Dinsdag 15/10/2019

Opinie Frank Vandenbroucke

Een onderhandelde splitsing van België zal iets anders opleveren dan wat N-VA voorspiegelt

N-VA-voorzitter Bart De Wever. Beeld Photo News

Frank Vandenbroucke is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Sander Loones vindt het confederalistische model van de N-VA “het slimste dat we al voorgesteld hebben op communautair vlak” (DM 28/5). Dat is goed om weten. Het slimste dat de N-VA ooit voorgesteld heeft, is nog steeds een fata morgana, een luchtspiegeling die laat geloven dat we midden in de woestijn een oase van schaduw met overvloedig eten en drinken ontdekt hebben.

Niemand kan uitleggen wat confederalisme betekent in Brussel. De N-VA zou Brusselaars laten kiezen tussen twee sociale stelsels. Vrije keuze tussen concurrerende socialezekerheidsstelsels staat haaks op een grondprincipe van sociale verzekeringen: sociale verzekeringen zijn economisch efficiënt en stabiel omdat ze verhinderen dat mensen ‘shoppen’ tussen verschillende stelsels. Dat geldt minder voor aanvullende verzekeringen, maar dat is een ander verhaal. 

Dit is het eerste probleem met de ‘Brussel-keuze’ van de N-VA, maar niet het enige. Hoe sociale zekerheid vorm krijgt, hangt samen met hoe de arbeidsmarkt georganiseerd is. In de N-VA-brochure over het confederalisme is het arbeidsmarktbeleid onbestaande, op uitzondering van de arbeidsbemiddeling. De vergetelheid is geen toeval: de N-VA heeft geen antwoord op de vraag wie verantwoordelijk zal zijn voor het arbeidsmarktbeleid in de confederatie. En dus zwijgt ze erover. 

De vragen zijn nochtans bekend. Zullen de Brusselaars kunnen kiezen tussen twee stelsels van ontslagrecht, twee regelingen voor overuren, twee stelsels van loonoverleg, twee soorten van aanvullende pensioenen in het bedrijf waar ze werken, twee verschillende benaderingen van werk in de platformeconomie…? Of moeten we het ons zo voorstellen dat niet de mensen kiezen, maar wel de bedrijven, en dat in Brussel gevestigde ondernemingen kunnen kiezen tussen twee verschillende arbeidswetgevingen? De arbeidsmarkt is de grondslag van het sociaal bestel, en bepaalt er de contouren van. Hoe zit dit nu in elkaar?

Captains of industry zouden zich daarover zorgen moeten maken. Zelfs als er ingenieuze oplossingen gevonden worden (ik verneem ze graag), dan nog zullen bedrijven die in meer dan één gewest actief zijn, geconfronteerd worden met twee of drie regelgevende kaders voor alles wat te maken heeft met de wereld van werk, sociale zekerheid en sociale dialoog. We willen toch minder bureaucratie?

Lusten de Brusselaars de ‘Brussel-keuze’?

Ook als er theoretisch oplossingen bestaan, duikt een tweede, fundamentelere vraag op. Wat doen we wanneer een grote meerderheid van de Brusselaars het met dit ‘keuzemodel’ oneens is? Bart De Wever stelt dat de Vlamingen zichzelf als een ‘verbeelde gemeenschap’ mogen beschouwen. Er is veel te zeggen voor die verlichte, niet-etnische interpretatie van de identiteit van een gemeenschap. Maar kunnen wij de Brusselaars, die vandaag al eigen politieke instituties hebben, het recht ontzeggen zich als een ‘gemeenschap’ te beschouwen, als ze dat zouden willen? Het punt is niet of ik het er al dan niet mee eens zou zijn dat de Brusselaars zichzelf een ‘gemeenschap’ zouden noemen (pleidooien daarvoor overtuigen me niet helemaal, voor alle duidelijkheid). Het punt is dat ons eigen ‘gelijk’ over wie zich al dan niet een gemeenschap mag noemen, moeilijk het enige uitgangspunt kan zijn van een onderhandeling.

Misschien haakt u af bij dit soort van argumenten. Bekijk het dan even zo: een groep die vandaag al over eigen instituties beschikt, zoals de Brusselaars, en daardoor stakeholder is in de onderhandelingen over de toekomst van die instituties, kan niet zonder meer genegeerd worden. Denk aan de brexit: die kan niet georganiseerd worden zonder akkoord met de Noord-Ieren. Sterker, een werkbare brexit kan niet zonder akkoord met Noord-Ierland én de republiek Ierland. Een model bedenken dat je hoogstens met jezelf kan afspreken, en dit model vervolgens verkopen als ‘oplossing’ voor ‘blokkerende meningsverschillen’ met ‘de anderen’, dat is zoals het verkondigen van een halve waarheid: als oplossing is het een hele leugen.

Leren uit een vechtscheiding

Confederalisme heeft alles van de brexit. Niet alleen is een onderhandelde brexit onvermijdelijk een andere brexit dan wat de brexiteers de Britten voorgespiegeld hebben, net zoals een onderhandelde splitsing van België iets anders zal opleveren dan wat N-VA voorspiegelt. De brexiteers verzwegen ook een institutionele onmogelijkheid: een brexit die het Verenigd Koninkrijk losscheurt uit de Europese Unie, maar de open grens tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek laat bestaan, is onmogelijk. Belgisch confederalisme waarbij Brusselaars vrij kiezen tussen volledig op zichzelf staande Vlaams en Franstalige welvaartsstaten is even onmogelijk. Zeker, de zuivere brexit is denkbaar, als het Verenigd Koninkrijk Noord-Ierland weer laat aansluiten bij de Ierse republiek. De Vlamingen kunnen hun eigen welvaartsstaat krijgen, wanneer ze Brussel volledig opgeven. Dat is denkbaar. Let wel, ‘denkbaar’ betekent nog niet noodzakelijk ‘goed’ voor Vlaanderen.

De brexit houdt ook een les in voor de linkerzijde. De meerderheid van de Labour-aanhang was tegen. Indien Corbyn zich in de strijd tegen de brexit geworpen had, dan was de uitslag van het referendum anders geweest. Hij kon dat doen; hij had campagne kunnen voeren voor blijvende aanwezigheid in een Europese Unie, mits die een sterker sociaal gelaat zou krijgen. Waarom deed hij het niet? Hij is nog altijd in de ban van de oudbakken analyse uit de jaren 70, die de EU beschouwt als een kapitalistisch complot. Hij geloofde ook dat Labour zou profiteren van de chaos die de Conservatieven organiseerden. Deze vergissing leidde in een tweede fase tot een onoplosbaar dilemma: moest Labour May helpen om een slecht akkoord rond te maken, waar de grote meerderheid van de Labour-achterban tegen is; of moest Labour haar niet helpen, en zo mee verantwoordelijk zijn voor de chaos? 

Corbyn heeft het nu begrepen: er was geen toekomst voor Labour in een vechtscheiding met de EU. Maar het is te laat. Britten identificeren zich steeds minder met ‘links’ of ‘rechts’ en steeds meer met ‘pro’ of ‘anti’ brexit. Labour had de EU als institutie moeten verdedigen; niet kritiekloos, maar zonder aarzeling over de rol van Groot-Brittannië binnen de EU.

De brexit leert wat er gebeurt bij een institutionele vechtscheiding: steeds meer polarisatie tussen ‘wij’ en ‘zij’. Wie geen heil ziet in een vechtscheiding moet de Belgische welvaartsstaat dus hardop verdedigen, maar niet kritiekloos. Verdedigen betekent ook: verantwoordelijkheid willen nemen voor noodzakelijke hervormingen. Hier scheiden de wegen van uiterst links en links. Inhoudelijk achter uiterst links lopen biedt voor PS en sp.a daarom geen perspectief, integendeel; mensen kiezen liever het origineel dan de kopie. Dat tonen de uitslagen. De terugkeer naar oude retoriek biedt ook geen perspectief. Wat nodig is, is een frisse visie op de modernisering en de houdbaarheid van onze welvaartsstaat. Een geloofwaardig verhaal over hoe een modern pensioenstelsel, een hedendaagse arbeidsmarkt, een innoverende gezondheidszorg en de klimaatomslag samen gaan sporen. Die visie is er nog niet.

Frank Vandenbroucke. Beeld Photo News
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234