Zaterdag 21/09/2019

De zoektocht naar een Vlaamse Leitkultur wordt een oefening in afbakenen en uitsluiten

Beeld Hollandse Hoogte / Patrick Post

Vincent Scheltiens is historicus aan de Universiteit Antwerpen. Hij is de auteur van Met dank aan de overkant. Een politieke geschiedenis van België.

De veelbesproken startnota van informateur Bart De Wever (N-VA) zet volop in op de versterking van wat de Vlaamse identiteit genoemd wordt. Het document opteert alleszins voor een actieve identiteitspolitiek. Wie we denken te zijn – onze vermeende identiteit – moet scherper afgebakend en wordt vooral een voorwaarde om bij de gemeenschap te horen. Dat vergt aangepaste instrumenten en de N-VA-voorzitter kiest voor een Museum van Vlaamse Geschiedenis en in navolging van Nederland een canon: een lijst van ankerpunten uit de Vlaamse cultuur en geschiedenis die de natie zouden typeren. Scholieren en nieuwkomers moeten zich die canon eigen maken. Dat is in elk opzicht een problematische onderneming.

Om te beginnen is het onmogelijk om identiteiten – letterlijk – vast te leggen. Ze zijn geen stabiele of homogene realiteiten. Identiteiten of identificaties zijn meerlagig en voortdurend in beweging door een onophoudelijke interactie met de meest brede omgeving. Ze kunnen enkel opgevat worden in relatie tot ‘anderen’. Het ‘stollen’ van een identiteit is dan ook een onbegonnen en vooral contraproductieve zaak. Dat is het in de startnota des te meer omdat de Vlaamse identiteit wordt gefinaliseerd als het logische eindpunt van een eeuwenlange historische evolutie. Dat is een teleologische visie: waar we vandaag uitkomen lag van in den beginne vast.

Deze canonisering van geschiedenis benadert bovendien bepaalde facetten van het verleden als ‘afgehandeld’. Niets is minder waar. Geschiedschrijving is een ononderbroken discussie over gebeurtenissen die zich in het verleden afspeelden en over de interpretatie van die gebeurtenissen. De officialisering via een canon neigt ook naar het op de voorgrond plaatsen van bepaalde glorieuze gebeurtenissen en het naar de achtergrond schuiven of tussen de plooien doen verdwijnen van onwelgevallige of minder ‘inzetbare’ evenementen. Dat creëert een probleem van proportie. De Nederlandse canon behandelt weliswaar Srebrenica en Anne Frank – nota bene een van de weinige vrouwen die in die canon aan bod komt – maar staat veel langer stil bij de Gouden Eeuw dan bij de slavernij in de kolonies die wél ‘eeuwenlang’ duurde.

Nieuw is deze nationalistische obsessie met geschiedenis in geen geval. Hoe dieper in het verleden de wortels van de natie, hoe legitiemer de constructie, menen nationalisten. Met passages zoals over “de eeuwenlange geschiedenis van Vlaanderen” staat de aanhef van de startnota bol van retroactieve toe-eigeningen van gebeurtenissen die op zich weinig tot niets te maken hebben met de ruimte die pas eeuwen later als afgebakende entiteit tot stand kwam. Zoals de Franse historica Anne-Marie Thiesse aantoonde zijn weinig zaken zo internationalistisch als de nationale identiteitsconstructie. Nationalistische verhalen lijken dan ook verdacht veel op elkaar en zijn vaak – mits weglating van namen en plaatsen – onderling inwisselbaar, zoals blijkt uit het Belgische en het Vlaamse nationalistisch narratief. 

Vincent Scheltiens. Beeld Thomas Sweertvaegher

Elke natie was ooit groot, schoon en vooral zuiver. Elke natie werd ooit beduveld, vertrapt en bezoedeld zowel door belagers van buitenaf als door ‘verraders’ binnenin. Vanaf de tweede helft van de achttiende en vooral vanaf begin negentiende eeuw werden deze naties nagenoeg allemaal als een schone slaapster gewekt en begonnen ze aan hun onstuitbare opmars. Vanaf dan groeit de natie, ondanks maar vooral dankzij de tegenkanting van interne en externe ‘anderen’ wier als dreiging ervaren aanwezigheid noodzakelijk is om de interne tegenstellingen te overwinnen. Van het verderfelijke Frankrijk en de franskiljons in de negentiende eeuw tot de Latijnse subsidies slurpende PS-Walen en de politiek correcte academici in eigen schoot. Zoals Umberto Eco lapidair samenvatte: de vijand is de vriend van de volkeren.

Onuitgesproken bedreiging vandaag zijn natuurlijk die nieuwkomers die er andere culturele en levensbeschouwelijke voorkeuren op nahouden. Een geofficialiseerd verleden moet als drempel dienen om deze mensen te assimileren of uit te sluiten.

Omdat geen enkele natie zich als overlappend met de hele mensheid beschouwt, is in wezen elke nationale identiteitsconstructie – hoe ‘warm’ ook – een oefening in afbakenen en uitsluiten. De startnota gaat uit van een Leitkultur die mensen hiërarchiseert, drempels en voorwaarden inbouwt voor ‘anderen’ die ingaan tegen elke principiële gelijkheid. In plaats van een verenigend effect heeft dat een discriminerend gevolg. Het doet ook wat denken aan de Congolese kindjes die op school moesten leren over “nos ancêtres, les Gaulois”. Bespaar ons daar de 21ste-eeuwse flamingantische variant van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234