Zondag 19/09/2021
Siegfried Bracke. Beeld DM/Bart Hebben
Siegfried Bracke.Beeld DM/Bart Hebben

ColumnSiegfried Bracke

De vraag over het einde van het sociaal overlegmodel is in werkelijkheid de vraag welk model we nadien gaan volgen

Siegfried Bracke is oud-journalist en -politicus en overschouwt de politieke actualiteit. Hij doet dat afwisselend met oud-journalist Walter Zinzen en journalist Alain Gerlache.

Ik weet niet hoeveel Vlamingen ook Franstalige kranten lezen, maar veel zullen het er niet (meer) zijn, denk ik. Ik ben er (nog) een van. Omdat ik daarvoor kies. Maar wellicht ook omdat ik als kind van flaminganten ben grootgebracht met – uiteraard – De Standaard (toen nog met AVV-VVK), met ’t Pallieterke, met Kerk & Leven (alleen de laatste bladzijde over de eigen parochie werd gelezen), maar ook met de Libre Belgique. Dat is goed voor uw Frans, werd mij gezegd. En dan weet ge waarmee ze bezig zijn, werd eraan toegevoegd. Wie ze waren, werd niet geëxpliciteerd. Maar ik wist het wel. Lang geleden, ouwemensenpraat.

En toch is over het muurtje kijken ook vandaag interessant. Bijvoorbeeld om te zien hoe verschillend er wordt bericht over de voor 29 maart aangekondigde actie- en stakingsdag van de twee grote vakbonden. Vlaamse kranten vinden die unisono op zijn minst ongelukkig.

Aan Franstalige kant lees je dat niet. Men kondigt aan, geeft vooral de argumenten van de vakbonden, vermeldt terloops ook die van het patronaat, maar niemand (ver)oordeelt. Niet over de grond van de zaak, maar ook niet over het moment.

En omdat elk medium óók zijn eigen klanten moet bedienen, vind je – alweer anders dan in Vlaanderen - aan Franstalige kant wel een interview met Raoul Hedebouw van de PTB, die uiteraard de actie steunt: voor onze (niet-eens-zo klein-)linkse strijders is elke staking een feest voor de arbeidende klasse. De cijfers van de studiedienst van de PvdA – in Franstalige kranten is de factcheck veel minder populair dan bij ons – zijn zonneklaar: de Bel-20-bedrijven hebben hun aandeelhouders 5 miljard dividenden uitgekeerd; 5 procent opslag kost 1,2 miljard. Is er dan een probleem, vraagt Hedebouw zich retorisch af?

Wél in een Vlaamse krant: een interview met VBO-baas Pieter Timmermans. Hij noemt de vakbondsactie wereldvreemd. Wijst op de algehele coronakrimp van de economie, wijst op de forse maar door de overheidssteun vooralsnog onzichtbare coronarekening, wijst op ons indexmechanisme – uniek in Europa – dat hoe dan ook de koopkracht beschermt… Het zijn de argumenten die ook in de beoordeling van de Vlaamse kranten te vinden zijn.

Als Timmermans de actie van de bonden wereldvreemd noemt, heeft hij als woordvoerder van het Verbond van Belgische Ondernemingen maar voor de helft gelijk: hij vertolkt het Vlaamse standpunt. Niet dat er in Wallonië niemand te vinden is die hem gelijk geeft, maar dat standpunt leeft er dus niet.

Achter hun hand overigens bevestigen mensen uit patronaat en vakbond dat binnen hun respectieve organisaties de communautaire meningsverschillen vaak hoog oplopen. Uit strategische overwegingen blijven ze alsnog kiezen voor een unitaire organisatie. Alleen bij de socialistische metaalarbeiders is het ooit tot een communautaire scheuring gekomen. Maar het is zeer de vraag hoelang alle anderen die schijn van eensgezindheid nog kunnen volhouden.

Dat noord-zuidverschil bestaat ook in Europa. België is Europa in het klein. In Zuid-Europa zijn vakbonden en patroons tegenspelers; in het noorden medespelers. Waar de citroenen bloeien ligt het accent op de eisen; tussen de aardappelvelden op de verantwoordelijkheden.

In Zuid-Europa wordt er ook beduidend meer gestaakt en betoogd; in het noorden wordt er onderhandeld. In Zuid-Europa overweegt de korte termijn; in het noorden maakt men overeenkomsten en plannen voor de lange termijn. In Zuid-Europa zit men tegenover elkaar aan de onderhandelingstafel opgewonden te wezen; in het noorden kiest men voor het rondetafelmodel. Het verschil eigenlijk tussen tegengestelde belangen en gemeenschappelijke of minstens gedeelde belangen.

De verschillende syndicale reflexen binnen België hebben naar verluidt cultuur-historische wortels. Wallonië heeft vele tientallen jaren hoofdzakelijk grote tot zelfs zeer grote bedrijven gekend; in Vlaanderen waren die veel kleiner. Vlaamse arbeiders kenden hun bazen. Hun Waalse collega’s niet; les patrons behoorden tot een obscure, min of meer vijandige mensensoort die het voor het zeggen had.

Maar dat er bij ons hoe dan ook een probleem is, mag duidelijk zijn. In die zin is de (ook nu weer opduikende) vraag over het einde van het sociaal overlegmodel in werkelijkheid de vraag over welk model we dan nadien gaan volgen. De twee modellen tegelijk is erg moeilijk, zo al niet ondoenlijk. En moeten we daar geen conclusies uit trekken?

Want een mislukt sociaal overleg kent geen winnaars. En er is een rechtstreeks evenredig verband tussen welvaart aan de ene kant en gezamenlijk gedragen economisch beleid anderzijds. Dat laatste is overigens niet eens een mening. Het is gewoon een feit. Kan je nagaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234