Zaterdag 14/12/2019

Opinie

Eén minister van Klimaat? Niet mogelijk in ons land

Beeld Wouter Van Vooren

Karel Reybrouck is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).

Zes staatshervormingen hebben België opgezadeld met een weinig performante structuur om de toekomstige klimaatuitdagingen te lijf te gaan. Doortastend klimaatbeleid vereist een herziening van de huidige versnippering van bevoegdheden tussen de gewesten en de federale overheid.

‘Te veel ministers leveren te weinig klimaatbeleid!’ Deze duidelijke aanklacht valt geregeld te horen op de klimaatbetogingen. Er zijn inderdaad veel bevoegde ministers. Klimaat is geen bevoegdheid die duidelijk aan één beleidsniveau toekomt zoals onderwijs, defensie of dierenwelzijn. Het beleid rond de uitstoot van broeikasgassen is niet beperkt tot de bevoegdheid voor leefmilieu. Een globaal klimaatbeleid vereist een transversale aanpak vanuit verschillende beleidsdomeinen zoals mobiliteit, energie, economie, huisvesting, landbouw en fiscaliteit.

Die bevoegdheden zijn versplinterd tussen de verschillende overheden van ons land. Zo zijn openbaar vervoer en wegverkeer gewestbevoegdheden, terwijl de NMBS, de luchtvaart, de scheepvaart (behalve de binnenvaart) en de technische normen voor voertuigen op federaal niveau blijven. Hernieuwbare energie is gewestelijk, maar offshore windmolenparken en kernenergie zijn federale materie. De federale overheid bepaalt de (milieu-)normen voor het op de markt brengen van producten en beschikt over belangrijke hefbomen van ecofiscaliteit. De gewesten staan dan weer in voor de bescherming van het leefmilieu, de industriële- en landbouwproductie en energiezuinige woningen.

Karel Reybrouck Beeld rv

Zwartepieten

Hoewel er, historisch gezien, logische verklaringen zijn voor de overdracht van deze of gene bevoegdheid, rijst de vraag of de huidige complexiteit wel doortastend klimaatbeleid toelaat. De versnippering van bevoegdheden zorgt voor overlappende verantwoordelijkheden tussen én binnen verschillende overheden. Als oorzaak van hun eigen falend beleid wijzen de bevoegde ministers elkaar dan ook gretig met de vinger. Zwartepieten dus, terwijl de klimaatdoelstellingen net schreeuwen om overleg en samenwerking.

In België loopt die samenwerking niet echt van een leien dakje. Compromissen tussen de deelstaten en de federale overheid vereisen unanimiteit. Elk gewest kan dus op ieder moment een veto stellen indien de onderhandelingen economisch in zijn nadeel uitvallen. Resultaat: de federale overheid en de gewesten vonden pas na zes jaar onderhandelen een akkoord over de onderlinge lastenverdeling van de Europese Klimaatdoelstellingen 2013-2020. Dat leverde ons op de klimaattop van Parijs nog de trieste trofee van Fossiel van de Dag op. Eind december haalde ons land ook slechts op de valreep de Europese deadline voor het indienen van het Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030. Akkoorden sluiten tussen vier regeringen met uiteenlopende politieke constellaties blijkt telkens weer aartsmoeilijk. Voor wie in confederaal onderhandelen tussen de deelstaten een droomoplossing voor alle problemen ziet, zorgt de dynamiek van het klimaatbeleid voor een ontnuchterend ontwaken.

Eén klimaatminister

Als oplossing voor de fragmentatie van het klimaatbeleid stellen de klimaatbetogers voor om een federale minister van Klimaat te creëren. Daarnaast gaan stemmen op voor een Klimaatwet, die naast bindende doelstellingen ook groene investeringen en ecobelastingen bevat. Door de coördinatie van het klimaatbeleid te centraliseren op federaal niveau hoopt men de klimaatimpasse te doorbreken. Het lijken logische voorstellen, maar ze staan haaks op de basisprincipes van het Belgische federalisme. Onze bevoegdheidsverdeling is immers gestoeld op de sacrale drie-eenheid: autonomie-nevenschikking-exclusiviteit. Dat houdt in dat de gemeenschappen en de gewesten in de autonome uitoefening van hun exclusieve bevoegdheden op dezelfde hoogte staan als de federale overheid.

Beeld Wouter Van Vooren

Het is bijgevolg niet denkbaar dat een federale minister klimaatdoelstellingen opdringt aan de gewestelijke milieu-, mobiliteit- en energieministers en hen dicteert welk klimaatbeleid zij moeten voeren. Dat schendt de autonomie en de nevenschikking van de deelstaten. Uit het exclusiviteitsbeginsel volgt bovendien dat de Klimaatwet enkel maatregelen en doelstellingen kan bevatten in de materies waarvoor de federale overheid zélf bevoegd is (zie opsomming hierboven). Kortom, geen enkele minister kan momenteel de eerste viool spelen in het klimaatbeleid.

Om de rol van Klimaatdirigent toe te kennen aan de federale overheid is een ingrijpende staatshervorming nodig. In die hervorming zouden enkele heilige huisjes van de Belgische bevoegdheidsverdeling moeten sneuvelen om tot een overkoepelend en coherent klimaatbeleid te komen. Dat betekent niet noodzakelijk een herfederalisering van strategische klimaatbevoegdheden. Ook nauw federaal toezicht op het gewestelijk klimaatbeleid of concurrerende klimaatbevoegdheden (waarbij de federale overheid kan optreden indien nodig) zouden zoden aan de barstende dijken kunnen brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234