Donderdag 24/10/2019
Hilde Van Mieghem. Beeld Bob Van Mol

Column

Deze man kijkt naar mensen, dieren en ­dingen zonder oordeel, zonder zichtbare emotionele reactie

Hilde Van Mieghem, acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld. 

Hij zit er elke ochtend, op het bankje rechts van het standbeeld van Willem Elsschot. Hij zit altijd alleen, ook al ­hangen er nog meer mensen rond op het pleintje. Ze zijn allemaal dakloos, ­vermoed ik. De anderen zitten steeds in groepjes aan de linkerkant van het beeld, delen een bankje met elkaar en kletsen erop los in het plat Antwerps of in talen die ik niet begrijp. Zij begrijpen elkaar ook niet altijd, heb ik gemerkt, maar blijkbaar deert hen dat niet.

Meestal zijn het mannen, heel af en toe zit er ook een vrouw bij. Ze is jong maar ziet er oud uit, want tandeloos, enfin, toch zo goed als. Als ze lacht, zie ik nog een paar kiezen zitten. Ze lacht veel en luid, maar als je je ogen sluit, zou het net zo goed een wanhopige schreeuw kunnen zijn.

Ik weet niet waarom hij nooit bij de anderen zit. Doodstil zit hij op zijn bankje, alleen, hoofd een beetje gebogen. Hij heeft een spierwitte bos haar en een witte baard. Geef hem een goed bad, een mooi knalrood pak afgezet met wit bont en je hebt de ideale kerstman. Alleen, hij is niet goedlachs, ik heb hem nog nooit zien lachen of glimlachen. Niet dat hij er droevig uitziet, maar gewoon, rustig, een beetje verlegen.

Of is hij beschaamd?

Hij kijkt naar mensen, dieren en ­dingen zonder oordeel, zonder een ­emotionele reactie op het gelaat, hij observeert, alsof hij verwonderd is dat hij nog bestaat. In gedachten noem ik hem Klaus, ja, naar Santa Claus.

Elke ochtend en elke avond loop ik hem voorbij met Mr. Wilson, mijn hondje. Zoals steeds, of toch meestal, loopt Mr. Wilson zonder leiband voor me uit – ja, ik weet het, het mag niet – en zie ik al vanuit de verte dat Klaus hem opmerkt en volgt met de ogen.

Ik weet dat hij weet dat ik eraan kom, maar het is pas als ik vlak bij hem ben dat hij de ogen opslaat en me aankijkt. Lieve ogen. En elke keer, al maandenlang, knik ik hem toe en knikt hij terug. Meer is het niet en toch is het elke keer weer alsof de tijd een fractie van een seconde stilstaat, alsof we op het moment dat onze blikken elkaar raken even buiten de wereld staan.

Vorig weekend zag ik de voorstelling Lam Gods van Milo Rau, die me door haar puurheid diep ontroerde en me deed huilen van het begin tot het einde. Geen emotioneel gesnik, maar stille ­tranen die zonder stoppen over mijn wangen rolden.

(En tussen haakjes, het maakt me kwaad, al dat geoordeel van mensen die het stuk niet eens zagen maar wel met woorden als porno, vies, vuil, ranzig, vetzakkerij en schande gooien. Als ­projectie kan dat tellen.)

Zelden zag ik iets wat zo hartverscheurend mooi was in al zijn eenvoud. Het stuk gaat in essentie over mensen, van verschillende nationaliteit en stand, die elkaar toevallig treffen en naar elkaars levens­verhaal luisteren.

Ik moest aan Klaus denken. Al zo vaak heb ik hem willen aanspreken maar durf nooit goed.

Vanmorgen heb ik het toch gedaan, dank je Milo Rau, maar omdat ik niet goed wist wat ik dan zou moeten ­zeggen, kocht ik eerst een bekertje ­koffie in een broodjeszaak en liep ­daarmee naar hem toe. We knikten elkaar toe, zoals steeds.

“Heb je zin in koffie?” vroeg ik. “Die is voor jou.” Stomverbaasd keek hij me aan, bewoog niet, zei niets. Ik zette de koffie naast hem neer. “Is er iets anders wat ik voor je kan doen?” Geen antwoord. Oké, dan ga ik maar weer, glimlach ik. “Kom Wilson”, roep ik, en loop door. “Mevrouw!”, hoor ik achter me, ik blijf staan en draai me weer om. “Mevrouw, ik wil u bedanken omdat u me elke dag groet, want dat doet ­niemand.”

“Nee niemand”, herhaalt hij. En dan zacht: “Nooit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234