Zondag 31/05/2020
Matthijs Van NieuwkerkBeeld RV

Place du Samedi

De wereld draait zo goed als altijd door

Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen.

Omdat ik al redelijk lang leef, en mij vanwege het volledig ontbreken van enig carrièreplan al eens in zeer diverse uithoeken van deze maatschappij wil bevinden, kom ik bijna op dagelijkse basis allerhande soorten mensen tegen.

Omdat "What do you say after you say hello?" nog altijd een prangende levensvraag voor mij is, kom ik in de regel al wel snel te weten wat de geaardheid, het levensplan, de politieke overtuiging of het favoriete toetje van mijn toevallige gesprekspartner is. Ook over hun hobby's zijn mensen zelden lang stil. Sommigen werpen al hun liefde en vrije tijd op kleine huisdieren, anderen bouwen in hun garage graag een heus Alpenlandschap na, waardoor ze elektrische treintjes op goed afgemeten tijdstippen laten rondrijden en stilstaan. Ik ken ook mensen die columns van Arnon Grunberg lezen, iedere dag een halve bak Fristi drinken of naar de sprekende dvd-speler kijken die men gemeenzaam de zender VIJF noemt.

Zelf heb ik ook zo'n afwijking. Ik kijk namelijk graag naar talkshows. Het moeten niet eens goeie zijn. Mijn liefde voor de mens gaat blijkbaar zo ver, dat ik al bereid ben een paar uur van mijn tijd op te offeren zodra ik ergens een paar gasten rond een tafel zie zitten, in het gezelschap van een man of vrouw die hen beroepshalve vragen stelt. Goedkope tv, ik weet het, en vaak ook maar wat luchtledige promotalk. Toch kan ik ervan genieten wanneer mensen niet de klapstoel van de psychiater kiezen om hun ziel bloot te leggen, maar die integendeel op een bordje aanbieden aan de talkshowhost.

Mijn fascinatie met die praat-tv is een jaar of vijfendertig geleden ontstaan, toen ik in mijn gedaante van Humo-journalist al eens alleen een late avond doorbracht in een Londense of New Yorkse hotelkamer. Daar zag ik grondleggers van de talkshow als Terry Wogan en Dick Cavett aan het werk, en mocht ik met plezier vaststellen hoe die heren de hele wereldtop aan de tand voelden met een vanzelfsprekendheid die deed uitschijnen dat ze met de Paul McCartneys, Marlon Brando's en Elizabeth Taylors van deze wereld gewoon aan de keukentafel zaten.

In werkelijkheid kwamen die shows natuurlijk helemaal niet spontaan op de buis. Ze waren in sterke schema's gegoten en alle vlotte vragen die over de tong van de presentator rolden, waren hard voorbereid door een veelkoppige redactie, maar dat wist ik toen nog niet.

Op eenvoudig verzoek mocht ik toen eens een kijkje gaan nemen achter de schermen van de BBC voor Wogan, en bij de kleine maar uitstekende Amerikaanse zender PBS, waar Cavett zijn carrière afsloot. Wogan bleek een slijmbal van hier tot ginder te zijn die zelfs niet de minste aandacht voor mijn aanwezigheid kon veinzen en het hele gesprek lang op een monitor in zijn kleedkamer naar de paardenkoers bleef kijken.

Cavett was eerst uiterst verbaasd dat iemand uit het verre België hem kwam opzoeken, daar in dat bescheiden stu- diootje in de buurt van Times Square, maar al gauw ontpopte hij zich als een ideale gastheer. Terwijl zijn assistente eerst duidelijk zei dat het gesprek ten hoogste dertig - maar liefst minder - minuten mocht duren, zat ik een paar uur later nog tegenover de in de States werkelijk legendarische talkshowmeester.

Als laatste vraag legde ik hem een probleem voor dat ik zelf als interviewer wel eens ervaren had. Ik vroeg of hij ook wel eens het gevoel had dat het antwoord van een gast hem totaal niet meer interesseerde omdat het gesprek eigenlijk nergens heen ging. Toen lachte hij en zei hij in zo goed als feilloos Frans: "Touché." En hij voegde eraan toe: "Dat gevoel heb ik bijna iedere avond." En toen, schokschouderend: "Maar het is toch ook gewoon een vak, hè!" Waarna hij me een slok cowboywhiskey aanbood, die ik beleefd weigerde ten voordele van een kartonnen kopje koffie.

In de hoofden van vele van onze televisiemakers geldt Matthijs van Nieuwkerks zo goed als dagelijkse praatfabriek De wereld draait door als een ware televisuele natte droom. En helemaal terecht. Van Nieuwkerk geeft namelijk wél altijd de indruk dat hij al zijn gasten hoog inschat en ook écht wil weten wat ze gaan vertellen. Daarvoor heeft hij in zijn hoofd een onuitputtelijke voorraad clevere vragen zitten, die hij niet van slappe steekkaartjes afleest, maar die hij quasi spontaan op de vaak erg interessante invités loslaat.

Al zouden ze hem in theorie ook door een oortje kunnen worden ingeblazen. Het fijne aan DWDD - zo heet de show in vaktermen - is dat eigenlijk alles er mogelijk is: het ene moment gaat het over zware criminelen, een kwartier later over Rembrandt en na wat maffe internetfilmpjes meteen ook weer over een dode zwarte soulzanger of een witte olifant.

Van Nieuwkerk laat zich ook telkens bijstaan door een tafelheer of tafeldame en daar ligt af en toe wel eens de achillespees van de show: niet al die bijzitters zijn even briljant, namelijk. Hetzelfde geldt helaas voor de talrijke muzikale gasten in het programma. Vaak is die ene minuut die hen toebedeeld wordt, nog dertig seconden te lang, en ook de overdreven aandacht voor middelmatige singer-songwriters zou best wel wat getemperd mogen worden.

Maar dat neemt in het geheel niet weg dat DWDD een werkelijk briljant televisieprogramma is dat volgens ons niet gauw échte navolging moet vrezen in Nederland of België. Daarvoor zit de hele zaak té merkwaardig goed in elkaar en is de gastheer té uitzonderlijk verbaal en empathisch begaafd. Wie misschien in de buurt van het talent van Matthijs van Nieuwkerk komt, is de Ierse, lichtjes homoseksuele Graham Norton. Hoe die omgaat met het talent uit de absolute A-list op de praatstoel van zijn BBC-programma The Graham Norton Show, heeft iets wat we tegelijk 'ontwapenend' en 'kwajongensachtig' zouden kunnen noemen, maar in ieder geval zo goed als altijd wérkt.

Het programma is helaas ook wat oppervlakkig van aard, hypergeformatteerd, en staat al te zeer ten dienste van de al even geformatteerde Hollywoodfilms en eigen BBC-entertainmentprogramma's.

Norton vond laatst ook dat hij zich vrolijk moest maken over de zogezegde onuitspreekbaarheid van Matthias Schoenaerts' familienaam. Alledaagse Britse xenofobie. Had hij wat research gedaan, dan had hij die naam misschien wel met wat meer respect leren behandelen. Voor Matthias, maar ook voor Julien.

En dan had hij terloops ook kunnen vermelden dat Matthias' homeland nu behalve de Britse voetballer van het jaar en de directeur van het Tate Modern, ook de winnaar van de Laurence Olivier Award voor beste toneelregisseur mocht aanleveren.

Hartelijk gefeliciteerd trouwens, Ivo van Hove!

Marc DiddenBeeld Karoly Effenberger
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234