Maandag 20/01/2020

Opinie

Een kei kun je het vel niet afstropen, de regering-Di Rupo deed het toch

Beeld BELGA

Ides Nicaise is verbonden aan de KULeuven (Hoger Instituut voor de Arbeid/Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen).

De nieuwe Vlaamse en federale regeringen beloven niet mals te zijn voor de werklozen. De Vlaamse Regering-Bourgeois heeft al beslist om de RVA-opvolging van werklozen te verscherpen en uit te breiden tot aan de pensioenleeftijd, en een verplichte gemeenschapsdienst in te voeren voor langdurig werklozen. In de federale regeringsonderhandelingen lag eerst het voorstel op tafel om de uitkeringsrechten te beperken tot twee jaar, nu eerder om de uitkeringen sneller te laten dalen met de werkloosheidsduur.

De werkloosheidsverzekering staat al decennia onder toenemende druk. Vandaag heeft dat niet alleen meer te maken met de besparingswoede van de overheid, maar ook met verschuivingen in het politiek-ideologische klimaat. Het is overigens een Europese tendens.

De besparingen betreffen uiteraard veel beleidsdomeinen, maar in de werkloosheidsverzekering worden ze verkleed als activeringsbeleid. Wetenschappelijk onderzoek laat vermoeden dat deze ingrepen wel besparingen zullen opleveren, maar dat hun activeringseffect hoogst twijfelachtig is. In feite verhogen deze maatregelen veeleer het armoederisico onder werklozen dan hun kans op herinschakeling.

De ideologische basis van de actieve welvaartsstaat verschoof in de voorbije decennia van een sociaaldemocratische rechtenbenadering (de overheid staat garant voor het recht op werk) naar een neoliberale aanpak (de overheid geeft enkel financiële prikkels, onder andere door lagere uitkeringen, om 'werk lonend te maken' voor werkzoekenden) en in zekere mate ook naar een conservatieve aanpak (workfare: werklozen hebben zelfs de plicht om het even welk aanbod te aanvaarden om hun uitkering te verdienen).

Ook in ons land is de omslag duidelijk merkbaar. Op Vlaams niveau heeft de conservatieve workfare-ideologie haar intrede gedaan met de opname van de verplichte gemeenschapsdienst in het regeerakkoord. Op federaal vlak domineert momenteel nog de 'werk doen lonen'-ideologie. Merkwaardig genoeg was dit het sterkst merkbaar onder de regering-Di Rupo, wellicht niet met de volle instemming van de PS. De lijst met ingrepen is indrukwekkend:

- Versterking van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen (verhoging van de uitkeringen in de eerste maanden werkloosheid, verlaging voor langdurig werklozen);
- Verlenging van de wachttijd voor jongeren, verstrenging van de controle op hun inspanningen, en beperking van hun uitkeringsrechten in de tijd (het zogenaamde stelsel van inschakelingsuitkeringen);
- Beperking van de brugpensioenen en verstrenging van de uitkeringsvoorwaarden (nu 'werkloosheidsuitkering met bedrijfstoeslag');
- Beperking van de stelsels van loopbaanonderbreking en tijdskrediet;
- Beperking van de 'gelijkgestelde periodes' in de werkloosheid voor de berekening van het pensioen; en tenslotte
- Verdere uitbreiding en intensivering van de RVA-controles en dito sancties tot alle leeftijdsgroepen.

Beeld kos

Die neoliberale koers werd aangezwengeld door de aanbeveling van de Europese Commissie uit 2011, waarin aangedrongen werd op een verlaging van de uitkeringen voor langdurig werklozen in ons land. De voorafgaande armoedetoets, geëist door armenorganisaties en vakbonden, werd door de regering-Di Rupo nooit uitgevoerd. Zij wist waarom. De bekommernis om de sociale schade van werkloosheid voor de betrokkenen te minimaliseren heeft plaatsgemaakt voor een obsessie omtrent het risico van werkloosheidsvallen. Bij dit alles bieden anekdotische verhalen, snelle veralgemeningen en vooroordelen hardnekkig weerstand tegen wetenschappelijke inzichten.

Nochtans is er steeds meer wetenschappelijke evidentie tegen de 'werk doen lonen'-assumpties. De studiediensten van de OESO en de Europese Commissie hebben toegegeven dat ze door de feiten niet bevestigd worden. In de laatste editie van 'Employment and social developments in Europe' (Europese Commissie, 2014) wordt een overzicht gegeven van de studies over de invloed van diverse modaliteiten van de werkloosheidsverzekering (uitkeringsniveau, -duur enz.) op de uitstroomkansen naar werk. Zo blijkt er geen (eenduidig) negatief verband te zijn tussen de hoogte van uitkeringen enerzijds, en de kans op uitstroomkans uit de werkloosheid anderzijds; hetzelfde geldt voor de relatie tussen maximale uitkeringsduur en uitstroomkans.

Een aantal studies komt zelfs tot de omgekeerde conclusie: hoe genereuzer de sociale protectie, hoe sneller de uitstroom. Die vaststelling hoeft niet te verrassen: genereuze uitkeringen laten werklozen toe om te investeren in een vervoermiddel, een internet-abonnement, kinderopvang, bijscholing, sociale contacten - en verhogen daardoor de kans op het vinden van werk. Men zou dit de 'sociale investeringsvisie' op de sociale protectie kunnen noemen.

De beleidsimplicaties van deze benadering gaan lijnrecht in tegen het gevoerde beleid in heel wat Europese landen, inclusief België. Lagere uitkeringen en strengere voorwaarden zouden volgens deze logica alleen maar de werkloosheidsduur en de armoede verhogen. Of nog anders uitgedrukt: de kortetermijnbesparingen in de werkloosheid zouden op langere termijn een boemerangeffect kunnen hebben op de begroting - nadat ze een deel van de werklozen (dieper) in de armoede hebben geduwd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234