Zondag 26/05/2019

Column

“Een generatie die zich opoffert voor het goed van een volgende, kunnen wij ons niet meer voorstellen”

Joachim Pohlmann. Beeld Bob Van Mol

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn column verschijnt wekelijks.

Ik ben ziek. Wederom. Na eerst ten prooi te zijn gevallen aan de buikgriep, loop ik nu rond met een koortsige verkoudheid. En de oorzaak van mijn wankele gezondheid houdt mij wakker. Niet dat ik pieker over mijn aftakelend gestel, maar die oorzaak kucht en huilt zelf de ganse nacht.

“Wacht maar tot hij naar de crèche gaat”, hadden ze mij gewaarschuwd. Broeihaarden van ziektekiemen blijken het te zijn. Dezelfde orakels die het mij voorspelden, houden me nu voor dat ik er ook weer immuun voor zal worden. “Het zal wel”, snotter ik dan.

Desondanks is de bron van mijn ongemak voor mij het dierbaarste wat er op deze aarde is. Ik had nooit kunnen bevroeden hoe innig de band met mijn nakomeling precies zou zijn. Enkel door het vaderschap heb ik dat ervaren.

Een paar jaar geleden was er op sociale media een rel over de kinderloosheid van Europese leiders zoals Theresa May, Mark Rutte, Emmanuel Macron en Angela Merkel. De lamentabele toestand van ons continent werd daaraan geweten, wat uiteraard een heleboel reacties uitlokte.

Op dat moment vond ik dat ook een onzinnig argument. Wat zou het al dan niet hebben van kinderen invloed hebben op de politieke praxis? Maar nu ik zelf een koter heb rondlopen, is er wel iets veranderd in mijn engagement en overtuiging: de inzet is verhoogd.

Als ik vroeger dacht aan volgende generaties was dat eigenlijk als een abstractie, een geanonimiseerde “zij die na ons komen”, eigenlijk haast een politiek cliché. Vandaag is dat voor mij heel concreet geworden, die komende generaties zijn mijn eigen kind.

Het deed me beseffen hoezeer ikzelf een exponent ben van een egomaan tijdsgewricht. Ik ben volledig geculturaliseerd in een beschaving die alles op het nu heeft gezet. We moeten nu bevredigd worden, onmiddellijk en zonder vertraging. Alles wat daarna komt is umsonst.

Het idee van een generatie die zich opoffert voor het goed van een volgende generatie, dat kunnen wij ons niet meer voorstellen. Nog maar suggereren dat we onszelf zouden moeten wegcijferen, wordt door mensen opgevat als een persoonlijke aanval of een belediging.

Mijn grootmoeder overleed deze zomer na een leven dat een eeuw omspande. Toen ze werd geboren, woedde er nog een oorlog en kondigde de toekomst zich allesbehalve rooskleurig aan. En het werd ook een leven vol ontberingen, tegenslagen en teleurstellingen.

Toch heb ik haar door nooit over horen klagen. Integendeel, ze heeft letterlijk het eten uit haar mond gespaard om het ons beter te laten hebben. Het is de generatie die de naoorlogse sociale mobiliteit mogelijk maakte en daarvoor in de VS beloond werd met het epitaaf ‘Greatest Generation’.

Ik heb er mijn grootouders steeds voor bewonderd. En de generatie van mijn ouders met de nek aangekeken als degene die kozen voor het grote gemak en de korte termijn. Mijn eigen leeftijdscohorte heeft daar nog een turbo op gezet. Hier lig ik dan, in hetzelfde bedje ziek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.