Zaterdag 19/10/2019

Opinie

Deze welgestelde Belg vlucht niet voor een 'vermogenstaks'

Archiefbeeld. Beeld Thinkstock

De regeringspartners zijn het oneens over het al dan niet invoeren van een vermogenstaks. De ene zegt dat het moet, de andere zegt dat het ronduit dom is. De Morgen dacht: hoe zou een vermogende Belg daar zelf over denken? Toeval wil dat er tussen onze columnisten en opinieschrijvers eentje zit. Guillaume Van der Stighelen vertelt.

Aan de rand van het grote gat in onze staatskas staan partijen tegenover elkaar, discussiërend over hoe het gevuld moet worden. En vooral, over wie het moet vullen. Terwijl je geen econoom moet zijn om te zien wat er gaat gebeuren. Naast die put ligt een berg geld die groter is dan de put diep is: het gezamenlijk vermogen van alle Belgen. Hoe je het ook draait of keert, het is van dat geld dat er geschept gaat worden. Want er is geen ander geld. De vraag is nu niet wie gaat betalen, de vraag is: hoe moet je aan zij die gaan betalen uitleggen dat ze gaan betalen? Noem het 'vermogenstaks' en er komt alleen maar dikke ruzie van.

Guillaume Van der Stighelen. Beeld Karoly Effenberger

De eerste die mij bewustmaakte van de begrippen 'staatsschuld' en 'begrotingstekort' was Guy Verhofstadt. Wij hebben elkaar dertig jaar geleden ontmoet. Hij was de politicus van de toekomst. Ik was de reclamemaker van de toekomst. Hij was vicepremier in de Wetstraat, ik was jeune premier bij een Amerikaans bedrijf op de Louisalaan.

Verhofstadt was de Bart De Wever van die tijd. Hij belichaamde de verandering waar de bevolking zo naar snakte. Hij was jong, welbespraakt, kon geen zin uitspreken zonder iemand de gordijnen in te jagen en de politieke elite vond hem een gevaar voor de samenleving. Dankzij de grote opening tussen zijn voortanden kon zelfs de minst begaafde cartoonist hem herkenbaar tekenen. Kortom, hij was populair en hij kon bovendien rekeningen doen kloppen, dat was zijn reputatie. De staatsschuld was het probleem waar niemand naar leek te kijken, en hij was de oplossing. Hij zou elk gat in de begroting persoonlijk dichtplamuren. Zoals gebruikelijk in die tijd viel de regering, waarin hij zetelde als minister van Begroting, al na twee jaar over een dorpsverhaal op de taalgrens en er stonden nieuwe verkiezingen voor de deur.

Herstelbeleid

Verhofstadt - of was het Knack-hoofdredacteur Frans Verleyen zaliger, dat laat ik in het midden - had de term 'herstelbeleid' bedacht. Een geniale vondst. Het beleid dat hij in die korte twee jaar had gevoerd, was geen gewoon beleid. Het was een beleid dat de schade moest herstellen die met de jaren was aangericht door, u raadt het nooit, de socialisten. Elke pijnlijke ingreep in eender welk budget kreeg hij, door dat ene woord, verkocht als het rechtzetten van de blinde weggeefpolitiek van zijn voorgangers. "Zachte heelmeesters maken stinkende wonden", was de zin waarmee hij elke tegenstander vloerde in eender welk debat. Tv-programma's werden drukker bekeken als hij erin meedeed. Bladen verkochten beter met zijn foto op de cover. Van Stevaert was nog lang geen sprake. Die tapte pinten in Hasselt.

Labour Isn't Working Beeld RV Conservative central office

Guy Verhofstadt was toen ook voorzitter van de liberale partij en dus was hij het die in 1987 aanbelde bij het reclamebureau waar ik toen werkte.

Een slogan was snel bedacht.

'Herstel het beleid.'

Verhofstadt vond dat niet verkeerd, maar hij had meer verwacht. Iets in de lijn van 'Labour isn't working', de poster van Saatchi & Saatchi waarmee Margaret Thatcher de macht had veroverd in het Verenigd Koninkrijk.

Bij wijze van troost maakten we een film. Vraag me niet waar die ooit vertoond werd, er waren toen geen commerciële zenders en telefoons waren nog domme toestellen die met een draad aan de muur vasthingen. Maar de film kwam er. Al hadden we geen geld om beelden te schieten. Er verscheen enkel een titel die meldde hoeveel schulden een baby al had de dag dat hij in België geboren werd. Op het eind klonk het geluid van een huilende baby.

Verhofstadt won zo veel zetels dat het Jean-Luc Dehaene honderd dagen kostte om hem buitenspel te zetten.

Uiteraard was het voor mij geweldig om 'da Joenk' in levenden lijve te ontmoeten. Ik was zeer nieuwsgierig hoe het kwam dat zo'n rijk land als België zo diep in de put kon zitten en hij was de Mr. Clean van de staatsschuld. Een andere vraag die ik mij stelde: "Aan wie moeten wij al dat geld?" Als België zo'n geweldige schuld heeft, wie heeft het dan tegoed van ons? Amerika? Frankrijk? China? Komen die straks de boedel in beslag nemen? Ik was nog jong.

Maar hij ook, dus ik kreeg antwoorden. De put kwam door het feit dat benzine en diesel mee in de index zaten. Door de oliecrisis, half jaren 70, stegen de prijzen van brandstoffen enorm en dus ook de lonen. Hadden die brandstoffen niet in de loonindex gezeten, dan was er van een tekort geen sprake. Maar bon, leg dat maar eens uit aan de mensen op een moment dat ook vrouwen recht kregen op een eigen auto. Logisch.

Wat mij meer verbaasde, was het antwoord op de tweede vraag. Aan wie moeten wij al dat geld.

"Aan onszelf."

"Pardon?"

"Yep. De Belgische staat leent geld van de Belgische burger. Dat heet obligaties. Iedereen kan die kopen via banken, maar het zijn vooral de Belgen die er dol op zijn. Het brengt redelijk op en er is vrijwel geen risico aan verbonden."

Woeps.

De staatsschuld was een interessante belegging voor de spaarzame Belg. Ik was er even zoet mee. Het waren niet de Belgen die in het rood gingen. Het was België. Ik was lid van een arme club met rijke leden. Zat er te weinig geld in de clubkas, dan ging die club lenen bij haar rijkste leden, tegen een aantrekkelijke rente.

Toch voelde het als een opluchting. Vlaming zijnde, vond ik het hebben van schulden die je niet kunt betalen heel fout. Ik dacht dat op een keer de deurwaarder aan de grens zou aanbellen om het Atomium en het Lam Gods aan te slaan. Niks daarvan. De staatsschuld mocht dan groot zijn, de verzamelde spaarpot van de Belgen was nog veel groter. Wat was dan het probleem? Dat de staatsschuld zo'n bekoorlijke belegging was dat ze groter en groter werd. Tot op een punt zelfs dat België de interesten op al die leningen niet meer kon betalen en moest bijlenen om de interesten op vorige leningen te betalen. Als je zoiets doet als particulier, krijg je door een rechter een schuldbemiddelaar aangesteld.

Voor een overheid gelden andere regels. Want het was een systeem dat werkte. Als er geld te kort was om aan de behoeften van de samenleving te voldoen, werd er geleend van wie nog iets overhield na de belastingen, tegen een goede rente. Iedereen tevreden. Aan de oppervlakte werd er wel gemord over de omvang van de put in de kas, maar die put bleef een goede belegging. Zelfs in het diepst van een financiële crisis stonden vermogende Belgische burgers te drummen om in te schrijven op een nieuwe lening tegen 3 procent. Beste rente van dat moment op de hele markt.

Dertig jaar later. De staatsschuld is groter dan ooit en groeiende. Het tekort op de begroting loopt nog steeds in de miljarden, alleen zijn de franken euro's geworden. En ook het gezamenlijk vermogen van alle Belgen is historisch groot. De club is nog armer geworden. De leden nog rijker. Alleen, het gat in de kas wordt stilaan zo groot dat het straks heel ongezellig wordt tussen zij die iets tegoed hebben en zij die niets tegoed hebben. En wat het nog ingewikkelder maakt: het gat in de staatskas is een lokaal probleem gebleven terwijl de berg van het vermogen een internationaal gegeven werd. Wij beleggen in de staatsschuld van Brazilië en de Chinezen beleggen in de onze, bij wijze van spreken. Het moest ervan komen: arm en rijk staan vandaag tegenover elkaar. Ze zijn boos op elkaar. De ene verwijt de andere dat ze de put zo diep hebben gemaakt. De andere verwijt de ene dat de berg schandalig hoog is. De boosheid wordt stilaan zo groot dat ze politici verleidt partij te kiezen. Kris Peeters vertelt in het VTM-nieuws dat de opbrengst op vermogens belast gaat worden (applaus links in de zaal). Bart De Wever vertelt even later in dezelfde studio dat dat een dom idee is (applaus rechts in de zaal).

"In tijden van nood moeten de sterkste schouders de zwaarste last dragen", zegt de ene. "Die werden al genoeg belast", zegt de andere. "De rijken gaan juist niks betalen, kapitaal is vluchtig. Er zijn al vijfduizend rijke Belgen naar Zwitserland en Luxemburg verhuisd."

Beide heren hebben ongelijk. De sterkste schouders moeten juist niks. Rijke mensen houden er niet van iets te moeten. Rijke mensen doen dingen omdat ze ze willen doen. Maar angst zaaien dat alle rijke mensen het land gaan uitvluchten, slaat ook nergens op. Ik kan het weten. Ik ben door een speling of zeven van het lot zelf een welgestelde Belg geworden. Dat is geen geheim. Niet dat ik een eigen voetbalploeg kan kopen, maar ik heb er voldoende aan overgehouden voor een zorgeloze oude dag.

Noch mijn vrouw, noch ikzelf maak plannen om Philippe Gilbert en co. achterna te fietsen, op zoek naar een domicilie in de belastingvriendelijke straten van Monaco. Misschien zijn wij uitzonderingen, dat kan. Maar dan zijn veel welgestelde vrienden van ons dat ook. Wij houden van België. We houden van biefstuk-friet op woensdagavond bij de familie. Binnenkort staan we mee buiten te rillen rond een knetterende vuurkorf met een kop heet gesuikerde rode wijn in de hand. We hebben een huis. Met een Duitse vleugelpiano die niet in de handbagage past. In de tuin staat een boom die samen met de kinderen is opgegroeid. Wij gaan hier niet weg. Trouwens, tegen de tijd dat we goed en wel ingepakt zijn, staan we hier terug omdat er iets hapert met de gezondheid, en zo'n ziekenhuis in het buitenland, je weet toch niet in welke handen je daar terechtkomt.

Helden vs. muilezels

Wij blijven, en wij weten dat we gaan betalen. Want als wij het niet betalen, betaalt niemand het. Maar heren politici, maak het ons alsjeblieft niet moeilijk. Met al dat gepruts in de marge. Taksje hier, taksje daar. Ons afschilderen als bange dieven die in de nacht verdwijnen met zakken vol goud. Stop daarmee. Het is niet waar.

Kom met een echt plan. Doorbreek het ongeloof dat het allemaal tot niets leidt.

De rijkste één procent van het land, dat zijn er honderdduizend. Daar kun je zes keer het Sportpaleis mee vullen. Velen onder hen zouden niet liever doen dan een stuk van hun rijkdom delen met kinderen die opgroeien in armoede en alle sukkelaars een dak boven het hoofd geven. Zet ze in een heldenrol in plaats van ze uit te schelden voor muilezels. Hoe moeilijk kan dat zijn? Kruip dat podium van het Sportpaleis op en maak ze trots op wat ze al hebben bijgedragen door de jaren heen. Spreek hen aan met passie en begeestering, zoals alleen jullie dat kunnen. Laat Regi met de hoed rondgaan, terwijl ze om het luidst samen zingen dat ze als dappere helden naar het slagveld trekken om zichzelf te geven voor het welzijn van de zwaksten.

Ach, we kunnen er eens om lachen. Natuurlijk gaat het gat gevuld worden door die mensen die om een of andere reden geld overhebben. Maar het huidige politieke discours van zowel regerende partners als leden van de oppositie helpt niet. Echt niet. Het maakt van een domme put alleen maar een onoverbrugbare kloof.

Zeg gewoon hoeveel het kost, en ik zal mee betalen. En bel naar Guy Verhofstadt om een beter woord te vinden dan 'vermogenstaks'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234