Dinsdag 18/06/2019

Opinie

De wetenschap achter solidariteit

Kerstmis, een periode om te bezinnen over empathie, altruïsme, solidariteit en samenwerking. Beeld THINKSTOCK

Dirk Van Duppen is voorzitter van Geneeskunde voor het Volk, Johan Hoebeke is gewezen onderzoeksleider aan het Centre National de Recherche Scientifique (Frankrijk). Hun boek De supersamenwerker verschijnt in 2016 bij EPO.

Precies honderd jaar geleden, met Kerstmis 1915, legden de soldaten in de loopgrachten van de Grote Oorlog de geweren neer. Op gevaar van een schot in de rug van de eigen legerleiding staken ze het niemandsland over om te verbroederen. Een daad van menselijke solidariteit. Vijfentwintig jaar later zetten duizenden mensen hun leven op het spel om Joodse families voor de Gestapo te verbergen. Ook vandaag tonen veel mensen hun goed hart om vluchtelingen te helpen en op te vangen. Diepmenselijke solidariteit is een universeel fenomeen en van alle tijden. Goed voor een bezinning, deze dagen, over de menselijke natuur.

Vijfhonderd jaar geleden zag de filosoof Thomas Hobbes de mens als een wolf voor zijn medemens: homo homini lupus. De moraal moest die hebzucht, wedijver en agressie binnen de perken houden, vond hij. Het afgelopen decennium hebben nieuwe ontdekkingen en ontwikkelingen in verschillende wetenschappelijke disciplines een grote hoeveelheid materiaal aan- en opgeleverd dat dit mensbeeld van de mens als wolf finaal tegenspreekt. Mensen hebben juist een aangeboren neiging tot empathie, altruïsme en samenwerking.

In de jager-verzamelaarsmaatschappijen van millennia geleden en daarna in alle tijden en alle culturen, zo lieten antropologen als Christopher Boehm zien, beschikten mensen over een sterk rechtvaardigheids- en solidariteitsgevoel. De neuro-economie, de wetenschap die economie en psychologie combineert, toonde aan dat mensen spontaan altruïstischer en tot meer samenwerking bereid zijn dan het neoliberale beeld van de hebzuchtige homo economicus ons vertelt.

Experimentele psychologen als Michael Tomassello en Felix Warneken van het Max Planck Instituut leverden bewijs van een sterk spontaan helpgedrag bij peuters, zonder dat ze daarvoor een beloning moeten krijgen. Onderzoek toonde dat zelfs baby's spontaan een onderscheid maken tussen wie lief en wie stout is. Mensen voelen zich goed als ze zelf goed zijn voor anderen.

Neurowetenschappers ontdekten dan weer dat onze hersenen geprogrammeerd zijn om andermans pijn en verdriet te voelen. Minstens tien neurologische circuits in het evolutionair jongste deel van het mensenbrein zijn verbonden met empathie. Deze wetenschappers stelden vast dat neurohormonen gevoelens van vertrouwen geven, aanzetten tot delen en samenwerken en een verbondenheid met anderen creëren die verwant is met die tussen moeder en kind.
De mens is door wetenschappers dan ook uitgeroepen tot een 'supersamenwerker'.

Hoe sociale en intellectuele intelligentie samen evolueren

Een vergelijkende studie uit 2007 heeft kennis en vaardigheden van kinderen van twee jaar oud vergeleken met die van mensapen. De studie wees uit dat deze kinderen wat kennis van de fysieke wereld betreft - wat is meer of minder, wat is oorzaak of gevolg? - gelijk scoorden met de chimpansees. Maar voor sociale vaardigheden en cognities scoorden die kinderen tweemaal zo hoog.

Een vervolgonderzoek met een tijdsspanne van twee jaar wees uit dat de chimpansees zowel op het vlak van kennis van de fysieke wereld als op het vlak van sociale cognities stagneerden. Maar de mensenkinderen gingen naarmate ze ouder werden op beide vlakken enorm vooruit. De grote vordering bij de kinderen qua kennis en vaardigheden op het vlak van de fysieke wereld was gelieerd aan hun superioriteit op het sociale vlak. De kinderen leren van elkaar dankzij hun sociaal functioneren.

Deze experimenten zijn daarna herhaald bij kinderen in verschillende culturen: bij kinderen van hooggeschoolde Canadese moeders, van geletterde Peruviaanse moeders in de Andes en van ongeletterde moeders op het Indische platteland. De resultaten waren consistent: heel jonge kinderen hebben al sterk ontwikkelde spontane sociale vaardigheden, ongeacht hun culturele achtergrond. Ook latere experimenten toonden een oorzakelijk verband aan tussen het vermogen tot sociaal leren bij de mens en zijn vermogen tot cumulatieve cultuur- en kennisopbouw. En dat is bij de ons meest verwante nog levende primaten, de chimpansees, niet het geval.

Dat er een oorzakelijke relatie is tussen pro-sociale eigenschappen en intellectuele intelligentie, daarvan levert ook de paleoantropologie recent bewijs. In vergelijking met de andere primaten heeft de mens een heel lange kindertijd. Dat gaat gepaard met een sterke drang tot opvoeden bij de moeder en bij hulp-ouders: een sterke en langdurige coöperatieve broedzorg. Dat is van betekenis voor sociaal leren, het vermogen tot cumulatieve cultuuropbouw en intelligentie. Slim zijn kan leiden tot meer en betere samenwerking, wat kan leiden tot nog meer empathie, altruïsme en solidariteit. De intellectuele intelligentie kan als een positieve feedback werken op de sociale intelligentie. Ze co-evolueren.

Omstandigheden meer menselijk maken

Maar de mens kan zijn empathie ook uitschakelen. Het verklaart de wandaden die sommigen elkaar aandoen. Drie sociale factoren ondermijnen de menselijke empathie, zo geeft onderzoek aan: (1) ideologisch en religieus fanatisme, (2) gehoorzaamheid of volgzaamheid tegenover onethische bevelen van hogerhand en (3) het wij-zij groepsgevoel zoals bij racisme en etnicisme. Vooral het ontmenselijken van de andere, het herleiden van de andere tot (niet meer dan) een object, leidt tot het uitzetten van empathie-circuits in het menselijke brein.

Welke van de twee strategieën zal in de sociale omgang gaan domineren: de evolutionair oudere competitie en agressie, of de evolutionair jongere altruïstische coöperatie? De maatschappelijke omstandigheden, de plaats die je daar inneemt en het beeld dat je van elkaar hebt, geven hier de doorslag. Nobelprijswinnaar literatuur José Saramago beschreef dat heel bevattelijk: 'Als de omstandigheden zo bepalend zijn voor de mens, laten we dan die omstandigheden meer menselijk maken.'

Empathie, altruïsme, solidariteit en samenwerking zorgen mee voor het welbevinden van de mens en ze maken hem bovendien slim en wijs. De homo sapiens, het Latijn voor 'wijze man', heeft het vermogen een homo super sapiens te worden indien hij zijn capaciteiten als homo socialis kan laten bloeien. Dat de wetenschappen recent daarover zoveel materiaal en bewijsvoering aanleveren, stemt tot optimisme, aan het eind van dit sombere jaar waarin ons continent het grootste aantal oorlogsvluchtelingen telt sinds de Tweede Wereldoorlog, en tegelijk een angstgolf voor terreur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden