Zaterdag 10/12/2022

OpinieLize Spit

Een groot stuk boulevard wordt in Brussel ter beschikking gesteld van een kleine hoeveelheid autobezitters

De middenberm tussen de Anderlechtsepoort en de Hallepoort in Brussel: een parking zou een stadsboulevard kunnen zijn. Beeld RV
De middenberm tussen de Anderlechtsepoort en de Hallepoort in Brussel: een parking zou een stadsboulevard kunnen zijn.Beeld RV

Lize Spit is schrijver van Ik ben er niet en De Morgen-columnist.

Lize Spit

Een hoogtepunt van het jaar: de dag waarop ter voorbereiding van de Zuidfoor de middenberm van de kleine Brusselse ring tussen de Anderlechtsepoort en de Hallepoort parkingvrij wordt gemaakt. Nadat de laatste autowrakken weggesleept zijn, olievlekken met zand bestrooid zijn en stortafval is verwijderd, verschijnt er een uitgestrekte vlakte, een statige promenade, ooit na het slopen van de stadsomwalling aangelegd ter vertier en ontspanning.

Wie ook al eens op de van parking ontdane middenberm heeft gestaan, begrijpt welk wonderlijk gevoel ik beschrijf. Het is een weerzien. De ruimte was er al die tijd en plots word je weer aan elkaar voorgesteld.

Helaas is de ademruimte van korte duur, meteen komen de foorkramers. En zodra de kramen weer vertrekken naar een volgende bestemming - zoals afgelopen week gebeurde - eisen wagens meteen de ruimte weer op. Dit recht werd hen, na jaren van illegaal parkeren, in 2015 door Els Ampe van Open Vld vergund omdat er te weinig andere politici prestige zagen in het vechten voor kwalitatieve ruimte voor de bewoners uit de naastgelegen armste buurten.

Na de terugkeer van de parking volgt met een beetje vertraging het sluikstorten, de kleine criminaliteit die gedijt onder de dekking van gestationeerde carrosserie. En zo wordt het langs de parking aangelegde, haastig geasfalteerde fiets- en wandelstrookje tussen de bomen, het zoethoudertje voor de kritische burger, ook weer redelijk ontoegankelijk.

Onzichtbaar

Chaos dwingt macht af. Mijn machteloosheid keerde om in dadendrang toen een nabijgelegen dakterras me bovenaanzicht op de middenberm verschafte, en ik kon tellen hoeveel (eerder: hoe weinig) wagens de ruimte bezetten. Slordig geparkeerd in twee brede rijen, over een lengte van een halve kilometer, tussen de Anderlechtsepoort en Lemonnier, kwam ik met moeite aan tweehonderd wagens. Tweehonderd.

Een groot stuk boulevard, dat een mooie overgang zou kunnen vormen tussen de oude stadskern en de minst groene, dichtstbevolkte grensbuurt, wordt ter beschikking gesteld van een kleine hoeveelheid autobezitters, (omwoners maar zeker ook bezoekers die duurdere parkeergarages verderop ontwijken). Te veel pleinen en boulevards in Brussel worden te grabbel gegooid aan stilstaand staal, maar hier stoort het me het meest, omdat het zo’n groot stuk van de stad meesleurt in verbeeldingsarmoe. Alsof je een opbergkast in het midden van je woonkamer zou plaatsen.

Vrijwel elke dag passeer ik deze plek en beeld ik me de groepen mensen in die deze ruimte momenteel ontzegd wordt. Ik zet ze op een rij, de kinderen die willen leren fietsen of rondhossen, de voetballers uit de buurt, de hondenbezitters, de thuiswerkers die even een ommetje willen maken, de tieners met volleybalambities, de ouderen die de benen willen strekken en elkaar ontmoeten op een bankje onder de bomen, fietsers en wandelaars die zich op een prettige manier willen verplaatsen. Bij elkaar zijn ze met véél meer dan tweehonderd.

Mochten deze groepen één voor één door de politiek teleurgesteld moeten worden (beste mensen, scheer jullie weg, er moet geld in de parkeermeters!), zou dat de associaliteit van hun keuze meteen aantonen. Nu is de keuze voor deze parking makkelijk, want de mensen die lijden onder deze beslissing klagen niet luidop, ze zijn onzichtbaar. Het zijn kinderen die er niet spelen. Het zijn de mensen die thuisblijven omdat de ruimte er te bedreigend en deprimerend bij ligt, het zijn de gezinnen die verhuizen omdat ze hier geen lucht krijgen. Niet voor niets is Kuregem, het deel dat grenst aan dit stuk van de ring, een transitzone.

Van laken naar laken

Maak kwalitatieve ruimte in een stad, en bewoners komen er dankbaar op af. Kijk naar het nieuwe park aan de Ninoofsepoort, een voormalig niemandsland dat in het verlengde van dezelfde middenberm ligt en waar burgerbewegingen voor gevochten hebben. Het is een iedereenland geworden - op mooie dagen kun je van picknicklaken naar laken hoppen. Geen mens, behalve mopperende autobestuurders die deze buurt enkel voor passage gebruikten, willen terug naar hoe het voorheen was.

Natuurlijk heeft niemand baat bij een overhaast plan dat niet luistert naar de verschillende noden uit de buurt. Voor de heraanleg zal slechts één keer in de komende decennia budget vrijgemaakt worden. In afwachting van een degelijke oplossing, een eerlijke verdeling, die nog jaren op zich zal laten wachten, wordt er momenteel wel maar naar één stem geluisterd, die van de mensen die een opbergkast willen in het midden van de kamer. Geen keuze maken, is ook een keuze maken.

Me inbeelden wat een parkingloze middenberm zal opleveren, lukt het best tijdens die twee korte momenten, voor- en na de foor. Dan is mijn verontwaardiging het grootst, omdat je ziet welke potentie er de kop wordt ingedrukt. Ik hoop dat bevoegde politici, over de verschillende bestuursniveaus heen, de moed vinden om de middenberm nu al (desnoods deels, of: soms) parkingvrij te maken, zodat omwonenden en passanten zich de mogelijkheden kunnen beginnen voorstellen. Wie parking weggumt, maakt plaats vrij voor verbeelding.

``

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234