Donderdag 23/05/2019

Opinie

Duaal leren is meer dan alleen maar al doende leren

Dieter Verhaest. Beeld rv

Dieter Verhaest is docent aan de KU Leuven en samen met Stijn Baert (UGent), Kristof De Witte (KU Leuven), Ilse Laurijssen (Vrije Universiteit Brussel)Mike Smet (KU Leuven) en Ilse Tobback (KU Leuven) auteur van de nieuwe studie: ‘Duaal leren in Vlaanderen: kansen en gevaren’.

Sinds de arbeidsmarkt voor jongeren in Duitsland de grote recessie relatief ongeschonden is doorgekomen, wordt het Duitse duale onderwijssysteem met de regelmaat van de klok als lichtend voorbeeld opgevoerd. In dergelijk systeem combineren leerlingen per week één tot twee dagen les op school met drie tot vier dagen opleiding op de werkvloer. Ook in Vlaanderen wordt dit spoor bewandeld. Vanaf 1 september 2019 is het voor leerlingen in het BSO en TSO in principe mogelijk om hun opleiding hetzij via een klassiek schoolgebaseerd traject, hetzij via duaal leren te volgen. Deze hervorming biedt zeker kansen, maar brengt ook een aantal risico’s met zich mee.

Laten we beginnen met de kansen. Gemiddeld was de Vlaamse jeugdwerkloosheidsgraad tijdens de voorbije tien jaar drie maal hoger dan de werkloosheidsgraad onder de volledige beroepsbevolking. Ter vergelijking: in Duitsland was deze verhouding slechts anderhalf. Dat de arbeidsmarktintrede van jongeren in Vlaanderen vlotter kan verlopen en een hervorming van het beleid ter zake zich opdringt, is dus duidelijk. Bovendien wijst meer gedetailleerd internationaal wetenschappelijk onderzoek uit dat jongeren die hun opleiding secundair onderwijs hebben behaald via duaal leren, beter scoren op het vlak van hun tewerkstellingskansen dan andere jongeren zonder diploma hoger onderwijs.

De reden voor dit succes van duale opleidingen is duidelijk. Omdat jongeren op de werkvloer worden opgeleid, leren ze vaardigheden die de arbeidsmarkt wenst en zijn ze na hun opleiding meteen inzetbaar. Bovendien levert duaal leren jongeren ook contacten op, waardoor ze sneller en efficiënter een job kunnen vinden.

Toch wordt de geplande Vlaamse hervorming niet automatisch een succesverhaal. Duaal leren houdt ook risico’s in. De focus van duale opleidingen op een specifiek beroep is meteen ook het grootste gevaar. Sommige recente studies suggereren dat de loopbaaneffecten op lange termijn veel minder positief zijn. Vaardigheden gekoppeld aan een specifieke job zijn meer onderhevig aan veroudering dan algemene vaardigheden. Zeker in tijden waarin technologieën snel veranderen als gevolg van robotisering en digitalisering, waarin werknemers niet langer bij één werkgever tewerkgesteld blijven en waarin bovendien verondersteld wordt dat ze tot 67 blijven werken, lijkt dit problematisch. 

Schoolmoeheid 

Bovendien bemoeilijkt duaal leren de gelijktijdige opbouw van algemene en vaktechnische competenties, waardoor tijd gespendeerd aan de ene vaardigheid ten koste gaat van de andere. Best wordt de aandacht voor algemene vaardigheden binnen duale opleidingen dus niet veronachtzaamd en worden de schotten tussen leren op het werk en leren op school zoveel mogelijk overbrugd.

Een ander gevaar schuilt in de toegang tot duaal leren. Duaal leren wordt vaak naar voren geschoven als instrument om schoolmoeheid en ongekwalificeerde uitstroom tegen te gaan. Of deze doelstellingen gerealiseerd worden hangt af van de mate waarin alle jongeren toegang hebben tot het systeem. Omdat jongeren doorgaans mee verantwoordelijk zijn voor het vinden van een werkplek en werkgevers een voorkeur hebben voor kansrijke profielen (bijvoorbeeld jongeren zonder studievertraging), dreigen bepaalde groepen uit de boot te vallen. Hoewel deze jongeren in Vlaanderen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Duitsland, zullen kunnen worden opgevangen in het voltijdse schoolgebaseerd beroepsonderwijs, vermindert dit de doelmatigheid van duaal leren als instrument om ongekwalificeerde uitstroom te beperken en houdt het bestaande ongelijkheden in stand. Extra maatregelen die de ongelijke toegang tot werkplekleren aanpakken zijn aangewezen.

Tot slot is ook de bewaking van de kwaliteit van de opleidingen en de werkleerplekken van belang. Duaal leren is meer dan alleen maar al doende leren; van werkgevers wordt verwacht dat ze leerjongeren een brede waaier aan welomschreven vaardigheden aanleren en hen opleiden tot bekwame vaklui. Deze kwaliteitsvereiste zal helpen om leerlingen en hun ouders ervan te overtuigen dat duaal leren een valabele keuze is. Dit is des te belangrijker vermits de bestaande stelsels van leren en werken (deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd) vandaag gepercipieerd worden als de onderste treden van het watervalsysteem. Sommige Vlaamse regels op het vlak van de kwaliteitsbewaking, waaronder de kwalificatievereisten van de mentoren op de bedrijfsvloer, zijn momenteel ook duidelijk minder strikt dan in Duitsland. Laten we deze regels versterken.

Deze drie gevaren betekenen in geen geval dat de invoering van duaal leren een maat voor niets zou zijn. Maar wie deze hervorming tot een goed einde wil brengen en van duaal leren de leervorm van de toekomst maken, brengt de valkuilen best zoveel mogelijk in rekening. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.