Dinsdag 22/10/2019

Opinie Erik Matthysen

Die drie miljard vogels komen niet ineens uit de lucht gevallen

Beeld ANP

Erik Matthysen is professor evolutionaire ecologie aan de Universiteit Antwerpen.

In vijftig jaar tijd zijn er drie miljard levende wezens minder op onze planeet, alleen al in Noord-Amerika. En niet zomaar muggen of bacteriën, maar vogels, voor veel mensen zowat het meest in het oog springende onderdeel van onze biodiversiteit. De afname, waarover Amerikaanse en Canadese ornithologen deze week in Science rapporteerden, is zo duidelijk dat ze gemeten kan worden op radarbeelden van de vogeltrek. 

In Europa zijn we ook makkelijk een half miljard vogels kwijt over dezelfde periode, in verhouding een gelijkaardig verlies van 20 tot 30 procent. Goed, in beide werelddelen zijn er winnaars en verliezers. Vogels van akkers, weilanden en bossen doen het eerder slecht, maar intussen gaat het wel beter met de roofvogels en ook de watervogels doen het veeleer goed. Zelfs de ooievaar is aan een bescheiden opmars bezig. Maar het valt niet te ontkennen dat het buiten onze beschermde natuurgebieden steeds stiller wordt. De veldleeuwerik is bij ons een iconisch voorbeeld: van meer dan een half miljoen in de jaren 50 naar hooguit een tiende van dat aantal. Die leeuwerik hebben we op zich niet nodig om onze economie of landbouw in stand te houden, maar het is wel een kanarie in de koolmijn van de biodiversiteitscrisis, waarover experts het eens zijn dat die minstens even belangrijk is als de klimaatcrisis.

Nooit geboren

Waar zijn al die vogels naartoe? Het is niet zo dat er een massale genocide op die vogels is gebeurd, zoals wel het geval was in de 19de eeuw bij het uitroeien van de ‘passenger pigeon’, de trekduif, wat de vogelstand toen al naar schatting enkele miljarden heeft doen dalen. De eenvoudigste verklaring is dat de meeste van die vogels simpelweg nooit geboren zijn. Er is steeds minder geschikt habitat, dus komen elk jaar minder vogels tot broeden, of ze brengen te weinig jongen groot om de populatie in stand te houden. Neem de kievit: er zijn er nog, weliswaar minder dan vroeger, maar geslaagde kievitsnesten worden een rariteit, wegens te weinig voedsel en te vroeg maaien. Jammer genoeg zijn er ook nog altijd bedreigde soorten die belachelijk veel uit de lucht worden geknald. Van de gewone tortelduif of zomertortel, die hier stilaan aan het verdwijnen is en in Engeland en Nederland dezelfde weg opgaat, worden alleen al in Spanje een half miljoen tot een miljoen vogels per jaar geschoten. Met slechts enkele miljoenen broedparen in heel Europa heb je geen rocket science nodig om te weten dat dit onhoudbaar is.

Dit zijn allemaal zaken die we al langer weten. Wat is er dan belangrijk aan die nieuwe studie? Ten eerste hadden we nog nooit zulke nauwkeurige cijfers over de achteruitgang van een hele soortengroep. Er waren al studies over een alarmerende afname bij insecten, maar dat bleef gebaseerd op gevalstudies en extrapolaties. Vogels zijn nu eenmaal de meest bekeken en getelde beestjes op de planeet, en al dat tellen levert nu een duidelijk maar onthutsend beeld op. We hebben ook al langer lijsten van bedreigde soorten, maar nu zien we de achteruitgang zelfs als we de meest algemene soorten meetellen. Wie dus denkt dat we de zaak nog kunnen oplossen door elke bedreigde soort een eigen setje reservaten te geven of ze dan maar in dierentuinen te kweken, heeft het mis: meer dan tienduizend vogelsoorten op de planeet, begin er maar aan. 

Erik Matthysen Beeld RV

Verder zien we die afname op de schaal van volledige continenten, zelfs in Noord-Amerika dat nog niet de helft van de menselijke bevolkingsdichtheid van Europa heeft. Wat er nog bestaat aan grote brokken min of meer ongerepte natuur, volstaat dus niet om de trend in meer bevolkte gebieden op te vangen. Anders gezegd, we kunnen er niet langer op rekenen dat het ver van ons dichtbevolkte landje allemaal nog wel meevalt.

Biodiversiteit

Belangrijk is dat we na het lezen van deze cijfers het verlies aan biodiversiteit niet accepteren als het nieuwe normaal. Zelf ben ik nog opgegroeid met velden vol leeuweriken en met jodelende wulpen en baltsende korhoenen op de heide, en dat is nu verdwenen. Tegelijk zijn er genoeg verhalen, rapporten en oude waarnemingen die aangeven dat diezelfde gebieden vroeger nog rijker waren, alleen hebben we niet de cijfers om dat echt uit te rekenen. De jaren 70 waren allesbehalve een referentiepunt van een perfect verleden, maar toen al een momentopname van een planeet in verandering waar grootschalige landbouwomvorming, vervuiling (zoals DDT, dat we nu nog in onze mezen terugvinden) en ontbossing al aan de gang waren. Anders gezegd en om een slechte metafoor te gebruiken, die drie miljard vogels komen niet ineens uit de lucht gevallen. 

Hoog tijd dus voor het beleid om nog meer werk te maken van een leefbare omgeving waarin de ruimte voor biodiversiteit niet beperkt blijft tot onze rodelijstsoorten en streng afgebakende natuurreservaten. We hebben kwantitatieve doelstellingen om de klimaatsopwarming tegen te gaan, emissies te beperken, en lucht- en waterkwaliteit te garanderen. In dat rijtje zouden ook harde doelstellingen over biodiversiteitsverlies niet mogen ontbreken, en dit niet alleen voor de meest bedreigde soorten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234