Zaterdag 22/02/2020
Beeld Damon De Backer

ColumnLize Spit

Een breuk is niet makkelijker voor diegene die ervoor gekozen heeft

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven. Vandaag: Lize.

Nadat mijn relatie stukging en alle contact met mijn ex-vriend door hemzelf verbroken werd, moest ik vrijwel elke dag het plein passeren waar hij was gaan wonen. Soms hield ik op de weg huiswaarts even halt, ging ik op een van de bankjes zitten tegenover de gevel waarachter hij nu huisde, de gebogen witte ramen, de metalen voordeur, zijn fiets die aan de dichtstbijzijnde boomstam vastgebonden was.

Ik kon het moeilijk vatten, dat wij jarenlang vervlochten waren geweest en dat dat vlechtwerk nu ontrafeld was, dat we ieder op een ander adres verdergingen met onze dagdagelijkse taken, zonder dat ik kon vragen of hij lekker geslapen had of zonder dat ik zijn lievelings­gerecht kon klaarmaken. Het was niet meer mijn verantwoordelijkheid, en erger nog: het was niet meer mijn recht. Zelfs onze fietsen konden niet meer samen aan één paal vastgebonden staan, leunend tegen elkaar.

Een breuk is niet makkelijker voor diegene die ervoor gekozen heeft. Het was alsof die beslissing in mijn afwezigheid genomen werd. Een automatische piloot had alles van me overgenomen. Die had de kracht verzameld om het ­vaarwel uit te spreken, die had de praktische zaken geregeld, de koffiekopjes en lakens helpen verdelen. Pas toen de piloot mij weken na de breuk de stuurknuppel weer teruggaf, landde ik midden in een ontmantelde thuis, een leegte, en drong het tot me door wat er zich daar voltrokken had. Er schoot een krop in mijn keel die niet verdwijnen wilde, alsof er een stuk rauwe bloemkool vast was komen te zitten.

Week na week zat ik op het bankje op het plein, tot mezelf te komen, alles te proberen vatten, dat stuk bloemkool wegslikkend. In het voorjaar kwam er blad aan de bomen, bladeren die in de zomer het uitzicht op de gevel belemmerden, die na een tijdje verkleurden en de takken weer loslieten. De ene keer zat ik er gewoon stilletjes en nadenkend, de andere keer zat ik er met dikke mouwen, volgepropt met nat gesnoten zakdoekjes.

Dit weekend sprak ik F., die net zijn vader heeft verloren. We zaten in Les Brasseurs, aan het tafeltje waar mijn ex-vriend en ik meermaals iets gedronken hadden – herinneringen die ons als fantomen omsingelden.

F. vertelde dat hij het rouwproces onderschat had, hij had ervaring met liefdesbreuken, maar wat hij nu voelde, de rouw om zijn dode vader, was toch van een andere orde. Je kunt boos of verdrietig zijn, maar aan wie adresseer je dat verdriet, wat voor nut heeft het, als die ander afwezig is, het niet kan meevoelen of opmerken?

Ik voelde me bezwaard, als ik terugdacht aan hoe ik de voorbije maanden op dat bankje tegenover de lichtgrijze gevel had gezeten, een grafsteen van vijftien meter hoog, met rouw die, op de dag dat ik een geliefde écht verliezen zou, eigenlijk slechts rouw-light zou blijken te zijn. Maar ook begreep ik eindelijk wat ik daar had zitten doen, waarom ik nooit halt had gehouden wanneer er beweging te zien was geweest achter de ramen: ik zat daar niet om hém te zien, of om opgemerkt te worden, maar om mijn verdriet een richting te kunnen geven. De relatie was dan wel afgelopen, maar híj bestond nog steeds, ík bestond nog steeds, en dat was beter dan niets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234