Zondag 28/02/2021

ColumnLize Spit

De vrouw in de trein spreekt soms wildvreemde vrouwen aan, over de noodzaak van ­jaarlijkse uitstrijkjes

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Schrijfster Lize Spit bracht haar tweede roman, Ik ben er niet, uit. Ze woont in Brussel.

Tegenover me in de trein zit een vrouw van rond de ­vijftig. Ze heeft een knap gezicht, een nogal gerimpelde huid, dun haar, betraande ogen. Ik neem mijn ­koptelefoon af zodat ik aanspreekbaar word. Ze merkt dit op, we raken aan de praat.

Ze is onderweg naar Leuven, vertelt ze, voor een afspraak met twee twintigers die na de dood van hun beste vriendin een vzw hebben opgericht om andere jonge vrouwen te sensibiliseren. De naam van de ziekte waaraan het meisje is bezweken, krijgt de vrouw ­tegenover me amper over haar lippen. Ze maakt eerst enkele gebaren die het moeten verduidelijken, wijst naar haar eigen buik. Kwaadaardige gezwellen bij de ­eierstokken. Zelf kreeg ze er ook mee te maken. Een zogezegde cyste groeide in een half jaar tijd uit tot een gezwel ter grootte van een tennisbal. Had iemand haar maar verteld dat kinderloze vrouwen een verhoogde kans hebben op eierstokkanker. Ze had liever een kind gekregen dan kanker. Operaties, zware behandelingen. Zo ontregelend dat ze werk en partner verloor. Ze zag vrienden van haar lijden wegkijken, zelfs haar eigen ­moeder ging de confrontatie uit de weg. Maar ze leeft nog – vooralsnog – en weet inmiddels op wie ze kan ­rekenen.

Nu wil ze iets nuttigs doen, zo veel mogelijk vrouwen aanzetten om zich jaarlijks te laten onderzoeken. Ze heeft zich goed voorbereid. Voor haar ligt een mapje met ­informatie en ideeën die ze straks aan de vzw gaat voorleggen. Ze staat recht en toont me een van de ­schoudertassen die ze heeft laten ontwerpen en die ze overal ronddraagt. Beige linnen tassen met daarop sensibiliserende boodschappen. Ze spreekt soms wildvreemde vrouwen aan op straat, zegt ze, over de noodzaak van ­jaarlijkse uitstrijkjes. “Gek misschien, maar één leven redden en het zal alles waard geweest zijn.”

Een leven redden, om met ­terugwerkende kracht ook zichzelf gered te hebben.

“Vrouwen gaan geregeld naar de kapper, maar waarom gaan ze niet ook jaarlijks naar de ­gynaecoloog?”, zegt ze. Natuurlijk, dat lichtjes branderige gevoel na een uitstrijkje, het plakkerige glijmiddel – het is wat anders dan naar huis wandelen na een knipbeurt met een vederlicht, glad kapsel. En het jaar is altijd ­sneller voorbij dan je denkt. “Wanneer is de laatste keer dat jij je liet nakijken, of je zussen, of je vriendinnen?”

Ik denk aan een paar vrouwen van wie ik weet dat ze nog nooit in hun leven een uitstrijkje hebben laten maken, of al veel te lang geleden.

Rechts van de trein verschijnen in het landschap torenhoog gestapelde Stella-Artois-bakken, we komen aan in Leuven. Op het perron blijven we nog even praten. Ik beloof de vrouw hierover te zullen schrijven, om haar zaak kracht bij te zetten. Ze loopt van me weg, een beetje gebogen, zo’n zeventig kilo aan door ­chemotherapie belaagde cellen, ze slaat de linnen tas met een kordate zwaai om haar schouder, zoals een jager doet met zijn geweer voor hij het veld in trekt.

Meteen neem ik mijn telefoon en maak twee ­afspraken bij mijn gynaecoloog, een voor mezelf en een voor mijn jongste zus.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234