeft geen blamage te zijn voor het harde werk van de speurders bij de Staatsveiligheid en andere diensten. De waarheid is wellicht dat ze simpelweg te weinig middelen hebben om die complexe taak te volbrengen. Met stadstunnels, federale musea en wetenschapsinstellingen heeft de Veiligheid van de Staat gemeen dat het een dienst is waarvoor je in tijden van krimpende budgetten niet spontaan een politieke lobbyist zult vinden.

Nu wel ja, maar nu is het te laat. Na de aanslag op de militair bewaakte luchthaven van Zaventem mogen we ons afvragen of de middelen die zijn besteed aan de grotendeels symbolische inzet van para's niet beter kunnen worden geïnvesteerd in meer kennis bij de inlichtingendiensten.

Als het kwestie is om die criminelen te identificeren die zijn gevallen voor de verlokking van het jihadisme, dan heeft ook de brede moslimgemeenschap een opdracht. De vraag moet niet zijn om telkens weer uitentreuren 'collectief' of 'voldoende' afstand te nemen van steeds nieuwe aanslagen. Zulke verdoken criminalisering en stigmatisering leidt enkel tot meer wederzijds wantrouwen.

Maar sommige moslims kunnen de samenleving waarvan ze deel uitmaken helpen beschermen door sneller alarmerende signalen aan te reiken vanuit hun eigen kennis. Dat heeft niets te maken met een religie die onderscheidt, maar alles met het burgerschap dat ons verbindt.

Dat zijn lastige kwesties, maar als deze uitzonderlijke gebeurtenissen misschien nog een positieve kant kunnen hebben, dan wel dat dit het moment is om lastige kwesties uit te spreken. Als we het nu niet doen, dan moeten we het nooit meer doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.