Dinsdag 22/10/2019
Beeld rv

Column De gebeten hond

Een debutant van 61 die denkt dat hij nog de energie van een 16-jarige heeft: dat was lachen

Mark Coenen gaat op wandel met de week.

De ondertitel van deze achtbare rubriek is dat ik op wandel ga met de week, maar deze week is die week met mij op wandel geweest. En hoe.

Ik ben er werkelijk met een rotvaart doorgeknald. En dat op mijn leeftijd.

Niet omdat ik graag alles tegelijk doe, maar alles ongeveer tegelijk gebeurde. Soms gaat dat zo.

Men kan veel plannen, maar het leven zelf laat zich niet temmen.

Ik liet deze week een boek op de wereld los en was daar een hele tijd helemaal zoet mee. Kreupel sleepte ik mij elke ochtend het bed uit, op weg naar weer een nieuwe afspraak.

Bewonderend keken vrouw en kinderen mij na, terwijl ik spoorslags uit hun zicht verdween, op weg naar gindse televisie­studio. Alsof ik dat al jaren deed. ’s Avonds kwam ik afgepeigerd en onder de schmink naar huis.

Een debutant van 61 die denkt dat hij nog de energie van een 16-jarige heeft: dat was lachen.

Dat mij verging toen ik, omdat ik nog een namiddag vrij had, op interview ging voor een reeks die in het late najaar in deze eigenste krant verschijnt.

Die gaat over mensen die van het leven een geweldige patat hebben gekregen maar de moed niet laten zinken en er ondanks alles er het beste van maken. Zoals dat heet.

Terwijl het beste misschien voorbij is.

Ik bracht een zonnige, nazomerse, windstille namiddag door op een palliatieve afdeling , waar ik op bezoek was bij iemand die ik graag heb en die ik ook graag in de reeks wil.

Groter kon het contrast niet zijn: van geboorte naar dood in een vingerknip.

“Kom deze week maar”, had hij gezegd aan de telefoon. “Ik weet niet of ik volgende week nog haal.”

Ik gaf hem een beetje beschroomd het allereerste exemplaar van mijn boek.

“Zonder de dood te verwachten schrijf je geen boek”, had ik erin geschreven als opdracht, een licht aangepaste regel uit het gedicht dat Rutger Kopland schreef bij de dood van Herman de Coninck.

Het werd een wonderbaarlijk, lang en goed gesprek, waarbij mijn bedlegerige gesprekspartner op zen-gelijke wijze zijn eigen lot en de krappe toekomst die hem nog bemeten is in dit aardse tranendal toelichtte. En hoeveel steun hij had aan zijn geloof.

Ik zat erbij en keek ernaar.

We spraken over toeval en geluk: dat je geboren wordt is al een enorme meevaller, laat staan dat je geboren wordt in deze tijd en in dit deel van de wereld.

Bofkonten: dat waren we, vonden we. Ondanks alles.

Dat hij zijn korte flits tussen de twee eeuwigdurende stiltes van de tijd goed had besteed: daar waren we het ook over eens.

In het zicht van de eeuwigheid steekt het niet op een paar jaar, maar hij is nog geen 67 en wil graag nog wat langer blijven.

Daar zal die kloterige kanker wel een stokje voor steken: is het niet vandaag, dan is het morgen, is het niet morgen, dan is het overmorgen.

Mag ik u een kus geven, vroeg ik toen ik wegging.

Dat mocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234