Zaterdag 19/10/2019

Opinie

De witte middenklasse kwam nooit met de donkere kant van Antwerpen in contact. Wel, dat verandert wanneer er auto's ontploffen in hippe kwartieren

Paul Baeten Gronda. Beeld Diego Franssens

Paul Baeten Gronda is schrijver van vijf romans en cobedenker en scenarist van de VRT-reeks Over water.

Ik ben geen Antwerpenaar. Ik ben ook geen specialist. Wat ik ben, los van natuurlijk een atletische jonge god, is een simpele schrijver. In die hoedanigheid ging ik vijf jaar geleden aan de slag met de jonge tv-belofte Tom Lenaerts. We spraken af in Dock’s Café, een restaurant met zicht op de Schelde, gelegen waar de stad eindigt en de haven begint. We wisten tijdens ons eerste gesprek nog niet dat we toen in het decor zaten van de tv-reeks Over water die we samen zouden gaan schrijven. Een reeks die zich net zoals ons eettafeltje op het kruispunt tussen havencontainers en rijtjeshuizen bevindt.

We deden, flinke jongens die we zijn, ons huiswerk en vonden chic klinkende rapporten die bevestigden dat Antwerpen omwille van zwakke controles en corruptie de grootste importeur van cocaïne was voor het Europese continent.

Dat staat mooi als quote op een pitchdocument. Maar intussen was Antwerpen vooral de gezellige stad waar we zorgeloos werkten en op leuke terrasjes konden zitten. Er was, kortom, een duidelijke scheidingslijn tussen abstracte cijfers over de drugstrafiek die dan blijkbaar een kilometer noordelijker volop bezig was, en het gewone leven in de stad.

Dat is veranderd.

Want tijdens het schrijven van het tweede seizoen in 2018 gebeurde er iets vreemds. Gepakt met anekdotiek uit de haven en de ruigere stadswijken gingen we aan de slag met verhalen die veel concreter dan in het eerste seizoen ingaan op drugstrafiek en de politieke gevolgen daarvan. De stad, de politie, de drug lords, dat waren nu de spelers geworden in ons verhaal.

Toch leek nog steeds dat onderscheid te bestaan tussen de realiteit, die om een of andere reden van een zekere romantiek doortrokken was, en de fictie die we ervan wilden maken.

Ik verpest het toekomstige kijkplezier niet door te verklappen dat er in het tweede seizoen van Over water op mensen hun benen wordt geschoten in de stad en dat er al wel eens wat ontploft. We vroegen ons bij het schrijven toen vaak af waar de lijn lag. Tot waar we konden gaan voor een Vlaamse kijker zou zeggen: jaja, het zal allemaal wel. Hoe beter een kijker de arena van je verhaal kent, hoe voorzichtiger je namelijk moet zijn met die befaamde suspension of disbelief. Wat niets meer betekent dan dat het allemaal wel wat geloofwaardig moet blijven, omdat mensen anders uit de fictie donderen en naar iets op Netflix zappen.

Toen de scenario’s zo goed als klaar waren, begonnen wij op een bepaald moment te denken dat we net zoals de stad in ons fictieve verhaal ook met een mol zaten in onze werkkamer. Een mol die met onze scenario’s naar de politiek, politie en onderwereld ging zodat zij onze verhalen konden naspelen. Op een bepaald moment gebeurden elke andere dag dingen die zo goed als letterlijk uit ons verhaal leken te zijn geplukt.

De elementen die overlappen zijn steeds: een explicietere en sterker gemediatiseerde war on drugs vanuit het stadhuis, de toename en brutalisering van het geweld in de stad, op plekken waar mensen wonen, naar school gaan en met de fiets een toertje gaan doen.

Hoofdpersonage John Beckers lacht in seizoen twee de controles op de containers weg. Ik was die dag te lui om te googelen en liet hem helaas foutief zeggen: ‘Er wordt maar twee procent gecontroleerd! Twee procent!’

Graag wil ik dat corrigeren met bijbehorende excuses aan de betrokken verantwoordelijken en havendiensten: het is eigenlijk maar één procent.

Je kan enkel dit vaststellen: extreem drugsgeweld was iets dat nooit dichter bij ons kwam dan Amsterdam of Rotterdam. Wij zijn uiteindelijk toch die brave Vlamingen, het wordt allemaal niet zo fel. Drugshandel leek tot voor kort zelfs een beetje folklore. Je ziet de winkeltjes, je ziet de hoeken, je ziet de deals gebeuren. Er is de Zoo, er is de Meir, er is de coke.

Eigenlijk mag de verbazing dus niet gaan over het plots toegenomen geweld, maar wel over het feit dat het zo lang lokaal en schijnbaar ongevaarlijk bleef. Het mocht wel niet, maar god ja, ga dan ook niet op het De Coninckplein wonen hè. De witte middenklasse kon zich door de stad bewegen en kwam nooit met de donkere kant in contact. Wel, dat verandert wanneer auto’s beginnen te ontploffen in hippe kwartieren.

Gedaan met folklore, dus. In zekere zin heeft de realiteit die er nu eenmaal is in de haven, eindelijk de fictie ingehaald. De fictie van een tv-reeks, oké, maar vooral de fictie waarin we allemaal te lang geloofden, namelijk dat er in Antwerpen misschien wel wat sjamfoeters rondlopen, maar dat het allemaal zo erg niet is. Dit is een stad die niet langer naast, maar in de drugshandel leeft. Als het stadsbestuur actieplannen of quotes voor persconferenties nodig heeft: Tom en ik stellen graag ons archief open.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234