Vrijdag 04/12/2020

OpinieDominiek Sandra

Digitaal onderwijs kan niet meer zijn dan een noodoplossing

Een student volgt digitaal les. ‘Lesgeven en vergaderen via een computer kunnen niet méér zijn dan noodoplossingen in een crisis’, vindt Sandra.Beeld REUTERS

Dominiek Sandra is gewoon hoogleraar taalkunde en psycholinguïstiek, Universiteit Antwerpen

Het coronavirus heeft ons veel geleerd over onze soort. Een van die aspecten betreft de essentie van menselijke taal. Hoe sterk taal en sociaal contact met elkaar verstrengeld zijn. Lesgevers hebben massaal ervaren dat het mogelijk is om lessen online te geven maar ook bijzonder onnatuurlijk. Online vergaderen voelt al even onnatuurlijk. 

Dat laatste woord is letterlijk bedoeld. Virtuele communicatie in groepsverband gaat in tegen onze natuur. Daardoor wordt de sociale context geamputeerd. De fysieke aanwezigheid van anderen blijkt een vereiste te zijn om goed met elkaar te spreken. Niet voor niets betekent het Latijnse ‘communio’ gemeenschap. Communicatie impliceert dus per definitie sociaal contact. Waren we dat niet bijna vergeten in dit digitale tijdperk? Dachten we niet even dat echte lesgevers vervangen konden worden door de opnames van hun stemmen? Waren we niet vergeten dat lesgevers leerlingen of studenten missen die via hun mimiek laten blijken dat de les hen interesseert (of niet!) – en dat zij lesgevers nodig hebben wiens mimiek en gebaren ze kunnen zien. Ook bij online vergaderingen is dat zo.

De verschraalde sociale setting in die online situaties is niet zo storend dat het doorgeven van informatie erdoor in het gedrang komt. Al bestaat dat risico wel. Tijdens een ‘echte’ les of vergadering word je immers vaak gemotiveerd om te luisteren omdat iemand tegen je spreekt. En omgekeerd. Daaruit volgt dat lesgeven en vergaderen via een computer niet méér kunnen zijn dan noodoplossingen in een crisis. Taal is niet ontstaan om tegen een machine te praten maar tegen anderen die fysiek aanwezig zijn.

Doet die nadruk op het sociale aspect geen onrecht aan het feit dat taal een uniek cognitief vermogen vereist, waardoor ons communicatiesysteem fundamenteel verschilt van dat van andere dieren? Wij zijn immers de enige soort die symbolen gebruikt, gesproken woorden, voor dingen en gebeurtenissen. Dat symboolvermogen én onze capaciteit om die symbolen tot zinnen te combineren maken ons uniek. Andere soorten kunnen niet vertellen wat ze gisteren gedaan hebben.

Belang van de fysieke aanwezigheid

Het belang van de fysieke aanwezigheid van anderen spreekt echter de rol van die cognitieve vermogens niet tegen. Ook dat hebben online lessen en vergaderingen ons geleerd. Het online gebeuren doet de communicatie immers niet stilvallen, ook al gaat ze in een overlevingsmodus. We kunnen nog altijd de inhoud overbrengen. Inderdaad, onze cognitieve software voor taal kan zonder ‘normale’ sociale contacten functioneren maar sterk verarmd. Ook de populariteit van radio, televisie en telefoon zijn daar voorbeelden van, al zijn dit heel andere taalsituaties. Documentaires lijken de spreekwoordelijke uitzondering maar vergis je niet: dat zijn geen lessen! Dan zou de kijker afhaken. Het omgekeerde is ook een illusie: een vak kan geen reeks documentaires worden, ook niet met de duurste media.

En wat met de vaststellingen dat de coronacrisis de slaagcijfers in het hoger onderwijs eerder heeft doen stijgen dan dalen? Ook al zeggen docenten dat ze niet milder waren. Ook dat is niet in strijd met deze visie. Het is niet omdat online lessen als onnatuurlijk ervaren worden dat ze noodzakelijk tot slechtere cijfers leiden.

Wat hebben we geleerd? Dat talige communicatie veel beter functioneert in de aanwezigheid van anderen. Onze unieke cognitieve ‘software’ voor taal draait beter op een sociaal ‘platform’. Dat belang van sociale interactie is zelfs gebleken in onderzoek naar taalverwerving. Baby’s van acht maanden kunnen nog klankverschillen leren onderscheiden die niet in hun moedertaal voorkomen. Ze kunnen dat echter enkel als een fysiek aanwezige persoon een tijd de vreemde taal spreekt waarin die klanken voorkomen. Ze kunnen dat niet als ze enkel via video- of audio-input krijgen.

Moeten we dan stoppen met online lesgeven en vergaderen? Uiteraard niet. De digitale media zijn een dankbaar instrument in deze crisis. Ze hebben ons echter ook geleerd dat ze niet méér zijn dan dat: een hulpmiddel. De illusie dat alles digitaal kan verlopen, kunnen we maar beter opbergen.

Het virus heeft onze grootste kwetsbaarheden blootgelegd. Dat ons lichaam kwetsbaar is in deze geglobaliseerde wereld. Dat we psychologisch fragiel zijn. Dat we ten slotte ook sociaal breekbaar zijn, eens losgekoppeld van onze relationele netwerken. Binnen datzelfde sociale kader toont dit virus, een ‘alien’ op onze eigen planeet, wat de essentie van taal is: een systeem dat tegelijk een communicatiemiddel en een sociaal bindmiddel is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234