Dinsdag 01/12/2020

Opinie#BlackLivesMatter

Dyab Abou Jahjah: ‘We bestrijden racisme niet omdat we er slachtoffer van zijn, wel omdat we ertegen zijn’

Dyab Abou Jahjah.Beeld ID

Dyab Abou Jahjah is auteur en antiracismeactivist.

De gebeurtenissen in de Verenigde Staten van Amerika en het groeiende momentum voor de #BlackLivesMatter-beweging zijn een welkome ontwikkeling voor mensen, zoals ik, die decennialang op de barricades stonden om racisme in Europa te bestrijden, en die daarvoor een zware prijs hebben betaald. De antiracistische strijd moet evenwel een strijd voor gelijkheid en mensenrechten blijven. Ze mag niet worden omgevormd tot een elitair en dogmatisch discours over waarom de ene identiteit goed is en de andere slecht.

‘Het is tijd om je mond te houden en te luisteren’, kun je ze vaak horen zeggen. Op andere momenten zullen ze je vragen ‘je voorrecht te gebruiken’ en ‘je stem te laten horen’. Als je iets zegt dat ze niet goedkeuren, zullen ze je vragen om ‘jezelf op te voeden’ of zelfs voorstellen om je op te leiden. Stop met ‘toxic’ te zijn, of ‘fragile’, stop met je krokodillentranen van ‘onschuld’. 

Klinkt bekend in de oren? Als je blank bent en je hebt een andere benadering van racismebestrijding dan wat een ‘persoon van kleur’ zegt, zul je dit zeer waarschijnlijk horen.

Blank of wit?

Het probleem waarmee we vandaag worden geconfronteerd, is dat het debat over gelijkheid wordt omgezet in een debat over identiteit. Hoewel ik wel leef in een realiteit waarin ik tot een etnische minderheid behoor en vanwege die realiteit etnisch word gediscrimineerd, geloof ik niet dat dit een absoluut gegeven is. Zeker niet in die zin dat het gerelateerd zou zijn aan de identiteit van de betrokken partijen. In Libanon behoor ik bijvoorbeeld tot de etnische meerderheid en daar word ik niet gediscrimineerd. Dus om discriminatie beter te begrijpen, kijk ik niet naar mijn identiteit of die van een ‘ander’. In plaats daarvan bestudeer ik de dynamiek van meerderheid/minderheid, ongeacht etniciteit.

De ‘identiteitspolitiek van minderheden’ hanteert een essentialistische en ahistorische benadering van racisme en discriminatie. Ze kaapte het label ‘whiteness’ uit zijn academische en antropologische context en veranderde het in een raciaal label. In het Germaanse taalgebied heeft dat als implicatie gehad dat men de benoeming ‘blank’ moest problematiseren. Blank zou aan zuiverheid refereren en dus een suprematistische lading bevatten. In het Frans wordt dat debat zelfs niet gevoerd. Daar is blanc (dus blank) ook het woord voor wit, en in het Engels wordt het debat ook niet gevoerd want daar is white (dus wit) synoniem voor blank. 

Om het dogma te doen kloppen, moesten wij ‘mensen van kleur’ worden, en de anderen moesten ‘witte mensen’ worden. Interessant om te zien hoe die semantische huichelarij in België en Nederland tot de mainstream begint door te dringen.

‘Witheid’ als begrip wordt nu gebruikt om te beweren dat racisme, geweld en uitbuiting ingekapseld zijn in de cultuur van de ‘witten’. Door dat te doen, wordt de identiteit van de ‘witte man’ als ‘problematisch’ beschouwd.

#BlackLivesMatter-protest, vandaag in Brussel. Dyab Abou Jahjah: ‘Het is misschien verleidelijk om degenen die je demoniseren in wezen ook te demoniseren. Toch mogen we niet in die val trappen.’Beeld Tim Dirven

Slavernij

Deze demonisering van de identiteit van de meerderheid, terwijl die van de minderheid wordt geromantiseerd, strekt zich uit tot andere maatschappelijke groepen. Niet alleen ‘witte’ identiteit, maar ook ‘mannelijke’ en ‘heteroseksuele’ identiteiten worden binnen het ‘minderheidsidentiteitspolitieke paradigma’ gedefinieerd als zijnde in wezen ‘onderdrukkend’ en kwaadaardig. Terwijl de ‘gekleurde’, ‘vrouwelijke’ en ‘queer’ identiteiten als in wezen ‘onderdrukt’ en goedaardig worden geportretteerd.

Door deze lijn te volgen, bestrijden deze minderheidsidentiteitsactivisten mensen in plaats van structuren. En in plaats van op te roepen tot solidariteit, doen ze aan ‘call-outs’ van wat zij als raciaal en genderbepaald ‘privilege’ beschouwen.

In de context van de Verenigde Staten en de strijd van de Afro-Amerikaanse bevolking voor gelijkheid stond en staat kleur centraal. Dat komt door de ontworteling van slavenpopulaties uit hun oorspronkelijke landen en culturen. Dat proces heeft andere etnische kenmerken afgevlakt en kleur centraal geplaatst in het hart van het onderdrukkingssysteem.

Het dwong slaven en hun nakomelingen ook om alternatieve subculturen te ontwikkelen. Deze subculturen leken sterk op de omgeving waarin ze ontstaan zijn, en waar racisme dominant is. Het is absurd om dit paradigma te importeren en volledig op de Europese context te projecteren. Het verliest historische en maatschappelijke context en wordt niets meer dan een dogmatische projectie.

Parvenu of paria

Een gefrustreerde intellectuele voorhoede onder Europese etnische minderheden heeft deze aanpak geïmporteerd en overgenomen. Deze intellectuele ‘elite’ moest overleven onder het juk van de monolithische eurocentrische hegemonie. De leden ervan worden geconfronteerd met het klassieke dilemma waarmee minderheidsleiders worden geconfronteerd in een racistische context: een keuze maken tussen twee rollen – parvenu (of alibi- of knuffelallochtoon) of paria (een gemarginaliseerde, gehate allochtoon), zoals Hannah Arendt het uitdrukte. 

De gewone allochtone burger schippert al zijn hele leven tussen die twee rollen en bevindt zich vaak in de grijze zone tussen beide. Maar een bekende allochtoon moet op een bepaald moment in zijn loopbaan die keuze maken. Degenen met meer waardigheid dan pragmatisme weigerden de parvenu-rol en vielen daarom gedeeltelijk of volledig, geleidelijk of onmiddellijk in de paria-rol. Dat leidde natuurlijk tot meer frustraties en meer discriminatie en marginalisering, en vooral tot het fnuiken van hun aspiraties en carrières.

‘Minderhedenidentiteitspolitiek’ werd voor deze intellectuelen, activisten of artiesten een soort ideologische middelvinger naar het racistische establishment. Een verleidelijke en begrijpelijke reactie, maar toch een foute reactie.

Rekening houdend met de krachtsverhoudingen, schieten mensen die deze aanpak volgen zichzelf in de voet. De enige mensen die ze intimideren, zijn degenen die geven om wat ze zeggen – hun natuurlijke bondgenoten. Ze drijven deze bondgenoten in het beste geval tot stilte en in het ergste geval in de armen van de racisten.

Bovendien, in plaats van de nadruk te leggen op de benarde situatie van de gediscrimineerde en het wangedrag van de discriminator(en), wijzen deze activisten en intellectuelen met de vinger naar degenen die niet worden gediscrimineerd, ze veroordelen hun ‘privilege’ en vragen hun er afstand van te nemen. Wat ze niet lijken te begrijpen, is dat niet gediscrimineerd worden geen privilege is. Het is de standaardstatus, en een recht dat iedereen zou moeten genieten. Zo vervreemden ze de gewone blanke mensen van de antidiscriminatiestrijd, en doen het lijken alsof de bedoeling is dat sommigen mensen hun rechten verliezen in plaats van dat alle mensen hun rechten kunnen genieten. De discriminatoren en de elites waar het echte en enige privilege zit, wrijven in hun handen van blijheid.

Stop sektarisme

We bestrijden racisme niet omdat we er de slachtoffers van zijn; we bestrijden het omdat we ertegen zijn. Daarom verwachten we dat degenen die niet de slachtoffers zijn, met ons meedoen aan deze strijd, omdat dit geen tribaal iets mag zijn. Natuurlijk hebben wij, als slachtoffers, meer inzicht in hoe we racisme ervaren, en daarom kunnen we beter getuigen over ons slachtofferschap. 

In de tijd waarin we leven, die wordt gedomineerd door sociale communicatie en emotionaliteit, lijkt slachtofferschap soms het enige geldige argument. Toch hebben we in de wereld waar systemen moeten worden veranderd, volledige kennis van de hoofdoorzaken en operationele modi en een verschuiving in de machtsverhoudingen nodig. Dit bereik je niet door de moral high ground te claimen op basis van slachtoffer-emotionaliteit. Daarmee kun je goede poëzie en muziek maken, leuke verhalen vertellen en clicks en likes verzamelen, maar er zal geen substantiële verandering volgen.

Het is misschien verleidelijk om degenen die je demoniseren in wezen ook te demoniseren, degenen die je haten in wezen ook te haten en om het sektarisme met nog meer sektarisme te beantwoorden. Toch mogen we niet in die val trappen.

Wat we vandaag nodig hebben in België, en in andere landen van Europa, is niet een verandering in hoe blanken zich noemen, of een nieuwe etiquette om over bepaalde onderwerpen te spreken. Wat we nodig hebben is een brede mobilisatie om efficiënte maatregelen vanuit het beleid af te dwingen, tegen discriminaties op gebieden zoals werk, onderwijs en huisvesting. Bij deze mobilisatie zijn in Europa blanke heteroseksuele mannen niet alleen welkom, ze zijn ook nodig.

Beeld AFP
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234