Zaterdag 28/05/2022

OpinieEgbert Lachaert en Mercedes Van Volcem

De wooncrisis verdient meer dan onrealistische voorstellen of discussies. Daarom deze twee fundamentele voorstellen

Egbert Lachaert en Mercedes Van Volcem Beeld Belga / Stefaan Temmerman
Egbert Lachaert en Mercedes Van VolcemBeeld Belga / Stefaan Temmerman

Egbert Lachaert is voorzitter Open Vld; Mercedes Van Volcem Open Vld-parlementslid.

Egbert Lachaert en Mercedes Van Volcem


Vlaanderen kampt met een nooit geziene wooncrisis – zowel op de markt van private als die van sociale woningen. Open Vld-minister Bart Somers gaf zijn visie op deze problematiek, en meteen laaide het debat sterk op. Het klopt niet dat de minister daarbij “muisstil” blijft over de oplossingen, zoals Hugo Beersmans vandaag schrijft. Open Vld pleit net voor een fundamentele aanpak, die de levens van mensen ten gronde verbetert.

Voor liberalen moet betaalbaar wonen een speerpunt zijn in het beleid. Daarvoor moeten we het aanbod aan private woningen (koop of huur) substantieel verhogen. Binnen het sociaal woonbeleid blijven we er van overtuigd dat we de richting van activering moeten opgaan. Wie het moeilijk heeft, vangen we op en bieden we een springplank om terug op eigen benen te staan. Een sociale woning kan deel uitmaken van dat steunpakket. Maar de doelstelling moet wel blijven om na verloop van tijd terug de eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Een periode van 9 jaar om daarin te slagen, is niet overdreven kort. Natuurlijk met uitzondering voor wie langdurig arbeidsongeschikt is of op pensioen.

De prijzen voor woningen rijzen de pan uit. De gemiddelde prijs voor een woning in Vlaanderen is al 330.000 euro, voor een appartement is dat 260.000 euro. In de steden liggen de huizenprijzen nog hoger: Antwerpen 345.000, Gent 371.000, en Leuven zelfs 443.000 euro. Steeds meer mensen uit de brede middenklasse komen daardoor in de problemen. De druk op het onderste segment van de woonmarkt wordt zo nog groter, want ook tweeverdieners komen nu in concurrentie met mensen die het altijd al moeilijk hadden.

Tegelijkertijd blijft het aanbod sociale huurwoningen tekortschieten. Er wonen vandaag 170.000 gezinnen en alleenstaanden in een sociale woning, maar evenveel gezinnen staan al jarenlang op de wachtlijst. Net zoals de nog grotere groep van in totaal 250.000 mensen die in aanmerking komt voor een sociale woning moeten ze zich ondertussen behelpen op een woonmarkt met te weinig aanbod, zeker in het onderste segment. Wanneer de koopprijzen de hoogte ingaan, betekent dat onvermijdelijk immers dat ook de huurprijzen stijgen.

De actuele discussie over de ideale besteding van 500 miljoen euro door de overheid is in dat opzicht een discussie in de marge. Met dat geld bouw je ongeveer 2.500 woningen. Een druppel op een hete plaat. Momenteel bouwen we trouwens slechts 2.000 sociale huurwoningen bij per jaar. Aan dat tempo zijn de 170.000 sociale huurwoningen pas gerealiseerd in het jaar 2107. Zelfs als we het tempo verdriedubbelen zijn we nog 30 jaar zoet. Aan de huidige gemiddelde prijs spreken we over 44 miljard euro. Onbetaalbaar. De bredere wooncrisis verdient meer dan onrealistische voorstellen of discussies in de marge.

We moeten die uitdaging ten gronde aanpakken. Daarom twee fundamentele voorstellen.

1. Herstel het evenwicht tussen vraag en aanbod

De woningprijzen zijn in de eerste helft van 2021 gestegen met maar liefst 10%. De reden is simpel: het aanbod kan de vraag niet volgen en duwt de prijs de hoogte in. Steeds meer mensen willen dezelfde schaarse woningen. Kansarme gezinnen worden weggeconcureerd door de bredere middenklasse. Een uitdaging die nog groter wordt als je weet dat het Federaal Planbureau voorspelt dat er nog 300.000 huishoudens bijkomen tegen 2040. De enige structurele oplossing bestaat erin de markt te herstellen. Alleen door het aanbod drastisch te verhogen zal de markt afkoelen en blijven prijzen onder controle.

Een Vlaamse taskforce moet bepalen waar we het aanbod willen verhogen en de groei willen concentreren. Die moet bekijken waar de woonmarkt het meest oververhit en waar de spanning tussen vraag en aanbod de prijzen het snelst doet toenemen. Waarschijnlijk is dat daar waar de meeste mensen wíllen wonen: in en rond onze steden.

Als we de groei concentreren in de steden, kunnen we stoppen met elk ander stukje groen aan te snijden. Dan kunnen we de open ruimte op andere plaatsen maximaal beschermen. Het zou ook een goede zaak zijn voor de mobiliteit, want in een stad zijn er meer voorzieningen en moet men zich minder met de wagen verplaatsen.

De Vlaamse taskforce zou samen met de steden regelluwe zones moeten creëren om die groei te versnellen. Om meer, hoger, en denser te kunnen bouwen. Vandaag is de overheid de eerste verantwoordelijke voor de schaarste. Haar regels rond bouwen zijn zo rigide dat men onvoldoende capaciteit kan realiseren. Denser bouwen kan in een stedelijke context perfect samengaan met kwaliteit. We moeten niet alleen denken aan halve wolkenkrabbers; een menselijke schaal van bijvoorbeeld vijf bouwlagen zoals de Deense urbanist Geyl hanteert maakt al veel mogelijk. Ook vanuit klimaatoogpunt is dat zinvol. Nieuwbouw beantwoordt immers aan de nieuwste energetische normen en mogelijkheden. Deze wijken moeten niet alleen een aanbod voor de onderste segmenten realiseren. Net een mix van woningen voor verschillende prijsklassen is ideaal. Zo vermijden we socio-economische segregatie en zorgen we tegelijk voor het versterken van de natuurlijke mobiliteit in de woningmarkt.

2. De toekomst van sociale woonwijken

Vandaag is een sociale woning vaak voor het leven. De Vlaamse regering stapte in 2017 af van de levenslange contracten, maar in de praktijk worden de huidige 9-jaarlijkse contracten nog vaak talloze keren verlengd. Wanneer men na 9 jaar nog steeds aan de inkomensvoorwaarden voldoet, krijgt men een nieuw contract. Zo kom je in de perverse redenering dat het niet wenselijk is om te gaan werken, omdat je dan je sociale woning verliest. De gemiddelde huurprijs voor een privaat appartement bedraagt 750 euro, de gemiddelde huurprijs voor een sociale woning 306 euro. Dat is een jaarlijks verschil van 5.300 euro. Dit demotiveert mensen om hun eigen lot in handen te nemen. We moeten dit fundamenteel herbekijken.

De helft van de mensen die een sociale woning krijgt toegewezen, is jonger dan 45 jaar. Twee derde van alle sociale huurders zijn mensen op beroepsactieve leeftijd. Deze mensen moeten we geen sociaal huurcontract aanbieden, maar een activeringscontract. Een totaalpakket rond activering en zelfredzaamheid waar een tijdelijke sociale woning deel van uit maakt. Gedurende 9 jaar word je intensief begeleid door de VDAB, maatschappelijke assistenten en andere actoren. Er wordt van je verwacht dat je actief meewerkt. In ruil daarvoor voorziet de overheid bijscholingen richting knelpuntberoepen, het aanpakken van persoonlijke problemen, verbeteren van het Nederlands en andere begeleidingstrajecten.

Intensiever dan bij andere werkzoekenden investeert de overheid intens en op maat in jouw toekomst. Als je na 2 jaar al werk hebt gevonden, kan je gerust nog 7 jaar in de sociale woning verblijven zodat je startkapitaal kan opbouwen. Na 9 jaar moet je sowieso op je eigen benen staan. Op dat moment heb je naast al de andere overheidsondersteuning de facto al 48.000 euro minder huur betaald dan op de private markt. Na 9 jaar krijgt iemand anders van de 170.000 wachtenden een kans om zijn of haar leven op te bouwen.

Natuurlijk gaat het er hem helemaal niet om een gepensioneerde of iemand die niet kan geactiveerd worden, uit zijn of haar woning te zetten. Als het onmogelijk is het inkomen te verhogen door te werken of door te activeren, kan je moeilijk vragen een woning op de private markt te zoeken. Het gaat ons over mensen die wel aan het werk kunnen, die geactiveerd kunnen worden en die voor wie de huidige regeling gewoon een rem is om te activeren, want er is veel te verliezen.

Deze aanpak zal het karakter van onze sociale woonwijken in positieve zin verbeteren. Er zullen meer mensen wonen die al aan de slag zijn en rolmodel zijn voor anderen. Het worden transitiewijken van sociale mobiliteit. Kinderen die er opgroeien komen in een andere, meer dynamische en hoopvolle context terecht. En de maatschappij herwint haar overtuiging dat armoede geen fataliteit is.

Sociale woningen in Herk De Stad. Beeld Karolien Coenen
Sociale woningen in Herk De Stad.Beeld Karolien Coenen
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234