Vrijdag 16/04/2021

OpinieEls Van Hoof

Een infuus volstaat niet om onze geestelijke gezondheidszorg te genezen

Els Van Hoof. Beeld Photo News
Els Van Hoof.Beeld Photo News

Els Van Hoof is CD&V-Kamerlid

De aangekondigde maatregelen op de agenda van de Ministerraad rond mentaal welzijn zijn lovenswaardig. Toch blijven het doekjes voor het bloeden. Om geestelijke gezondheidszorg meer toegankelijk, laagdrempelig en nabij te maken moet het systeem fundamenteel worden herdacht.

Geen week gaat voorbij zonder nieuwe alarmerende berichten rond geestelijke gezondheidszorg. Eind februari raakte bekend dat vele psychologen hun wachtlijsten noodgedwongen afsluiten. Nog deze week berichtte de pers over een verdubbeling van het aantal sessies bij psychologen tegenover het begin van de crisis.

De problematiek rond geestelijke gezondheid is een oud zeer. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg noemde in zijn rapport uit 2019 de geestelijke gezondheidszorg als één van de pijnpunten in ons gezondheidssysteem. België is op Europees en op wereldvlak één van de trieste koplopers in zelfdoding met 15,8 zelfdodingen per 100.000 inwoners. We slikken 79 dosissen antidepressiva per dag per 1000 inwoners, aanzienlijk boven het Europese gemiddelde van 64 dosissen.

De maatregelen die vandaag op de agenda van de Ministerraad liggen, zijn lovenswaardig. De regering voorziet mobiele teams ouderen en jongeren, 1-op-1 gesprekken van jongeren met psychologen en 50 miljoen aan psychologische hulp voor zelfstandigen. Helaas blijven het doekjes voor het bloeden. Zandzakjes zullen de zondvloed van mentaal verdriet niet tegenhouden. Onze geestelijke gezondheidszorg is ziek en de problemen zijn structureel. Enerzijds is er overbehandeling: 10% krijgt gespecialiseerde hulp die hij of zij niet nodig heeft. Anderzijds is er onderbehandeling door ellelange wachtlijsten. Slechts drie op tien jongeren krijgt hulp. Nochtans ontstaat maar liefst een kwart van de psychische stoornissen vóór de leeftijd van 27 jaar en is vroegtijdige interventie bij jongeren dus cruciaal. Ten slotte is huidig beleid onvoldoende gestoeld op data van de werkelijke noden. We varen blind, ons baserend op veronderstellingen.

De 200 miljoen extra middelen die de regering uittrok voor mentaal welzijn, zijn welgekomen. Toch zullen deze enkel nuttig blijken als het systeem effectief verandert. Voor de terugbetaling van psychologen werd bijvoorbeeld 112 miljoen uitgetrokken. Volgens cijfers van het RIZIV werd echter slechts 2,5 miljoen van de voorziene eerstelijnspsychologische zorg middelen benut. Het financieel infuus zal dus enkel baten in combinatie met een omvattende, fundamentele ‘make-over’ op korte, middellange en de lange termijn.

Op korte termijn staan de directe noden voorop. Toegankelijke, kwalitatieve, nabije en betaalbare geestelijke gezondheidszorg is hierin de absolute prioriteit, zeker voor kinderen en jongeren met mentale moeilijkheden. Een mogelijke ‘quick win’ om de capaciteit van onze zorg aanzienlijk te vergroten is de erkenning van ondersteunende geestelijke gezondheidsberoepen, zoals psychologisch consulenten en orthopedagogen. Ook begeleidingscapaciteit moeten we uitgebouwen, om te garanderen dat mensen snel een afspraak kunnen maken en binnen redelijk termijn op eerste consultatie kunnen bij een GGZ-beoefenaar.

Op de middellange termijn streven we naar een volwaardig systeem van gedeeltelijk terugbetaalde psychologische zorg komen. Het RIZIV moet werk maken van een Psycho-Mut, een overeenkomstencommissie tussen de klinische psychologen en orthopedagogen enerzijds en de verzekeringsinstellingen anderzijds. Deze Psycho-Mut moet instaan voor zowel de financiering voor de psychologische zorg als het bepalen van marktconforme honoraria, praktijkpremies, tarieven en andere vergoedingen. Het huidige systeem kent helaas te veel drempels.

De doelstellingen op lange termijn zijn het meest uitdagend; ze behelzen een heuse paradigmashift. In plaats van een geestelijke gezondheidszorg gericht op genezing, moeten we streven naar een compassie-model gericht op herstel. Het taboe en stigma die mensen met mentale problemen torsen moet op schop. Mensen met mentale problemen raken nog al te vaak geïsoleerd of gemarginaliseerd. Zij horen middenin onze samenleving, op de arbeidsmarkt, in ons verenigings- en vrijetijdsleven, thuis bij hun gezin. Hiervoor hebben ze perspectief nodig en een herstel in eigen vertrouwde omgeving.

De uitdagingen zijn aanzienlijk, maar inmiddels lijken de geesten over partijgrenzen gerijpt om de kwestie structureel aan te pakken. Laat ons dus verder kijken dan budgetten en lapmiddelen. Laat ons de crisis te baat nemen om het verdriet van België eindelijk fundamenteel aan te pakken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234