Dinsdag 04/08/2020
Marnix Peeters.Beeld DM

ColumnMarnix Peeters

Die Heinz Kahlau steekt met heel weinig woorden een dolk tot aan het heft in je hart

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Ik hou niet van zetels. In mijn woon­kamer staat er niet één. Ik zit op een houten bank aan een grote, oude ­houten tafel. Ik ben een tafelmens, ik bezit er wel zeven.

Mijn vrouw is dol op zetels. In haar kamer heeft zij een mooie grote hoekzetel met een poef. Zij begrijpt niet hoe ik een hele avond stijf rechtop op een harde bank kan zitten lezen of ­kijken naar iets op mijn tablet. Ik snap niet wat zij eraan vindt om opgekruld tussen een hoop kussens te liggen.

Sinds Boef er is, is haar zetelgedrag veranderd. Boef mag niet in de zetel, dat hebben we afgesproken. Hij ligt ­ernaast op een heerlijk dik kussen op de grond. Als mijn vrouw rond tien uur stopt met werken en aan haar tv-uurtje begint (op de laptop) gaat zij nu naast Boef op het kussen zitten. ­Gezellig kijken zij samen naar Netflix, mijn vrouw met haar ogen open en Boef met de zijne dicht. Hij kan ­heerlijke slaapzuchten slaken. Soms laat hij al slapend een windje, dan hoor ik mijn vrouw ‘Boef, komaan!’ zeggen.

Ik schreef al dat Boef ’s ochtends alles wat niet vastzit uit zijn slaapvertrek haalt: zijn kussens, zijn dekens, zijn fleece. Hij sleept ze dapper allemaal de Wintergarten in, of als het mooi weer is: naar buiten.

Gisteren zei mijn vrouw: ‘Jij snapt het leven, hè Boef. Dingen verzetten.’

Dat vond ik zo raak dat het best mijn motto zou mogen zijn.

Rond Moederdag kreeg ik het voor het eerst dit jaar lastig met mijn moeder. Ik ben nooit een Moederdagman geweest, ik denk dat ik het de helft van de tijd vergat, of dacht: het zal wel. Daar krijg je geen spijt van – spijt is zinloos – maar het drukt je post ­mortem wel harder met de neus op de feiten. Ik vraag me af of het met mijn vader ook zo is. Hij onthield vroeger geen enkele dag – wij zeiden: ‘Vader, het is vandaag Moederdag’, en dan antwoordde hij: ‘Dju, weer vergeten.’ Misschien denkt hij nu: had ik maar. ‘Had ik maar’ is zinloos.

Heinz Kahlau.Beeld ullstein bild via Getty Images

Ergens rond Moederdag las ik op Instagram een vers van Heinz Kahlau, die ik niet kende. Het heet ‘Wens’ en het gaat als volgt:

Als de mens een moeder had
die hem opneemt aan het einde,
zoals een moeder hem weggaf
aan het begin,
hoe licht zou de dood zijn.

Ik vind poëzie vaak vadsig of vals, maar soms stoot je op een gedicht dat je, hoe vaak je het ook herleest, blijft ontroeren en dat mogelijk je kijk op het leven verandert, en je fantasie erover. Dat gedicht van die Duitser is er zo een. Hij steekt met heel weinig woorden een dolk tot aan het heft in je hart.

Stel je voor: hoe licht zou de dood zijn.

Vooral als je eerste moeder al dood is, is dat een uiterst krachtige gedachte.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234